ColumnBert Keizer

Hebben doden het geestelijk beter dan comateuzen?

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Ieder begrip heeft vage grenzen. Of, zoals Emily Dickinson het zei: er zijn geen gehelen hier beneden. Alles wat je op aarde tegenkomt is rafelig. Ook het begrip ‘mens’. Weet u precies wanneer iets een mens is? Wat te denken van het ééncellige stadium? En bij duizend cellen? Op school leerde ik dat God op het moment van de conceptie een onsterfelijke ziel in het ontluikende lijfje stort. Op die manier heb je meteen een volledig mens te pakken, zodra eicel en donderpadje in elkaar opgaan.

Dit is wel een veronderstelling die veel ellende voortbracht. Abortus is dan moord. En doodgeboren kinderen hebben geen kans op de hemel. Ik hoorde van een verpleegkundige uit een katholiek ziekenhuis dat de nonnen daar in de jaren zestig een oplossing voor hadden. Na een (uiteraard spontane) abortus werd het vruchtje even in lauw water gehouden met de tekst ‘Ik doop u in de naam van de Vader etc.’, zodat dit zieltje probleemloos omhoog kon wieken en zo de hemel binnen vliegen. Mensen zijn nog veel gekker dan u en ik toch al dachten.

Dit is wel consequent als je aan de rand van het begrip ‘mens’ geen rafels wilt zien maar een mooie scherpe rechte lijn. Omdat de meesten het begrip ‘mens’ wel wat slordiger willen opvatten ontstond de huidige abortuspraktijk.

Gestoord bewustzijn

Rond zo’n vruchtbeginsel is het nog wel te doen om wat te morrelen aan begrippen om eens te zien hoe stevig ze blijken. Maar geneeskunde heeft ons opgezadeld met situaties waarin het veel lastiger is om je af te vragen of er nog een mens aanwezig is. Vroeger sprak men van coma-patiënten, nu spreekt men over PDOC-patienten, mensen met een Prolonged Disorder Of Consciousness. Het gaat om een gestoord bewustzijn, niet per se om een totaal afwezig bewustzijn.

Een collega stuurde mij een artikel uit 2011 waarin psychologen onze houding ten opzichte van deze groep onderzochten. Daar komt iets heel grappigs uit. We (ik zeg even ‘we’) denken dat doden een rijker geestelijk leven hebben dan wat ik toch maar aanduid als coma-patiënten. Dat zit zo: we zien een mens als een lichaam maar ook als een geestelijke aanwezigheid. Als je naast het levende lichaam van een coma-patiënt staat dan ben je geneigd zijn of haar geestelijke leven als zeer laag of saai of elementair of miniem of helemaal afwezig in te schatten.

Dat is anders als we kijken naar de doden. We denken dat het geestelijke deel van een mens op de een of andere manier ook na de dood zal doorgaan. En omdat we niet langer worden gehinderd door de aanwezigheid van het lichaam denken we veel toegeeflijker over het geestelijke leven van de doden. We gaan er eigenlijk van uit dat die geestelijk nog heel wat meemaken en dat is een aanname die minder goed lukt als je naast een coma-patiënt staat. Je ziet, of vreest, dat er daarbinnen in dat lichaam niet veel meer gebeurt. In ieder geval weinig goeds, niets opwekkends. En het is precies dat moeizame dat wegvalt als je het lichaam uit de waarneming wegschrapt en aan de dode denkt als lichaamloze geest. Dus hebben de doden het geestelijk beter dan de comateuzen. Ik vond het een leuke paradox. Ja, wat u zegt, we zijn nog veel gekker dan etc.

Er pruttelt vaak nog wat daarbinnen

Patiënten met ernstige hersenschade die we vroeger makkelijker uitboekten als bewusteloos, blijken nu aan de hand van verfijnde opsporingsmethodes voor hersenactiviteit niet zo inactief als we dachten. Er pruttelt vaak nog wat daarbinnen, neurologisch gesproken. En de gekmakende vraag die daar onherroepelijk op volgt is: is er nog iemand daarbinnen? En wat voor iemand is dat? Is dat nog een mens? Wil die dat we doorgaan met voeding en vocht? Wie durft op welke grond te zeggen: nee, dat wil die niet? Of: ja, dat wil die wel?

‘Vroeger’ kwamen we nooit bij deze vragen terecht. Dat lukte medisch niet. Nu zitten we ermee en hebben we onszelf een randgebied in gemanoeuvreerd waar we niet meer goed weten wat te denken van een lichaam waarbinnen de hersenen zijn beschadigd. ‘Vroeger’ zeiden we: de ziel blijft gewoon intact. Nu kunnen we daarmee niet uit de voeten.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden