Gratis kinderopvang, een duivels dilemma.

Verkiezingen 2021Kinderopvang

Gratis kinderopvang: het klinkt goed, maar het is een duivels dilemma

Gratis kinderopvang, een duivels dilemma.Beeld Idris van Heffen

Het politieke draagvlak voor gratis kinderopvang groeit. Het idee lijkt eerlijk en eenvoudig, maar wat betekent het voor de kwaliteit van de opvang die in Nederland juist net zo tot bloei is gekomen? Een belangenafweging.

D66, GroenLinks, PvdA, SP en 50Plus willen kinder­opvang voor tenminste vier dagen in de week gratis maken en de Partij voor de Dieren wil dit ‘Scandinavische model’ nader onderzoeken. Linkse partijen zien gratis kinderopvang als een manier om ‘de verzorgingsstaat weer op te bouwen’. Ouders krijgen zo alle ruimte om te werken of te studeren en aan alle kinderen zou ­opvang met goede pedagogische zorg een gelijkwaardige startpositie in het leven kunnen bieden. Bovendien – niet onbelangrijk nadat het kabinet gevallen is om de toeslagenaffaire – zou gratis opvang een enorme versimpeling betekenen van de financiering. Het toeslagensysteem is burgers en de overheid boven het hoofd gegroeid.

Ideeën over een nieuw systeem van ­kinderopvang zijn er al jaren. Vooraanstaande onderzoeks­bureaus en wetenschappers schreven rapporten over de effecten van gratis kinderopvang op de arbeidsparticipatie van ouders (die er nauwelijks wat mee opschiet), de Bildung (vorming) van kinderen en hun kansengelijkheid (die afhankelijk is van de kwaliteit van de opvang), de financierbaarheid (erg kostbaar), de rol van durfinvesteerders (die kampen met een negatief imago) en de wijze waarop je de kinderopvang minder ingewikkeld kunt financieren. Allemaal onderzoek dat in een volgend kabinet kan worden gebruikt bij een besluit over de toekomst van de jeugd van nul tot twaalf jaar, die opgroeit in een moderne samenleving die transparant moet zijn naar de burger, ­gelijke kansen moet bieden aan alle kinderen en ouders in staat stelt tot een gelijkwaardige carrière.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart belicht Trouw steeds een week lang onderwerpen die tijdens de campagne en daarna een belangrijke rol zullen spelen. Deze week staat in het teken van kansen(on)gelijkheid. Volgende week komt de wooncrisis aan bod.

“Lang werd kinderopvang vooral beschouwd als een arbeidsmarktinstrument”, zegt hoogleraar sociale wetenschappen Paul Leseman van de Universiteit Utrecht, “maar nu zien we het steeds belangrijker worden als educatieve voorziening. Het gaat bij deze verkiezingen om het ideaal van gelijke kansen. Kinderen van werkende ouders bezoeken de crèche of bso en kinderen uit lagere inkomensgroepen kunnen naar de voorschool. De groep daartussen bereik je niet.”

Leseman en zijn Utrechtse collega Pauline Slot, universitair medewerker sociale wetenschappen en projectleider van Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang, zien allebei dat het beter stroomlijnen van de opvang in Nederland noodzakelijk is. “Het is een lappendeken”, zegt Slot. “En om het nog complexer te maken zijn commerciële opvangorganisaties inmiddels ook taken gaan uitvoeren die vroeger bij de gemeente lagen, zoals het bijwerken van taalachterstanden. Wat je ziet, is dat ouders zelf hun weg moeten vinden en toeslagen moeten aanvragen. Dat vinden ze steeds lastiger.”

De Nederlandse kinderopvang is een hybride stelsel van commerciële ondernemingen, stichtingen zonder winstoogmerk, maatschappelijke organisaties met zowel winstgevende als non-profitdiensten en ­gemeentelijke voorscholen. Maar hoe ingewikkeld het ook is, zegt Slot, “we hebben wat betreft de kwaliteit wel een hoog niveau bereikt. We kunnen in dit stelsel kwaliteit bieden aan doelgroepen die er het meeste baat bij hebben. Vergelijk je het met andere Europese landen, dan bieden we zowel emotioneel als educatief de beste zorg. Kijk je naar Scandinavische landen met universele gratis kinderopvang, dan is de kwaliteit daar minder hoog dan bij ons.”

Of een volgend kabinet kinderopvang gratis moet aanbieden, is volgens Slot ‘een ongelooflijk moeilijke beslissing’. Welke ­belangen weeg je af? Trouw zet ze op een rijtje.

Welke idealen dien je met gratis kinderopvang?

Gratis kinderopvang is minder ingewikkeld dan toeslagen

Als kinderopvang helemaal gratis wordt, dan kunnen we af van de complexe toeslag. Ook de combinatiekorting zal verdwijnen, een fiscaal voordeel voor de minstverdienende ouder, en de kinderbijslag kan even­eens omlaag. Dat alleen levert echter niet genoeg op om vier dagen kinderopvang te ­financieren. Het kabinet liet doorrekenen dat ook de werkgeversbijdrage voor het verlof van ouders dan omhoog zou moeten, er beknibbeld kan worden op het geld dat nu bestemd is voor onderwijs en er, zoals linkse partijen graag roepen, ‘miljonairsbelasting’ moet worden geheven. In de meest vergaande vorm kost de gratis kinderopvang 8 miljard euro extra per jaar.

Wat het nieuwe systeem oplevert, is dat ouders hun kind van baby tot aan de middelbare school vier dagen per week naar iedere opvang mogen sturen: of het nu het integrale kindcentrum bij de school is of de commerciële sport-bso op de hoek, de stichting met peuterspeelzaal of de voorschool met taalprogramma’s. De keuzevrijheid blijft en voor al deze organisaties gelden dezelfde vaste tarieven. Die worden dan rechtstreeks door de overheid betaald.

Ook maakt het niet meer uit of je als ­ouder werk hebt of niet. Als kinderopvang een gratis voorziening wordt, is het voor de toeslag niet van belang hoe hoog het inkomen van de ouders is. Alle gezinnen kunnen er dan in gelijke mate van profiteren.

Meer vrijheid om te werken voor ouders

Alle ruimte om te werken, te ondernemen en te studeren dus, met vier dagen gratis kinderopvang. Maar hebben Nederlandse ouders, vooral moeders, daar wel zin in?

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat Nederlandse ouders twee tot drie dagen opvang voor hun kind ideaal vinden. Soms vinden ouders om levensbeschouwelijke of cultu­rele redenen dat ze zelf voor hun kinderen moeten zorgen. Dus ook als de opvang vier dagen gratis wordt aangeboden, is het volgens Leseman de vraag of ouders daar meer dan twee dagen gebruik van maken.

“Je kunt het als overheid dan toch aanbieden om een cultuuromslag naar fulltime werkweken voor alle ouders te bewerkstelligen. Gratis kinderopvang is ook een kwestie van het aanpassen van je sociale voorzieningen op de moderne tijd.”

Gelijke kansen voor alle kinderen

Kinderen uit achterstandsposities hebben op jonge leeftijd veel te winnen in hun taalontwikkeling en hun cognitieve en sociale ontwikkeling. Een wereldberoemd onderzoek van Nobelprijswinnaar James Heckman uit de jaren zestig toonde aan dat drie- en vierjarige kinderen uit zwakke Afro-Amerikaanse milieus, die gedurende twee jaar goede opvang kregen en begeleiding van de ouders bij de opvoeding, veel vaker hun school afmaakten. Ook vonden ze beter ­betalende banen, waren ze gezonder en ­belandden ze minder in de criminaliteit. De kinderen werden decennia gevolgd. Uiteindelijk, concludeerde Heckman, won de staat voor iedere in onderwijs en opvang geïnvesteerde dollar gemiddeld elf dollar terug.

Of kinderen uit betere milieus ook zo veel opschieten met uitgebreidere kinderopvang, is een punt van discussie. Uit recent Deens en Amerikaans onderzoek blijkt dat jonge kinderen die fulltime naar de opvang gaan, later cognitief niet beter scoren. Op vijf- tot negenjarige leeftijd zouden ze vaker kampen met angsten of druk gedrag en agressiviteit.

Paul Leseman neemt deze resultaten voor de Nederlandse situatie met een korrel zout: “Bij onze opvangkwaliteit is het voor kinderen niet slecht om naar de opvang te gaan. Inderdaad kan slechte opvang negatief uitpakken voor kinderen. Wie baat heeft bij de opvang, gaat het vooral over de vraag: wat zou het alternatief geweest zijn? En dan is de kans dat kinderen met problematische thuissituaties op de opvang nog meer gestimuleerd worden dan thuis, groter.”

Welke idealen zet je met gratis kinderopvang op het spel?

Goede kwaliteit van kinderopvang

Scandinavische landen met gratis kinderopvang leveren volgens Slot op educatief vlak niet de kwaliteit van het hybride Nederlandse model. Maar of gratis kinderopvang per se slecht is voor de kwaliteit, kan zij niet met zekerheid zeggen. “Het belangrijkste is dat we, zoals nu, veel aandacht houden voor de individuele behoeften van het kind.” Leseman vreest ook dat, wil je gelijke kansen bieden aan alle kinderen, de opvang van zulke hoge kwaliteit moet zijn dat de kosten flink oplopen. “Wat dreigt, is dat we geen ruimte hebben extra kwaliteit te bieden aan kinderen uit maatschappelijke achterstands­groepen of met speciale zorgbehoeften.”

Investeringen van overheidswege zijn altijd afhankelijk van de conjunctuur: moet er bezuinigd worden of niet? “Daar zit een risico”, zegt Slot. “Het rijk betaalt nu ook al zo’n 60 tot 70 procent van de kosten. Rond 2012 ging ineens de kinderopvangtoeslag omlaag, waardoor ouders zelf meer moesten bijdragen. Dat bracht veel organisaties in de problemen en de kwaliteit daalde. Dat is nu weer bijgetrokken. De verschillen tussen een peuterspeelzaal en een dagopvang zijn door nieuwe wetgeving steeds kleiner. We hebben onze regels aangescherpt: er is een gunstiger leidster-kindratio, er werken meer pedagogisch medewerkers, de kennis over babyopvang is verbeterd en er zijn altijd ‘vier ogen’ op een groep. Dat opvang ook een leerfunctie heeft, vindt inmiddels iedereen. Het gaat erom dat je, al is de opvang gratis, deze kwaliteit kunt blijven bieden.”

Functionerende marktwerking

Het is GroenLinks, SP en PvdA een doorn in het oog dat durfinvesteerders de winsten van kinderopvangorganisaties in eigen zak steken. Sinds het faillissement van Estro in 2014 heeft private equity ook in deze branche een slecht imago. De partijen ­werken aan een wetsvoorstel waarbij deze investeerders worden verplicht de winst te gebruiken voor kwaliteitsverbetering.

Toch klopt dit beeld van graaiers niet helemaal. “Nog geen 10 procent van de markt is in handen van grote investeerders”, zegt Leseman. “En daarbij: wie risico loopt, mag ook winst maken. Ik kan me wel voorstellen dat er een soort klem op die winst komt.”

“De laatste jaren is juist goed ondernemerschap getoond”, vindt Astrid van Leeuwen, sectorspecialist van kinderopvang en onderwijs bij de Rabobank. “Er heeft een shake-out plaatsgevonden, waardoor juist die kinderopvangorganisaties die naast goed pedagogisch beleid ook innovaties hebben doorgevoerd, zijn overgebleven. Die inno­vaties zijn mede mogelijk gemaakt door ­kapitaalinjecties vanuit ondernemers en private-equitypartijen. De kwaliteit die we nu hebben, is dus ook aan hen te danken.”

Wil kinderopvang bijdragen aan gelijke kansen, dan moet het nog meer dan nu een sociale sector worden, vindt Leseman. En dat vraagt veel: “Het bedrijf moet zich richten op inclusie, op het aanknopen van relaties met ouders, op het vestigen in wijken waar weinig opvang is en daar bijdragen aan het leefklimaat, en op het ontwikkelen van programma’s voor specifieke doelgroepen. Alle aanbieders moeten maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen.”

Volgens Van Leeuwen wordt dat lastig als iedere kinderopvang gaat werken met vaste tarieven – als je de opvang gratis maakt, vergoed het rijk overal hetzelfde. “Kun je voor extra diensten dan nog wat meer factureren? Een typecursus, een voetbalclinic, mag dat nog? Innoveren en je dienstverlening ver­beteren wordt dan wel heel moeilijk.”

Ook Slot vindt die vaste tarieven een ­ingewikkelde kwestie. “In mijn onderzoek bleek niet dat duurdere opvang ook betere opvang is. Het is wel belangrijk dat de vaste prijs in ieder geval kostendekkend is en dat is voor iedere onderneming weer anders. Als je wilt dat alle kinderen naar de opvang ­kunnen, moet het in alle wijken lonen om er een opvang te starten, ook als je ergens meer kosten moet maken vanwege hogere huren of een sociaal-economisch zwakkere populatie met veel zorgbehoeften. Je moet dan dus toch in je prijzen kunnen variëren.”

Prudent op de penning

Het kabinet beraamt de kosten voor gratis kinderopvang van vier dagen op 8 miljard per jaar. Aangezien de hele operatie zo’n acht tot twaalf jaar gaat duren, zullen meerdere kabinetten vastzitten aan zo’n uitgave. Van Leeuwen vraagt zich af of zo’n peper­dure stelselwijziging verstandig is na de enorme uitgaven tijdens de coronacrisis. “Iedereen zegt ja tegen iets dat gratis is, maar we betalen al veel in het Nederlandse onderwijs. De zakken zijn deze maanden heel diep. Hoe gaan we dat terugbetalen?”

Ook is het de vraag aan wie dat geld ­eigenlijk ten goede komt. Volgens Paul ­Leseman zullen hoogopgeleide ouders die nu nog zelf opvang betalen, dan overstappen op gratis kinderopvang. “Dat is ook in Engeland gebeurd. Migrantengezinnen of gezinnen met een traditionele rolverdeling zullen minder dan twee dagen gebruik willen maken van de opvang. Gratis kinderopvang leidt, als niet iedere groep er maximaal gebruik van maakt, tot een minder eerlijke herverdeling van de collectieve welvaart. Vooral werkende, hoger opgeleide ouders profiteren dan.”

Aanbeveling

De aanbeveling van Slot en Leseman is daarom ook: beperk de gratis kinderopvang tot zestienuur per week of twee dagdelen in de naschoolse opvang. Leseman: “Dat past het beste bij alle typen gezinnen en je houdt ruimte over voor extra programma’s voor specifieke doelgroepen.” Bovendien, zegt Slot, “twee dagen gratis kinderopvang is minder duur, waardoor de kwaliteit niet direct in het geding hoeft te komen.”

Lees ook:

Gratis crèche alleen helpt vrouw niet aan het werk

Mooi dat politici na het schandaal met de kinderopvangtoeslag pleiten voor gratis crèches. Maar als de ingesleten rollenpatronen niet veranderen, blijft de vrouw thuiszitten, schrijven Anneke Westerlaken en Kai Pattipilohy.

Stop kinderen niet de hele week in de opvang, maar koester de deeltijdsamenleving

De emancipatiestrijd wordt verkeerd gevoerd, met de man als norm en het kind als slachtoffer. De hele week in de opvang zodat ouders fulltime kunnen werken, is de doodsteek voor een zorgzame samenleving, meent Margriet Zwart-Westers, theoloog en moeder van twee kinderen.

Gratis kinderopvang? Dat is iets om serieus te nemen

De kersverse partijleider van D66, Sigrid Kaag, heeft haar wensenlijstje neergelegd. Daarop staat onder andere gratis kinderopvang. Dat kost wat, maar lost ook twee nijpende problemen op, schrijft Irene van Staveren in een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden