Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Deborah Campert had de moed om te zeggen wat er niet leuk is aan de ouderdom

Vond u het gesprek afgelopen zaterdag in Trouw met Deborah Campert, echtgenote van de grote dichter en schrijver, ook zo pijnlijk? Campert is bijna 91. Zij is zelf tien jaar jonger. Als ze zijn mening vraagt over een boekje dat ze geschreven heeft, is hij niet geïnteresseerd en zegt ‘hou nou op met dat gezeur’.

Ze kan niks met haar energie omdat hij zo oud is. Hij is geen aardige man. Doet niets uit zichzelf. Komt om vier uur naar beneden om te roken en te drinken. Ze hoopt dat hij eerder sterft, dan kan zij nog een paar jaar hebben waarin het leven anders is. Ze zou nog wel een keer verliefd willen worden. Iemand in haar leven hebben met wie ze kan praten, die haar aandacht geeft. Remco doet dat niet. Hij doet niks. Schrijft niet. Leest niet. Beweegt niet. Ze voelt zich eenzaam.

Te persoonlijk

Mijn eerste reactie was: sommige dingen mag je wel denken, maar niet zeggen. Of wel zeggen, maar dan in je dagboek. Ik vond het te persoonlijk voor de krant. Als zijn vrouw zo over ‘Remco Campert’ spreekt dan wordt een vertrouwelijk gesprek over wat er allemaal aan hem mankeert tot een luid klinkend verwijt. Er valt hem mogelijk veel te verwijten, maar de krant is daarvoor niet de plek.

Mijn tweede reactie was: waarom zo verontwaardigd als iemand de moed heeft om maar gewoon te zeggen wat er niet leuk is aan de ouderdom? Ze zegt het nog heel goed ook, terugblikkend op haar leven: “Het wás leuk, het ís niet meer leuk.” Of: “Ik voel me nog vitaal, maar ik kán er niets mee.”

Oscar Wilde zei: ‘The trouble with getting old is that one doesn’t.’ Het probleem van oud worden is dat je niet oud wordt. Dat wil zeggen: je ziel, geest, hart (hoe je het ook wilt aanduiden) wordt niet oud, maar je lichaam wel. Huib Drion zei eens in een interview dat hij voor zijn zeventigste eigenlijk nooit wist dat hij een lichaam had. “Als ik de trap op wilde, dan liep ik de trap op. Als ik naar Parijs wilde dan ging ik.” Maar voorbij zijn zeventigste had hij ineens een lichaam dat hij moest zien mee te krijgen, die trap op, of helemaal naar Parijs toe.

Je onwillige, pijnlijke lijf

Je lichaam niet als het wagentje waarin je geest moeiteloos rondscheurt, maar je onwillige, pijnlijke lijf dat je als een blok aan je been ervaart. Het is niet voor niks dat je boven rouw­advertenties vaker leest dat ze nog zo veel plannen had, dan een tekst in de trant van: hij vond het wel mooi geweest.

Er zit een bijzondere kant aan fysiek lijden in de ouderdom. Als je twintig, veertig, zestig bent en je lijdt, dan gebeurt dat in het kader van je leven als iets dat nog altijd een vorm aan het krijgen is. Tot op zekere leeftijd is je leven een onderneming die ergens toe leidt. Je bent onderweg. Er is tegenslag, die kom je te boven, en je gaat weer verder want het karwei is nog niet af. Maar ergens voorbij de zeventig krijgt fysiek lijden iets dofs. Het karwei is af, je scharrelt nutteloos nog een hele tijd rond in de werkplaats, af en toe een stuk gereedschap optillend, maar er komt niet echt meer iets uit je handen.

Niet meer vechten

Lichamelijke tegenslag in dat stadium betekent niet langer dat je gaat vechten om terug te keren naar de strijd, want je streed nog nauwelijks. Je vecht alleen nog omdat je je kleinkinderen wilt blijven zien en omdat je voor het oog van je kinderen zo elegant mogelijk ten onder wil gaan. Mevrouw Campert nodigt indirect uit om het hier maar eens over te hebben.

Wij besluiten de dienst met iets relativerends. Ik lees alle rouwadvertenties, vooral om te zien of het om mijn leeftijd gaat, en las over een man uit mijn geboortejaar, die ‘toch nog onverwacht’ was overleden. Onder zijn naam, geboorte en sterfdatum stond: Lid in de Orde van Oranje-Nassau – drager van drie Elfstedenkruizen. Drie! Als u ooit geschaatst hebt dan weet u dat dit een volstrekt relevante melding is op de rand van de eeuwigheid.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden