Geestelijk verzorger Harm Siebesma: ‘Wij vallen buiten het systeem’.

Geestelijke zorg

Harm Siebesma (64) is er, voor als je het even niet meer weet

Geestelijk verzorger Harm Siebesma: ‘Wij vallen buiten het systeem’.Beeld Olaf Kraak

De 23 geestelijk verzorgers van ’s Heeren Loo creëren een vrijplaats voor vertrouwelijke gesprekken met hun verstandelijk beperkte cliënten. In een onlangs verschenen boekje beschrijven verzorgers en bewoners hun ervaringen.

“Je wilt liever geen beperkingen hebben. Toch moet je het accepteren, dat is best lastig. Het is fijn om daarover te praten. Dat je daardoor leert dat je ook veel goede dingen hebt.” De 32-jarige Nico bespreekt zijn moeite om te aanvaarden dat hij verstandelijk beperkt is geregeld met een geestelijk verzorger van de instelling waar hij woont, ’s Heeren Loo, een zorginstituut voor circa tienduizend mensen met een beperking, met locaties over het hele land. De instelling heeft 23 geestelijk verzorgers in dienst. In het net verschenen, fleurig geïllustreerde boekje ‘Het leven vieren, gedenken en bevragen’ leggen zij aan cliënten, familie en medewerkers uit wat hun werk inhoudt. Ze doen dat in toegankelijk Nederlands, aan de hand van hun eigen ervaringen en die van familie en cliënten – ook Nico komt erin aan het woord.

“We hebben de functie van vrijplaats”, zegt Harm Siebesma, 64 en dertig jaar werkzaam bij ’s Heeren Loo. Hij leidt kerkdiensten op zondag en zit het moreel beraad voor waar artsen en andere hulpverleners ethische dilemma’s bespreken. Hij spreekt medewerkers en familie, maar vooral praat hij met bewoners.

Siebesma werkt momenteel veel met mensen die als kind in de instelling zijn gekomen en die nu in de zestig, zeventig zijn. Rouw is een thema dat veel ter sprake wordt gebracht. Verdriet om een overleden ouder, een broer of zus, een andere cliënt. Hij heeft ook net een gesprek gehad met een vrouw die het fijn vindt om aan een stuk door te praten. En met een man, die in een heftige situatie was beland en die via zijn persoonlijk begeleider liet weten dat hij graag met Siebesma wilde praten.

‘Er is altijd hoop. Dát perspectief laat ik jongeren graag zien’

“Wij vallen buiten het systeem”, zegt de geestelijk verzorger. “Alles wordt hier gerapporteerd, alles gebeurt tegen de achtergrond van een behandeling of in de context van een therapie. Wij schrijven geen rapporten. Wij luisteren en gaan in op wat mensen zeggen, we stellen vragen.”

Gevarieerde achtergrond

In Nederland zijn circa 1200 geestelijk verzorgers actief. Ze bieden professionele begeleiding, hulpverlening en advies bij zingeving en levensbeschouwing. Traditioneel werken ze in zorginstellingen, in gevangenissen en in de krijgsmacht. De afgelopen tijd zijn ook in het aardbevingsgebied geestelijk verzorgers aangesteld. De politie heeft de eerste vacatures voor deze beroepsgroep geplaatst. Betrekkelijk nieuw is ook dat zij aan huis komen, bij kwetsbare mensen van boven de vijftig en bij ernstig zieken. Vorig jaar stelde minister Hugo de Jonge (welzijn, CDA) hiervoor subsidie beschikbaar. Aanvankelijk zaten geestelijk verzorgers vooral in de christelijke hoek. Hun achtergrond is nu gevarieerder, er zijn ook islamitische, humanistische, joodse geestelijke verzorgers. Voor het vak zijn opleidingen op universitair en hbo-niveau.

In het voorwoord van het boekje schrijven Siebesma en zijn collega’s: ‘Wij zijn er, als je het even niet meer weet’. Dat is meer bedoeld als uitnodiging dan dat geestelijk verzorgers een oplossing aanreiken. Siebesma: “We zoeken samen. Het kan zijn dat we naar een oplossing toewerken. Maar vaak gaat het over dingen waar geen oplossing voor is. Als je oplossingsgericht bent, blijf je in de actiehouding. Soms moet je aanvaarden dat er geen oplossing is.”

Maar hoop is er wel, schrijft een van zijn collega’s: ‘Er is altijd hoop. Dát perspectief laat ik jongeren graag zien... Een arts gaat over het lichaam, een psycholoog over de psyche. En de geestelijk verzorger is een hoopgever’.

Siebesma heeft dat ook gelezen. Hoopgever zou hij zichzelf niet meteen noemen. Maar hoop speelt ook bij hem een rol. “In de zin van: er zijn altijd mensen met wie je kunt praten, die vragen wat er aan de hand is.”

In dertig jaar is het vak behoorlijk veranderd

Een andere collega vertelt dat hij ook wel­eens mensen moet teleurstellen. Een vrouw, bijvoorbeeld, die dolgraag weer zelfstandig wil wonen, maar voor wie dat er gezien haar beperkingen niet inzit. Siebesma kent die situaties ook, waarin hij niet alleen een luisterend oor biedt, maar ook afwijzend moet reageren op wensen van een cliënt. “Ja, dat heeft te maken met eerlijkheid. Door erover te praten kun je zeggen waarom jij denkt dat bijvoorbeeld zelfstandig wonen niet gaat lukken. Het luistert heel nauw hoe je dat bespreekt. Intuïtie en ervaring helpen daarbij.” Ook een goed contact met de persoonlijk begeleider van de cliënt is belangrijk, zegt Siebesma. Want zo is de geestelijk verzorger zelf op de hoogte wat er kan, en wat niet.

In de dertig jaar die Siebesma bij ’s Heeren Loo werkt, is zijn vak behoorlijk veranderd. Toen hij begon was hij vooral dominee, niet in een gemeente maar in een instelling. Een christelijke instelling, welteverstaan: de mensen gingen op zondag min of meer automatisch naar de kerk.

’s Heeren Loo is nog steeds een christelijke organisatie, maar de achtergrond van de bewoners is nu divers, en die van de geestelijk verzorgers ook. Het team bestaat uit protestanten, katholieken, humanisten. Een woordvoerster van de instelling laat weten dat zij geacht worden ook bijvoorbeeld islamitische bewoners bij te staan bij zingevingsvraagstukken. “En als de vragen echt aan een specifieke religie raken, dan schakelen onze geestelijk verzorgers een externe imam of pandit in.”

Siebesma zelf is christen. Komt hij cliënten het geloof brengen? “Soms wel, dan wordt daarom gevraagd”, zegt hij. In de diensten op zondag is het christendom het uitgangspunt, bij uitvaarten soms ook, maar soms ook helemaal niet. In de gesprekken met cliënten is het sterk afhankelijk van wat de mensen zelf willen. “In veel situaties is het geloof niet relevant. Maar soms is het dat ook wel. Ik leid een gespreksgroep voor oudere cliënten, over bijbelverhalen. Dan komt vanzelfsprekend ook de geloofskant naar voren. Ik richt me op diegene die ik voor me heb.”

Nico vertelt in het boekje dat hij de geestelijk verzorgers vertelde wat hij in zijn jeugd heeft uitgespookt. Ze hebben naar hem geluisterd en met hem gesproken over vergeving en liefde. “Wat ik heb gedaan, dat heeft God ook gezien. En ik heb er spijt van. Je kunt jezelf ook vergeven. Dat is niet makkelijk, maar ik heb geleerd dat je dan een ander mens wordt.”

Lees ook:

De boeddha in de bajes: een interview met geestelijk verzorger Cuong Lu

Cuong Lu (50) was de eerste boeddhistisch geestelijk verzorger in Nederlandse gevangenissen. Hij schreef zijn ervaringen op in het boek ‘De boeddha in de bajes’. ‘Een gevangene zei eens tegen mij: Cuong, wat jij ons leert is beter dan een joint.’

Geestelijken in gevangenis mogen informatie geheimhouden

Geestelijken die in een gevangenis werken hoeven verklaringen van gedetineerden niet prijs te geven. De Hoge Raad heeft bepaald dat geestelijke verzorgers, van welke geloofsstroming ook, het verschoningsrecht hebben, net als artsen, advocaten en notarissen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden