ReportageGevaccineerd

Het leven na de prik: ‘Wanneer dat spontane weer terugkomt, weet ik niet’

Riet Verhulst (84) woont in zorgcentrum De Vloet in Oisterwijk. Beeld Roos Pierson
Riet Verhulst (84) woont in zorgcentrum De Vloet in Oisterwijk.Beeld Roos Pierson

Tijdens de vaccinatiecampagne kwamen de oudste mensen als eerste aan de beurt. Na twee prikken voelen zij zich over het algemeen veiliger, maar durven ze zich ook vrijer te bewegen? ‘Het is heel gek, maar ik poets nog steeds elke keer mijn deurklink.’

Wim Pennings excuseert zich, hij moet het binnenkomende telefoontje even beantwoorden. Als hij de verbinding tot stand heeft gebracht, rollen er lieve woorden over de lippen van de man die over acht maanden honderd wordt. “Nog een kwartier, lieve schat, dan ben ik klaar. Kom maar vast naar mij.” Wanneer de andere kant van de lijn even later in de deuropening verschijnt, blijkt zij een vrouw voor wie Pennings een corona-uitzondering maakt. Hij omhelst, hij kust. “Ze betekent zo veel voor mij”, luidt de overbodige verklaring.

Hij heeft net uitgelegd waarom hij nog zo voorzichtig is met sociale contacten. Meneer Pennings mag dan volledig zijn gevaccineerd, (achter-)kleinkinderen mogen hem nog niet knuffelen. Niet zozeer uit angst voor zichzelf, maar ter bescherming van zijn medebewoners. “Voor hen wil ik niets oplopen. Daarom heb ik me ook laten vaccineren. Voor mij hoeft het niet meer. Mijn leven zit erop, ik heb een mooie leeftijd. Het enige wat na de honderd nog komt, is normaal gesproken ellende. Dat geeft ook niets. Ik heb van het leven genoten.”

Sinds februari vorig jaar woont Pennings semi-zelfstandig in een appartement van woonzorgcentrum De Vloet, in het Brabantse Oisterwijk. Alle bewoners hebben hier hun prikken gehad. Veel vrijer voelen ze zich echter niet, blijkt uit de gesprekken. De coronaregels zitten nog verankerd in hun systeem, geven ze aan. Neem nou de 84-jarige Riet Verhulst. Elke keer poetst ze nog haar deurklink, terwijl ze feitelijk al tegen het virus is beschermd. “Heel gek, het is een automatisme geworden. Het is geen oude gewoonte, want tot vorig jaar deed ik dat nooit. Ik kan ook niet zeggen dat ik nog bang ben voor het virus, dankzij de prikken voel ik me veel veiliger. Als ik nog besmet raak, zal ik er niet erg ziek van worden.”

Overal lijnen en pijlen

Toch zijn de gedragingen van de mensen goed verklaarbaar, zegt epidemioloog en gedragskundige Esther Metting van de Rijksuniversiteit Groningen. “Hun omgeving is nog zodanig ingericht dat ze zulk gedrag haast wel moeten vertonen. Er staan lijnen en pijlen op de grond, overal staan flesjes met desinfectiemiddel. Ze worden er de hele tijd aan herinnerd dat er sprake is van een bijzondere situatie. Andere mensen gedragen zich bovendien ook nog zoals het afgelopen jaar. Dan moet je al heel erg je best doen om dat patroon te doorbreken.”

Daar komt bij dat het volgens Metting helemaal niet zo duidelijk is wat gevaccineerden nu wel en niet mogen. “Moeten ze bijvoorbeeld nog altijd afstand houden? Wat ook meespeelt, is dat we nog steeds heel veel niet weten. Hoe lang werkt een vaccin, kun je anderen nog besmetten als je een prik hebt gehad? En wat doen alle mutaties die nu rondgaan? Je ziet in diverse onderzoeken dat ouderen banger zijn om besmet te raken dan jongeren, vooral omdat de gevolgen ernstiger zijn. Dan is het niet zo vreemd dat ze nog steeds voorzichtig zijn.”

Op het kastje in de woning van Joop Arnold staat een kaart waarop hij innig knuffelt met de oudste van zijn negen kleindochters (het vrouwelijk geslacht domineert hier de familie, kleinzoons heeft hij nooit gekregen). “Hopelijk krijgt u snel uw tweede prik, ik kan niet wachten om weer zo te knuffelen als op de voorkant”, schrijft ze. Helaas voor haar, de tweede prik heeft aan de situatie weinig veranderd. “Ze houdt het tegoed”, zegt ‘de meest geopereerde man in de familie’. “Waarom? Omdat de opdracht van de regering nog steeds is dat we voorzichtig moeten zijn. Veel mensen vertikken dat. Dat vind ik dom. Terwijl ik juist iemand ben die niet bang hoeft te zijn. Ik ben 94, heb geen verlangens meer. Als Hij me wil hebben, is dat goed. Maar ik vind dat ik wel naar de waarschuwingen moet luisteren.”

Joop Arnold (94). Beeld Roos Pierson
Joop Arnold (94).Beeld Roos Pierson

Daarbij komt, betekenisvoller dan die knuffel in 2018 wordt een omhelzing voor Arnold toch niet meer. Achter zijn bril verschijnen tranen wanneer hij vertelt over het afscheid van zijn vrouw. Hoe ze na vier longontstekingen werd opgegeven, hoe hij stuk voor stuk de familieleden begeleidde langs haar ziekbed, hoe hij als laatste zich voorover boog om haar recht in de ogen te kunnen kijken en te vragen wat ze nog wilde. “Een knuffel, sprak ze. Die woorden moest ze er echt uitpersen. Het bewijst hoeveel we van elkaar hielden. De volgende ochtend was ze dood.”

Wel blij met de prik

Dus wat zou hij zich nog druk maken om innigheden die tijdelijk geen doorgang kunnen vinden? Het is zo’n beetje de algehele opinie bij de bewoners van De Vloet. Ze zijn blij met hun vaccinatie, maar voor vrijer gedrag is gevoelsmatig nog geen ruimte. Wat je van iedereen hoort: een prik betekent niet automatisch dat je geen corona meer kunt krijgen. “Vrienden en kennissen vertel ik dat ze beter nog even kunnen wegblijven als ze niet zijn ingespoten”, zegt Sjaan van de Snepscheut. Een kleine aanpassing heeft ze overigens wel doorgevoerd in haar deurbeleid. “Als iemand pas één prik heeft gehad, vind ik het ook goed.”

Ze heeft haar familie, of wat er nog van over is, best gemist het afgelopen jaar. “Kinderen heb ik niet, ik ben nooit getrouwd geweest. Van de twaalf broers en zussen zijn we nog met zijn drieën. Door corona hebben we elkaar een stuk minder gezien. Dat wilden we zelf zo. Nu komt daar weer verandering in.” Ze vertelt in plat Brabants over vroeger, hoe hun vader jong stierf en zij moest helpen met de opvoeding van haar jongere broertjes en zusjes. En de dankbaarheid die ze nu – decennia later – daarvoor terugkrijgt, al dan niet via neven en nichten.

Maar ook in deze contacten is het virus de afgelopen vijftien maanden vanzelfsprekend een sta-in-de-weg. “Toen ik 90 werd, hebben we mijn verjaardag groots gevierd bij een nicht in de tuin. Twee weken geleden werd ik 95, maar konden we niets doen. Dat vond ik jammer, ik had best nog een feest gewild. Nou ja, feest. Ik zit erbij, hè. Feesten doen zullie.”

Wat wel is: de activiteiten in De Vloet komen langzaam weer op gang. Sjoelen, handwerken, muziekmiddagen, beetje bij beetje kan het allemaal weer. Op de tafel van meneer Arnold ligt een uitnodiging om weer deel te nemen aan de heropgestarte gespreksgroep, de afgescheurde strook verraadt dat hij zijn aanmelding al heeft ingeleverd. Hij is gematigd enthousiast. Benieuwd of iedereen zich aan de afstandsregels zal houden. “En of we er nog net zo enthousiast tegenaan gaan als voorheen. Ik moet het nog zien.”

null Beeld Roos Pierson
Beeld Roos Pierson

Riet Verhulst is ergens blij met de verruimingen, maar ook zij geeft zich er niet makkelijk aan over. “De voorzichtigheid blijft. Komt er iemand vlak bij me zitten, zet ik meteen mijn stoel opzij. Boodschappen doe ik nog steeds op tijden dat het minder druk is. De terrassen mis ik, maar ik zie mezelf er nog niet snel gaan zitten. Het is zo gegroeid. Wanneer dat spontane weer terugkomt, weet ik niet. Ik sta daar niet zo bij stil eigenlijk.”

Toch gaat dat niet lang duren, vermoedt Metting. “Gewoonten die er zeventig of tachtig jaar lang zijn ingeslepen, veranderen uiteindelijk niet dankzij één ander jaar. Zie het als een dieet, iedereen weet hoe lastig het is om dat lang vol te houden. Er komen weer koekjes in de kast, je wordt uitgenodigd op verjaardagen. Dan is het moeilijk om niet in het oude patroon te vervallen. Ik was bij de voetbalwedstrijd Nederland-Letland, in een vak waar de mensen dicht bij elkaar mochten zijn. Dat was eventjes onwennig, maar binnen een kwartier vond iedereen het weer normaal. Als straks ook andere groepen zijn gevaccineerd en de virusactiviteit door het mooiere weer afneemt, zullen ook de ouderen hun gedrag aanpassen. Nu zijn ze nog bang dat ze een ander kunnen besmetten.”

Die vrees is in De Vloet nadrukkelijk aanwezig. De gedachte werkt bovendien twee kanten op, merkt Sjaan van de Snepscheut. “Neven en nichten willen zelf ook niet komen zolang ze niet zijn ingeënt. Ik hoop dat het snel gebeurt, het is veel leuker als zij langskomen. Zo veel mensen zijn er niet meer in mijn leven. Of ik vind dat het lang duurt? Wat niet kan, dat kan niet, hè. Ik neem de dingen maar zoals ze komen. Ik ben wel blij dat ik de vaccinatie al heb gehad. Heb je gezien hoeveel mensen er aan corona zijn overleden?”

Als een vogel in een kooi

Het is de precies reden dat Wim Pennings weliswaar een uitzondering maakt voor zijn vriendin, maar bijvoorbeeld de kleinkinderen en achterkleinkinderen vooralsnog van een afstandje ziet. Het is geen pretje voor een man die de wereld heeft gezien, als elektrotechnicus op booreilanden de continenten over vloog en tot voor kort alle windrichtingen op reisde voor vakanties. “Als je een vrije vogel bent en je komt in een kooi te zitten, dan voel je je niet happy. Ik ben de regie verloren, al probeer ik er nog steeds iets van te maken. Eendjes voeren, ritjes op mijn scootertje, soms een wijntje drinken met medebewoners. Maar ja, de mensen zijn hier vatbaar, hè. Voor mezelf ben ik echt niet bang dat me nog iets overkomt. Dat is dan maar zo. Maar voor de anderen moet ik voorzichtig blijven.”

Lees ook:

Meer vrijheden na een prik, is dat wel ethisch? ‘We krijgen vaccinatiediscriminatie’

Met aparte kerkdiensten voor ingeënte gelovigen – een suggestie van de Protestantse Kerk in Nederland – verruimt het aanbod van activiteiten. Maar zit er geen ethisch addertje onder het gras?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden