ColumnBert Keizer

Het brein is nergens zonder breinbewoner

In Trouw van afgelopen zaterdag schreef Heleen Slagter een fascinerende column over ons geestelijk functioneren. Of ging het over de anatomische basis van ons geestelijk functioneren? Ze maakte me in de war over deze vraag. Ze schrijft: ‘Het brein voorspelt en corrigeert.’

Ik denk dat ze hier twee betekenissen van ‘brein’ door elkaar haalt. ‘Brein’ kan betekenen ‘geestelijke activiteit’ zoals in zinnetjes als: ‘Hij heeft een goed brein’ of ‘jij moet je brein eens wat beter gebruiken’. Maar ‘brein’ kan ook slaan op de ingewikkelde macaroni die in de benige doos van de schedel zit opgesloten, het orgaan. En daarover kun je zeggen: ‘Het brein woog 1150 gram’ of ‘in het brein vinden we neuronen’,  of ‘enigszins verrassend is het feit dat Neanderthalers een groter brein hadden dan homo sapiens’. 

Nu we deze twee gescheiden hebben, komen we tot een lichte frons bij het idee dat het brein voorspelt en corrigeert. Wat? Neuronen voorspellen of corrigeren niks. Ze zenden impulsjes uit langs draden die weer naar andere neuronen gaan. De hersenonderzoeker ziet die pulsjes en weet (op grond van heel andere informatie dan pulsjes), dat de breinbezitter zometeen haar arm gaat optillen. Dat weet zij omdat in het verleden dat impulspatroon gevolgd werd door arm optillen. Voorspelt het brein dan?

Voorspelt de herfst de winter? Nou, niet in de zin waarin de politicus voorspelt dat brexit een debacle wordt.

Gepsychologiseer over neuronen

Neurowetenschappers hebben de onuitroeibare neiging om neuronale gebeurtenissen op psychologiserende wijze te beschrijven. Zo schrijft Slagter: ‘… alle activiteit van het brein – zien, denken, voelen, handelen ….’ En daar gaan we weer: het geestelijke brein ziet, denkt, voelt en handelt, maar het orgaan doet dat niet. Omdat een brein niets ziet, kun je er geen gebaren tegen maken. U hebt nog nooit een brein ergens op gewezen. Ik wel. Nou ja, ingezien dat het onzin is. Ik heb drie maanden meegelopen met de neurochirurgen in het VU-ziekenhuis. En daar nogal eens breinen in de geopende schedel van heel dichtbij kunnen toespreken. En u ziet meteen dat dat onzinnig is.

Wie zegt dat het brein ziet, denkt, voelt en handelt die zegt óf iets heel saais, óf iets dat onjuist is. We hebben het over het aloude geest-lichaam probleem en in de neurowetenschap legt men graag een krant over de afgrond tussen geest en lichaam.

Waarom zou je eigenlijk niet psychologiserend mogen spreken over het brein? Je zegt toch ook: “de darmen zorgen er voor dat we in leven blijven?” En dan bedoel je echt niet dat de darmen ongerust worden als er een hele tijd geen voedsel langs komt. Het is een metafoor, die je opgeeft om de gebeurtenissen in het spijsverteringskanaal verder biochemisch te beschrijven.

Het brein is nergens zonder breinbewoner

Maar in de neurowetenschap blijf je nergens als je de ‘metafoor’ van geestelijk leven opgeeft. Als je ophoudt te spreken over een brein als corrigerend, voelend, ziend etc. dan zijn pulsjes alles wat je nog rest. En die kunnen geestelijke inhoud niet ‘verklaren’. Als een bepaald hersendeel actiever is terwijl u ziet (er vliegen meer pulsjes heen en weer) dan wil dat niet zeggen dat dat hersendeel ziet. Nee, U ziet, met de nadruk op ‘U’.

Lees hoe Slagter op twee breinen hinkt: ‘Het [brein] heeft immers geen ogen en oren, maar alleen kennis van de signalen die binnenkomen via de zintuigen, morsecodes die het moet leren duiden.’ Geen ogen en oren, prima, maar dit zintuigloze brein moet vervolgens kennis verwerven door morsecodes (de pulsjes) te leren duiden. Hoe doet het breinorgaan dat als het niet kan zien of horen of voelen of ruiken of betasten? En hoe zou een neurowetenschapper in die pulsjes-orkaan een specifiek pulsjespatroon kunnen ontwaren waarvan ze durft te zeggen: kijk, dáár worden de pulsjes ‘geduid’. Geduid? Hou toch op, neuronen kunnen niks duiden.

Wat Slagter beschrijft is de positie van de neurowetenschapper die naar het brein(orgaan) kijkt en tegelijkertijd naar het doen en laten van de breinbewoner. Die positie ligt in alle opzichten buiten het bestudeerde brein. Het verwarrende van haar uiteenzetting is dat ze net doet alsof dit duiden daar ergens in of bij of tussen de neuronen plaatsvindt. Er zit geen neurowetenschapper in het brein (orgaan). Wel in het brein (geest).

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden