ColumnBert Keizer

Die enge Nederlanders met hun euthanasie

We doen deze week twee blunders. Eerst maar de mijne. Ik schreef twee weken terug iets over het boek van Jacob Jolij ‘Wat is bewustzijn nu eigenlijk?’ Ik deed nogal wegwuiverig over de bewering van Jolij dat ‘bewustzijn een dimensie is in het universum, naast ruimte en tijd’ en voegde daaraan toe: ‘Ik vrees echter dat deze ‘dimensie’ een mistverdichter is die mogelijk uit dezelfde werkplaats komt als de bewustzijnsstraler van Van Lommel’. Robuust denigrerend proza dat echter volkomen misplaatst blijkt te zijn. 

Ik heb inmiddels gedaan wat ik allereerst had moeten doen: Jolijs boek gelezen en ik blijk er nogal grondig naast te zitten. Jacob Jolij laat in zijn boek de gangbare filosofen uit het bewustzijnswereldje allemaal even langsdraven, waarna hij zich in het domein van de kwantumfysica begeeft. Niet op de amateuristische toer à la Van Lommel met kosmische bewustzijnsstralers als uitkomst, maar op een fascinerende wijze waarbij hij uitermate zorgvuldig vermeldt wanneer hij speculeert. Dit pad volgend komt hij tot een mogelijke verklaring van bewustzijn. 

Hij waagt zich ook in de buurt van paranormale verschijnselen, maar steeds met twee voeten op de grond. Hoe helder hij ook schrijft, ik heb maar één ding goed begrepen en dat is dat ik niets begrijp van kwantumfysica. Ik kon hem dus niet zo goed volgen en tastte onhandig rond tussen Schrödingervergelijkingen, spiegeluniversums, golven en/of deeltjes en uitspraken als: “Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein is de kosmos een soort rekbaar vel”. 

Ik zou niet weten hoe zoiets te beamen of ertegen te protesteren, want ik begrijp niet wat er gezegd wordt. Kortom, ik bevind mij niet in een positie om iets denigrerends te zeggen over Jolijs bewering dat bewustzijn een dimensie is naast ruimte en tijd. Mea culpa, zeggen we dan.

Toch onprettig, dat bij onze beste buren in Europa een dergelijk spookbeeld leeft

De tweede blunder is gelukkig niet de mijne. Ik kreeg een vraag van een Duitse journalist van Die Zeit, die mij dit citaat voorlegde uit een recente mededeling afkomstig van het Bundesverfassungsgericht, het Duitse Hooggerechtshof. Het ging om actieve stervenshulp, die in Duitsland niet wordt aangeduid als euthanasie omdat de nazi’s dat woord gebruikten als beschrijving van het vermoorden van gehandicapten en geesteszieken. Het Bundesverfassungsgericht zegt dit:

In den Niederlanden werde in Alters- und Pflegeheimen inzwischen offen Sterbehilfe angeboten, weswegen sich ältere Menschen in grenznahen Regionen schon dazu veranlasst gesehen hätten, nach Deutschland in entsprechende Einrichtungen auszuweichen.

‘Intussen zou in Nederland dikwijls euthanasie aangeboden worden in verzorgings- en verpleeghuizen, reden waarom ouderen in de grensgebieden zich er al toe genoodzaakt zouden voelen om naar vergelijkbare instellingen in Duitsland uit te wijken.’

Ziet u het voor zich, in de verzorgings- en verpleeghuizen in grensgebieden? Ja, die Nederlanders, allemaal gek op euthanasie natuurlijk. De vraag die de Duitse journalist aan mij voorlegde was: kunt u mij een paar voorbeelden geven van situaties waarin dit gebeurde? Mijn niet erg journalistieke reactie was de onmiddellijke bewering: nee, want daar zijn geen voorbeelden van.

Toch onprettig, vind ik, dat tien meter verderop, bij onze beste buren in Europa, een dergelijk spookbeeld leeft over hoe wij met euthanasie omgaan. Zou men zich rond een dergelijke bewering ook echt een voorstelling maken van hoe zoiets gaat? Functionaris verschijnt in de kamer van opa en zegt na het uitwisselen van flauwiteiten: “Ja, en dan nu de reden van mijn komst: ik wilde u euthanasie aanbieden. Het lijkt mij zinnig in uw situatie om dat in alle ernst te overwegen. Nee, u hoeft niet meteen te besluiten, kom nou, dat zou wat zijn, maar over een week kom ik terug en dan moeten we de knoop maar eens doorhakken.”

In Engeland denken ze ook graag over ons als engerds. Men vroeg mij in een tv-interview of ik wist dat ouderen in Nederland een credo-card dragen om te voorkomen dat ze bij aankomst op de spoedeisende hulp meteen zouden worden omgelegd. Die credo-cards waren trouwens niet verzonnen, die bestonden echt.

Je kunt het begrip ‘euthanasie’ gebruiken als sociologisch aas dat je in de vijver van een land gooit. Wat je vervolgens ophaalt is vrijwel altijd onfris.

Nee, we gaan niet over tot de derde blunder. We zeggen niet dat ons eigen vijvertje uit zuiver helder water bestaat.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden