ColumnBert Keizer

De vraag naar een kinderwens leverde een litanie aan bezwaren op

Er wordt veel gecongresseerd in ons land, ik zeur niet, ik ben liever op een congres dan bij een oorlog. In de pauze van zo’n bijeenkomst over iets medisch maatschappelijks liep ik weer eens tegen collega A. aan – zij is psychiatrisch verpleegkundige – in gezelschap van een collega, allebei vrouwen van ergens in de dertig. Ze vroeg naar mijn kinderen en na een korte stand van zaken vroeg ik of zij er nog niet aan toe was, kinderen. Nu ontrolde zich een litanie die daadwerkelijk als beurtzang door de beide dames werd uitgevoerd, waarbij ze elkaar steeds trachtten te overtroeven. Ik geef het u maar in één golf:

“Zwanger, leuk ja, de ochtendmisselijkheid, en als het kotsen voorbij is krijg je aambeien, vervolgens maagzuur en je kunt nooit meer op je buik slapen. Kind wil niet komen natuurlijk, krijgt een veel te grote kop, moet je ingeleid worden, flink ingescheurd, gehecht door een co-assistent die het eigenlijk niet durfde zodat er de rest van je leven bij hoesten en lachen een flinke scheut pies je ondergoed in gutst. Het is zo’n koliekbaby dus janken, janken, janken en als je de krampjes gehad hebt, dan komen de tandjes, weer janken. Hij blijkt allergisch voor de hond. Hond de deur uit, trauma want je was gek op dat beest. Begint-ie te praten zegt-ie: ‘Ik ben twee en ik zeg NEE!’ Weer janken. Groep één nemen hem niet, want hij is nog niet zindelijk. Even wat langer op de crêche dus, vanwaar hij elke week weer een ander virus mee naar huis neemt, zodat jij ook ziek wordt waarop je baas zich behoorlijk aan je begint te ergeren. 

“In groep drie blijkt-ie dyslectisch en hij heeft een lui oog. Door grote amandelen is hij nogal eens neusverkouden en dus snotterig en dat in combinatie met dat brilletje leidt tot uitsluiting door de groep. Ja, hij wordt gepest. Je hebt inmiddels wel een bakfiets en die leidt tot gescheld van de buren, want die hebben geen ruimte meer voor hun fietsen. Blokfluitles wordt niks. Dan maar tennis, maar vanwege dat luie oog heeft hij geen diepte-perceptie en vliegen alle ballen langs hem heen. Wel een racket van 220 euro gekocht. Ter afsluiting van de basisschool krijgt hij de lulligste rol in de eindmusical en een te laag advies. 

De eerste krokante sokken op zijn slaapkamer

“Verveelt zich te pletter op de mavo. Nou gaat híj pesten. Bijles, toch naar de havo en het echte puberen begint. De eerste krokante sokken op zijn slaapkamer en op alles is het antwoord een verveeld: ‘Ja-haa …!’ Hij rookt stiekem, blowt, snapt niet wat deo is, sokken stinken ontzettend, hij steelt iets, door agenten thuis gebracht, op naar bureau Halt. Hij blijft zitten, wil op voetbal, sta je elke gure zaterdagmorgen op een voetbalveld tussen buikige shag-rokers die hun zoontjes vloekend en tierend aanmoedigen. Hij neemt een krantenwijk, of zijn het foldertjes, valt nogal eens samen met zijn wiskundebijles zodat jij godsammeliefhebbe loopt te folderen in de buurt. Eerste keer op kamp, jij en je man leuke week gepland, na anderhalve dag wordt hij thuis afgeleverd wegens, je gelooft het niet, dronkenschap. Hij is amper veertien. 

“Toch haalt hij die havo, hij is nu bijna twintig en hij besluit tot een tussenjaar. Dat wordt wel een boeddhistisch tussenjaar, want hij doet maandenlang niets. Gaat uiteindelijk backpacken in Australië, Vietnam, Nigeria, of was het Nicaragua, maar waar het ook is, hij raakt al zijn geld kwijt en jij moet een week lang in de strijd met Western Union om daarginds ergens contant geld bij hem te krijgen. Kiest na terugkeer de verkeerde studie, en nog een keer de verkeerde studie, en belandt dan in filosofie, of toeristencommunicatiemanagement, in ieder geval iets waar je geheid niks mee kunt. Hij krijgt een vriendin, het is echt aan en net als hij zelf zijn was heeft leren doen, raakt zij zwanger. Ze willen het houwen en zo begint het hele circus weer van voren af aan, maar nu met jou als steevaste, betrouwbare en zeer ervaren oppas. Jippie!” 

De pauze was voorbij en we schuifelden weer braaf terug naar de congreszaal waar ze me nog net wist te zeggen: “We zijn de orthodontist vergeten”.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden