InterviewJacobine Geel

GGZ-voorzitter Jacobine Geel: ‘Het geld dat er nu is, kan zinniger worden besteed’

Jacobine Geel.Beeld Mark Kohn

De geestelijke gezondheidszorg lijkt te bezwijken, maar nu ligt er een plan voor een betere aanpak. Als ook de politiek maar meewerkt.

De geestelijke gezondheidszorg moet anders. Dat zegt niet de zoveelste criticus, maar de sector zelf, die dreigt te bezwijken onder de toeloop. Jacobine Geel, voorzitter van ‘GGZ Nederland’, doet geen moeite de minpunten te ontkennen. Vandaag staat de ggz op de agenda van de Tweede Kamer. Geel hoopt daar steun te krijgen voor nieuwe vormen van hulp.

Hoe staat de geestelijke gezondheidszorg er in uw ogen in Nederland voor?

“Die staat, ook internationaal, hoog aangeschreven. Maar de toegang tot de zorg en de manier waarop we die zorg bij de mensen krijgen, die moet echt veranderen. De mensen die de zorg het hardst nodig hebben moeten het langst wachten.”

U heeft het over wachtlijsten?

“Ik heb het over wachtlijsten, over versnippering, over de manier waarop mensen naar de zorg geleid worden, heel medisch, terwijl de echte problemen misschien eerder moeten worden opgelost op een ander vlak: bij wonen of schuldhulpverlening of andere terreinen van het leven die allemaal meetellen als het gaat om de psychische belasting van een mens.

Niet alle problematiek wordt per se het beste aangepakt via een medisch traject. Wij willen eigenlijk de hele route, de weg die mensen afleggen, verbeteren. Ruim een miljoen mensen maken ieder jaar gebruik van de ggz. Voor velen van hen zouden andere vormen van ondersteuning effectiever kunnen zijn dan de hulp die er nu is.”

Niet iedereen bij de ggz is een patiënt?

“Ik vind dat we het anders moeten gaan organiseren. Er is natuurlijk een groep die echt gewoon naar die specialistische ggz moet en daar ook zo snel mogelijk terecht moet komen. Maar de groep die aanklopt bij de ggz is zo gigantisch groot geworden. We moeten ons nu echt gaan afvragen wat we anders kunnen doen om mensen te helpen, met zaken die niet direct bestaan uit medische of specialistische psychiatrische hulp.”

Vlak vóór de coronapandemie zaten professionals en bestuurders uit de ggz dagen bijeen om te bedenken wat er beter kan. Het resultaat was een ‘visie-document’, waarvan Geel hoopt dat de politiek het als richtsnoer gebruikt om beleid mee te maken. Politieke steun kan precies het zetje zijn dat de sector nodig heeft.

Het rapport bevestigt wat de kranten eerder ook al schreven. Er gaat veel niet goed in de sector. In één alinea somt het visie-document op wat er zoal aan schort: behalve het probleem van de wachtlijsten, is er ook het probleem van familieleden van mensen met een psychische aandoening die niet weten bij wie ze terechtkunnen. Van het ieder jaar groter wordende aantal meldingen van onbegrepen gedrag op straat. Van ggz-aanbieders die soms met meer dan honderd verschillende partijen contracten moeten sluiten en dat die partijen afkomstig zijn uit vijf verschillende financieringsstromen met elk hun eigen voorwaarden en verantwoordingseisen. En dan is er nog het probleem van de zorgprofessionals, die het enthousiasme voor hun baan verliezen door een stortvloed aan administratieve verplichtingen. ‘De huidige organisatie van de geestelijke gezondheidszorg remt samenwerking en stimuleert bureaucratie’, zo staat er.

Dat is een waslijst aan kwalen. Wat is het medicijn?

“Laat ik als voorbeeld de toegang tot de specialistische ggz noemen. Dat gaat nu zo: mensen krijgen klachten, ze gaan naar de huisarts. Dan komen ze op een wachtlijst en in de loop van de tijd krijgen ze vaak ergere klachten. Wat je zou willen, is dat de huisarts meteen denkt: ik kan terecht bij een ggz-professional, zoals een psychiater die snel kan meekijken waar deze patiënt het beste mee geholpen is, en zo veel sneller de goede hulp krijgt. Het is niet het ei van Columbus, het is een keuteltje van Columbus, maar dat kan nu dus niet. Nu moet het allemaal in de tijd die eigenlijk is bestemd voor patiënten die al in behandeling zijn. Het past niet in de schema’s en de structuren van de bekostiging en dus gebeurt het niet, ook al zou die patiënt sneller geholpen zijn.”

Moet de politiek dat doen?

“Mijn boodschap is: daar waar we kunnen verbeteren, moeten we dat gewoon doen. We kunnen veel zelf, maar voor sommige dingen is het nodig dat er iets aan de regels verandert. Een ander voorbeeld: we zouden graag willen dat er een soort collectief komt waarin bijvoorbeeld een huisarts en een ggz-aanbieder en een wijkteam bij elkaar zitten en dat iemand met een probleem daar binnenkomt. Dan kun je met elkaar kijken: wat zou nou het meest helpen? Is dit iets medisch, of staat hier iemand die met een budgetcoach zijn schulden op orde moet krijgen, omdat dat óók lucht en adem geeft?”

Wat let u om daar gewoon aan te beginnen?

“Het systeem is verkokerd: Professionals hebben allemaal hun eigen routes, hun eigen organisatie, hun eigen geldstromen. Dat hindert samenwerking. Op sommige plaatsen is het wel gelukt om te vernieuwen zoals wij het voor ons zien, maar het kan alleen als experiment. Die proefprojecten lopen ook weer af, en dan stopt het weer. Waarom kan je dat niet gewoon veel makkelijker maken? Dat er een vorm van financiering is waarin achteraf wordt bekeken wie hoeveel heeft gedaan?”

Psychiater Damiaan Denys, uw voormalig collega als voorzitter van de vereniging van psychiaters, zegt dat we het lijden zijn verleerd. Alles wat de mens mankeert is een probleem van de ggz geworden

“Ik kan wel met hem meedenken. Zowel overbehandeling als onderbehandeling is een probleem in de ggz. Ik ben best voor een kleinere ggz. Maar ik ben dan tegelijkertijd ook voor een ander soort samenleving, en die hebben we nog niet. Je gaat natuurlijk niet zeggen: ‘Mensen, we hebben het verkeerd ingericht, dus doei!’ Zo gaat het niet. We zitten nu met meer dan een miljoen mensen die bij ons aankloppen. Die hebben echt leed, echt verdriet, echte angst.”

Waarom is het aantal mensen dat zich bij de ggz meldt zo groot geworden?

“Veel mensen zakken door het ijs, tijdelijk of langdurig. De samenleving is individualistischer dan vroeger, daardoor gaat het misschien wel te lang slecht met je. Op een gegeven moment word je dan dus doorverwezen naar de ggz. Dat is eigenlijk te laat. Is deze manier de best denkbare? Ik denk het niet, maar het is wel de werkelijkheid.

Nu loopt het vast. De kunst is nu om met behoud van het goede de instroom een beetje af te remmen. Alleen: dat kan de ggz niet alleen. Daar hebben we bijvoorbeeld ook gemeenten, sociaal werk en woningcorporaties bij nodig.”

U heeft niet alleen last van een te grote instroom. Mensen die nu in de psychiatrie werken zijn zo ontevreden dat ze ontslag nemen.

“Psychiaters en verpleegkundigen hebben het gevoel dat de zorg niet van hen is. Een gevoel van onteigening, alsof ze alleen nog maar in dienst zijn van één groot administratief vehikel dat alles moet bijhouden. Wat ze eigenlijk zouden moeten doen, daar komen ze niet meer aan toe. Dat is natuurlijk heel vervreemdend, daarvoor is niemand de zorg ingegaan. Psychiaters voelen zich een handtekening zettende instantie die de supervisie houdt. Dat is niet bevredigend, voor niemand. Ook om die reden moet je het anders ordenen.”

U richt zich op de politiek, maar verzekeraars hebben toch ook een belangrijke rol?

“Alles moet veranderen. Het systeem, zeg ik dan maar. Het Rijk houdt zich niet meer bezig met de dagelijkse praktijk van de zorg, maar die kan voor bijvoorbeeld zo’n consultatiefunctie wel iets aan de wet aanpassen. Onze wensen gaan over schotten, heel technisch, maar wel belangrijk. Over regio’s die niet overlappen. De politiek kan ons deels helpen. Maar wij laten deze lijn niet meer los, we spreken met iedereen.”

Als er nou een afslag was geweest waarvan u zegt: hadden we die maar nooit genomen, welke was dat dan?

“Begin deze week maakte het Sociaal Cultureel Planbureau bekend wat er mis is gegaan bij de decentralisaties, bij het overhevelen van de taken van het Rijk naar de gemeenten in 2015. Het SCP zegt: er is te veel blind gevaren op de zelfredzaamheid van mensen en op de eigen netwerken van mensen. Er is eerst op de financiering gekort, daarna werd duidelijk dat het niet werkte. Nu zijn heel veel mensen er minder goed aan toe dan vóór 2015. Laat dat dan een les zijn voor als we weer dingen gaan aanpassen. Laten we niet eerst denken dat het daarmee meteen goedkoper kan. Laten we denken dat het geld dat er nu is misschien zinniger besteed kan worden.”

Is er ook binnen de ggz zo’n verkeerde afslag geweest?

“Wij zijn zelf op een gegeven moment het aantal bedden sterk gaan afbouwen. Dat was vanuit de patiënt geredeneerd beter, de idee was dat je vanuit je eigen omgeving vaak het beste geholpen kan worden. Maar de focus lag een tijd wel heel erg op die afbouw en niet op de opbouw waardoor de versteviging van de ambulante zorg traag op gang kwam.”

Het verwijt is aak: de ggz is te groot en te duur en wil alleen maar meer geld. Maakt uw plan het goedkoper?

“Als je dit niet goed doet, zakken mensen door het ijs, met alle gevolgen van dien. Dan loopt de GGZ echt over. Alleen als je continuïteit hebt, heb je de rust om ook te vernieuwen. Daarom wil ik deze veranderingen niet doorvoeren met de slogan dat het daarmee ook goedkoper wordt. Ik wil dat het beter wordt, en misschien blijkt na een tijdje dat het ook voordeliger is. Uit de proefprojecten die nu lopen blijkt dat waar met deze nieuwe werkwijze wordt geëxperimenteerd, de resultaten positief zijn. Maar we weten nog lang niet zeker of dat wat in Limburg werkt, ook werkt in Amsterdam.”

Lees ook:

‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’

Psychiater Damiaan Denys vindt dat zijn eigen sector slecht presteert. Deze week verscheen een boek waarin hij de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg de maat neemt. ‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden