InterviewDamiaan Denys

‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’

Beeld Bram Petraeus

Psychiater Damiaan Denys vindt dat zijn eigen sector slecht presteert. Deze week verscheen een boek waarin hij de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg de maat neemt. ‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’.

Damiaan Denys is een man met een uitgebreide Wikipedia-pagina. Hij is, naast filosoof, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam en ­afdelingshoofd psychiatrie van het academisch ziekenhuis in diezelfde stad. Hij is spreker op congressen, gast bij ‘Zomergasten’, auteur van standaardwerken en winnaar van prijzen. Tot dit voorjaar was hij ook nog eens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Het was die laatste functie die hem ertoe bracht om de Nederlandse geesteszorg eens goed te analyseren. Als relatieve buitenstaander – Denys is Belg van geboorte – heeft hij enige afstand. Het bleek een sector die almaar uitdijt, maar waarin tegelijk de meest behoeftigen verkommeren.

Neem de coronacrisis. Vorige week zag hij hoe GGZ Nederland-voorzitter Jacobine Geel alarm sloeg over de crisis, waarin de geestelijke nood van Nederlanders opnieuw hoger wordt. Aan die boodschap op zich wil hij niets afdoen. Zelf heeft hij ook al eens geconstateerd dat deze crisis de mensen overspoelt met angst en onzekerheid. Maar toch, die ggz-noodkreet. “Het is altijd hetzelfde: het is verschrikkelijk erg, er moet meer geld bij en meer mensen.”

Hoe de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg uit de rails is gelopen

De stelling van Denys is: als er niet radicaal iets verandert, zal het nooit genoeg zijn. Donderdag verscheen het boek dat hij schreef, ‘Het tekort van het teveel’, waarin hij schetst hoezeer in zijn ogen de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg uit de rails is gelopen. Want ook al komen er ieder jaar meer psychiaters en andere hulpverleners, er blijven hemeltergend lange wachtlijsten.

Hij beschrijft hoe de vraag naar hulp almaar stijgt. Terwijl hij weet dat slechts de helft van de mensen die in de geestelijke ­gezondheidszorg wordt behandeld, een daadwerkelijke psychische stoornis heeft.

We begrijpen het lijden niet meer, stelt de psychiater. Het is hem in de loop der ­jaren opgevallen hoe er bijna geen andere woorden zijn voor wat hij ‘het lijden’ noemt, dan medisch jargon. “De meest ­accurate en treffende woorden voor psychisch lijden zijn namen van ziekten. De somberheid wordt een depressie, de angst een fobie, de onrust ADHD, het falen de stress en de uitputting een burn-out”, schrijft hij.

In zijn huis, een verbouwde boerderij even onder Amersfoort, zegt hij: “Als ik dit gesprek met u had afgebeld en ik had ­gezegd: ‘ik kan niet, ik ben een beetje verdrietig’, dan had u gedacht: ‘wat is dát nu weer?’ Terwijl u de boodschap volstrekt ­begrepen zou hebben als ik had gezegd: ‘ik heb een depressie’.”

Stress, eenzaamheid, verdriet horen tot het normale lijden

Hij schrijft hoe psychische klachten zoals stress, burn-out, eenzaamheid, rouw, verdriet en agressie in zijn ogen tot het ‘normale lijden’ horen, net als de mildere varianten van stoornissen als verslaving, angst, depressie en slaapstoornissen. “Deze klachten treffen miljoenen mensen, maar de impact van hun lijden is begrensd, de klachten zijn tijdelijk en de therapie is kortstondig. Deze klachten vergen zeker aandacht, maar niet noodzakelijk uitgebreide professionele hulp.”

Erg populair is dat standpunt niet. “Meerdere malen zijn patiënten boos bij me weggelopen, omdat ze niet de stoornis kregen die ze verlangden.”

“Het ligt heel gevoelig. Alleen al als je zegt dat burn-out met leefstijl te maken heeft, als je iemand vraagt om eens naar zichzelf te kijken, dan is dat vloeken in de kerk. We willen veel, het tempo ligt hoog, iedereen wil de beste zijn. Je ziet veel mensen te hard werken. Het woord falen durven we niet meer te zeggen. Alles moet opgelost worden door de ggz.”

Vooral die klachten veroorzaken de almaar groeiende vraag naar zorgprofessionals. “In 2003 bedroeg het aantal geregistreerde psychiaters in Nederland 2412. In 2018 is dat aantal met 54 procent toegenomen tot 3712. De verwachting is dat de vraag naar psychiaters blijft groeien. Er zijn alleen al in die beroepsgroep ongeveer vijfhonderd onvervulde vacatures.”

Almaar gaat het over tekorten, maar Nederland kent met zesentwintig psychiaters per honderdduizend inwoners de ‘derde hoogste psychiatriedichtheid’ ter wereld, zegt Denys. Op de eerste plaats staat Monaco, op de tweede Noorwegen.

Dat is nog niet alles. “De geestelijke gezondheidszorg wordt in Nederland verzorgd door ongeveer 90.000 professionals.” Naast de 3500 psychiaters zijn dat 15.000 psychologen en 24.000 verpleegkundigen. “Nergens in Europa zijn meer psychologen per hoofd van de bevolking dan in Nederland.”

Diagnoses stelt de basispsycholoog, de psychiater is druk met handtekeningen zetten

Maar Denys ziet ook dat de mensen die wel een stoornis hebben, steeds minder behandeling krijgen.

“De helft van de patiënten met psychische problemen geeft aan dat goede zorg ­beperkt of nooit beschikbaar is. Huisartsen, gemeenten en de psychiatrie werken niet samen. Ieder jaar wachten meer dan 90.000 patiënten op een gesprek met een hulpverlener. Huisartsen melden al vijf jaar dat hun patiënten op maandenlange wachtlijsten stuiten. Het duurt gemiddeld meer dan acht weken vooraleer men in de geestelijke gezondheidszorg terecht kan voor een diagnose of behandeling.”

Eenmaal aangekomen in de ggz, is het niet de psychiater, maar vaak een psycholoog die de diagnose stelt. Psychiaters, mensen die zes jaar lang geneeskunde hebben gestudeerd en daarna vijf jaar hebben geoefend in het herkennen en behandelen van psychische stoornissen, zit in diezelfde instelling handtekeningen te zetten, zegt Denys.

“De meerderheid van de psychiatrische diagnoses wordt gesteld door de laagst opgeleide basispsycholoog. De meerderheid van psychiaters werkt drie tot vier dagen per week in loondienst bij een ggz-instelling, onder een zorgmanager. Daar wordt de psychiater geacht zich te wijden aan de acute medische verplichtingen en wettelijke voorwaarden, waarvoor dringend handtekeningen moeten worden geplaatst. In sommige instellingen wordt het psychiaters wegens bezuinigingen verboden om aan gesprekken over ­patiënten deel te nemen.”

Die klacht is bekend. Maar waar alom de oplossing wordt gezocht in méér, denkt Damiaan Denys dat juist minder professionals de ­oplossing is. “Er wordt aangenomen dat het probleem te wijten is aan een tekort aan beleid, een tekort aan geld en een tekort aan personeel, waardoor de oplossing gezocht moet worden in meer beleid, meer geld en meer personeel.”

Te veel, te veel, te veel

“Het probleem van de geestelijke gezondheidszorg is een tekort. Maar niet zoals aangenomen een tekort van te weinig, maar een tekort van te veel. Er is te veel geld. Er zijn te veel verpleegkundigen, psychologen en psychiaters. Er zijn te veel voorzieningen en gebouwen. Er zijn te veel e-health en ­digitalisering. Er zijn te veel leiderschap en bestuur en te veel transparantie en controle. Er is te veel aandacht voor het lijden van de burger. Er is recent ook te veel zingeving. Er is zo veel zingeving dat de wereld betekenisloos is geworden. Welke richting men ook op kijkt, overal is er te veel.”

“We hebben het niet over kleine tekortkomingen, het is grondig mis. Er heerst een soort geloof in maakbaarheid en het idee dat je dat kunt oplossen met geld en personeel en in de psychiatrie is dat heel contraproductief.”

Vertwijfeld schreef hij: “Hoeveel onheil richt het teveel aan psychiaters en psychologen wel niet aan? Hoeveel te veel diagnoses stelt het teveel aan psychiaters en psychologen wel niet?”

“Het ligt niet aan het geld en niet aan het personeel, maar het systeem zet iedereen klem. Dat maakt dat de administratie ­absurd belangrijk is geworden, waardoor mensen geen zorg kunnen leveren. Maar er speelt ook een tekort in mijn vak. Veel collega’s zullen boos worden als ik het zeg, maar mijn vak voldoet niet, het spijt me dat ik het moet zeggen. Psychiatrie staat niet op het niveau van cardiologie.”

Jezus, Boeddha, Nietzsche, Heidegger zeiden het al: accepteer het lijden

“Als we niet zowel het systeem als de psychiatrie en onze relatie tot het lijden veranderen, zullen we er geld in moeten blijven stoppen. Je ziet hoe wij nu naar lijden kijken. Psychiatrie, filosofie, zingeving, het is allemaal één groot ding geworden. We luisteren naar de psycholoog en de psychotherapeut alsof het filosofen zijn en filosofen profileren zich als psychotherapeut. Het is heel bizar om dat te zien. Kijk hoe zo’n ­Esther Perel groot wordt gemaakt: die rol van leider was eerder voorbestemd voor filosofen als Foucault en Sartre.”

“Zij zeggen allemaal hetzelfde wat Jezus zegt, wat Boeddha zegt, Nietzsche, Heidegger: accepteer het lijden, neem rust. Leer ­leven met het lijden en je zal gelukkig worden. Als je alleen naar het geluk kijkt, zul je zien dat je gaat lijden. De boodschap is al tweeduizend jaar dezelfde, alleen de poppetjes veranderen.”

“Eerst dacht ik: het is een probleem van deze tijd. Maar toen ging ik die stelling ­onderzoeken. Ik ontdekte dat er in de jaren zestig een heel grote manifestatie in de Rai in Amsterdam is gehouden, waarbij de leuzen exact hetzelfde waren als nu. ‘De ggz ontploft’ en ‘te weinig personeel’. Er is dus al vijftig jaar een soort ongenoegen over de geestelijke gezondheidszorg. Er is altijd een apocalyptisch gevoel dat uitbarst.”

Het algemeen welzijn van de Nederlanders zou de doelstelling niet moeten zijn

Nu heeft Denys een voorstel hoe het ­anders zou kunnen. “Het pragmatisme moet worden geruild voor idealisme. Voor een gedachtengoed dat zich durft uit te spreken voor welk soort mens Nederland zijn geestelijke gezondheidszorg bouwt en welk lijden het wel of niet wenst te tolereren.”

Grofweg ziet hij een indeling voor zich waarin burgers zelf verantwoordelijk zijn voor zingeving, waar de welzijnssector verantwoordelijk is voor sociale problemen, waar psychologen zich buigen over psychische klachten en de psychiatrie gaat over psychische stoornissen zoals schizofrenie, autisme, anorexia of ernstige vormen van verslaving, depressie of dwang. Die psychiatrie zou zich dan ook sterker op academisch niveau kunnen ontwikkelen.

“GGZ Nederland heeft nu als beleid om zich in te spannen voor het algemeen welzijn van de Nederlanders. Ik denk niet dat dat de doelstelling van de ggz zou moeten zijn. Het is misschien heel mooi, maar onverwezenlijkbaar. Daardoor doe je mensen die het echt nodig hebben tekort. Dat gebeurt nu: de psychiaters en psychologen bekommeren zich minder om de zware patiënten omdat die lastig zijn en meer om mensen met lichtere klachten.”

‘Het tekort van het teveel’, Damiaan Denys, Nijgh en Van Ditmar, €21,99. ISBN: 9789038807393

Lees ook:

Filosoof Damiaan Denys: ‘Het coronavirus is een gezonde correctie op onze megalomane levensstijl’

Damiaan Denys (Wevelgem, België, 1965) is filosoof en psychiater. Hij is als hoogleraar werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Denys geeft regelmatig publiekslezingen op het snijvlak van filosofie, psychiatrie en neurowetenschappen over angst, controle, vrijheid, zekerheid en geluk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden