null Beeld
Beeld

ColumnBert Keizer

Dementieslachtoffers zijn zo weerloos, dat zag je ook in de neergang van Reve

In 1978 schreef Karel van het Reve Uren met Henk Broekhuis, een amusante kroniek waarin de schrijver aan de praat is met de imaginaire Henk, voor wie hij een veertigtal clichés onder handen neemt. Nop Maas, onder andere biograaf van Hanny Michaelis en Gerard Reve, schreef nu Uren met Joop Schafthuizen. Het gaat over de allerminst imaginaire partner, verzorger, pestkop, vertegenwoordiger en levensgezel van Gerard Reve, uit de boeken bekend als Matroos Vos. Het ligt niet in de boekhandel. Bestellen via www.nopmaas.nl.

Het is tegen de etiquette om op afstand een diagnose te stellen van een man of vrouw in de publieke aandacht. Ik zal dan over Schafthuizen alleen zeggen dat een psychiater in zijn functioneren mogelijk herkenbare patronen zou kunnen onderscheiden. Wat hij steeds weer doet is wel voorspelbaar, maar kennelijk ook onontkoombaar, want keer op keer gaan museumdirecteuren, vrienden, vriendinnen, uitgevers, journalisten, redacteurs, makelaars, kunsthandelaren, buren, kennissen en niet te vergeten Nop Maas zelf, met hem in zee. Het begint opgetogen en eindigt altijd, maar dan ook altijd, in oorlog. Waarna het weer opgetogen begint enz. Hij trekt een spoor van vernieling door vele levens, ook zijn eigen leven.

Maas vertelt het aan de hand van zijn dagboekaantekeningen allemaal zo nuchter mogelijk zonder aan de lezer te vragen: wat vindt u hier nou van, is het niet vreselijk? Maar je ontkomt er niet aan om Schafthuizen te zien als een opvallend vervelende vent. Waar je echter aan zult moeten toevoegen dat hij een ongelukkige vervelende vent is.

Hopend op een vonkje Revistische humor

Te midden van dit tumult bevindt zich de steeds stillere schrijver die geleidelijk uitdooft in de gestage aftakeling die we kennen als dementie. Naarmate hij verder van het pad af raakt, groeit het ongemak over eventuele openbare optredens. Reve stierf uiteindelijk in 2006, maar halverwege zijn afdaling werd hij nog een keer bezocht door Hanneke Groenteman met een cameraploeg. Het gesprek was in 2001 en is te zien op YouTube. Ik meen te weten dat ik het toen gezien heb, maar ik weet niet meer wat ik er bij dacht. Ik denk dat ik vergoelijkend heb zitten kijken, hopend op een vonkje Revistische humor. Ik heb toen vrijwel zeker niet gezien wat er te zien was: een demente man die bij elke vraag zijn hoofd naar zijn partner draait om daar het antwoord te vinden. Een man bovendien die vreemde verhalen opdist die niet waar kunnen zijn, maar ja, hij zegt het wel.

Zo vertelt hij in alle ernst koningin Emma goed gekend te hebben. ‘Ze was een Duitse, liep heel moeilijk.’ Hij heeft het over de gedichten van de gebroeders Grimm en dat de Tachtigers het om het geld deden. Op de vraag of hij nog schrijft antwoordt hij ineens adequaat: ‘Nee, ik moet m’n verstand weer terug hebben.’ Over zijn broer Karel zegt hij: ‘Toen ik boeken begon te schrijven kwam hij, met zijn vrienden, zogenaamde cultuurdragers en die hebben alles wat ik schreef verscheurd, één voor één, en in het water gegooid, in de gracht … jarenlang.’ Nu wordt het Joop te gortig en die komt tussenbeide om te zeggen dat dit niet kan kloppen.

Zich niet langer kunnen verweren

Wat ik nooit goed heb kunnen doorgronden in dementie is wat je moet denken van dergelijke oprispingen. Het oude grapje is dat het Über-ich oplosbaar is in alcohol. In dronkenschap komt er eindelijk uit wat er altijd al in zat. Is dat bij dementie ook zo? Reve maakte bij leven en welzijn wel opmerkingen over zijn broer Karel, maar zonder dit bittere venijn. Je hoort wel dat kinderen over hun demente vader of moeder zeggen dat ze zo lief is geworden. Zat dat er dan altijd al in? Ik denk eerder dat dat lievige een kwestie is van zich niet langer kunnen verweren. Want dat is het meest treffende in dementie-slachtoffers, dat ze zo weerloos zijn.

Dat zie je ook in de neergang van Reve in de kroniek van Nop Maas. De man die ooit aan het roer stond verdwijnt langzaam benedendeks. Ergens boven zijn hoofd wordt geschreeuwd, gedreigd, gevochten. Want er zijn nogal wat mensen die, met het oog op zijn weerloosheid, hem en zijn werk van Joop willen bevrijden. Maar hij zit nietsvermoedend daar beneden.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden