null Beeld

ColumnBert Keizer

De veilige kust waar ik van weg reisde is nergens meer te bekennen

Bert Keizer

‘Nederland gelooft nog wel, maar op een andere manier dan vroeger’, las ik in Trouw van 6 april. De ondertoon is denk ik: niks aan de hand hoor, alles blijft op zijn plaats staan. Ik vind het, om zeer onheuse redenen, uitermate verwerpelijk dat Nederland niet meer gelooft op de wijze waarop dat werd gedaan in zeg 1955.

Ik was toen acht en alles stond waar het hoorde te staan. Mijn vader werkte, God zag alles, mijn moeder waste en kookte en schrobde, Jezus zag ook veel, maar kneep wel eens een oogje toe, mijn broers en zussen gingen ’s avonds dansen, er waren twee auto’s in de straat en na de zondagsmis in die eindeloze reeks ‘zondagen na Pinksteren’ was het buiten heerlijk weer en vielen de eerste kastanjes al en morgen kunnen we weer schaatsen. Ik geloof niet dat ik me later ooit zo heb thuis gevoeld als in deze laat-middeleeuwse kerststal, waarin we niet alleen vóór maar ook na de dood van een aangename plek verzekerd waren.

Zo verklaar ik tenminste mijn ergernis als ik een hedendaagse katholieke viering zie waarin de priester niet met zijn rug naar de gelovigen in onverstaanbaar latijn staat te prevelen terwijl twee misdienaartjes braaf wachten om ook hun prevelementje te mogen doen.

Het katholicisme uit 1955, toen paus Pius XII nog hoog boven ons toefde met zijn tiara op zijn pauwentroon, was de veilige kust waar ik van weg reisde. Het was niet de bedoeling dat die kust zozeer veranderde dat ik er niks meer in herkende, want dan zou ik niet meer weten waarvan ik weg reisde. Dan zou ik pas echt het ruime sop moeten kiezen.

Ik vind het een rotstreek

Zo ga je verlangen naar een kust die er helemaal niet is. Een vriendin meende mij laatst te betrappen op een restje katholicisme toen ze zei: ‘Volgens mij vind jij het helemaal niet zo prettig dat er niks is na de dood’. Niet prettig is zachtjes uitgedrukt, ik vind het een rotstreek. In de informatiebrochure Een mensenleven op aarde, die mij aan het begin van de reis werd aangereikt, stond dat we ook na de dood gewoon goed zitten. Dat ik nu ontdekt heb dat het hele idee onzin is, doet niks af aan mijn aanvankelijke positie.

Terugblikkend (de beste blik volgens Joyce) is het bijna ongelooflijk hoe veilig ik mij waande binnen het ommuurde tuintje van het katholieke geloof. We zijn nu meer dan zeventig jaar verder en niks tuintje, maar een beschimmelde bal waarop we in duizelingwekkende vaart rondjes draaien om een veel grotere bal van vuur in een schier eindeloze opeenvolging van eeuwen en eeuwen, levend en stervend of het allemaal maar niks is.

De veilige kust waar ik van weg reisde is nergens meer te bekennen. Nietzsche zei: ‘De mens is het nog niet vastgestelde dier’. Dat wil zeggen: er is helemaal geen kust. Of een hond nou in Rawalpindi wordt geboren of in Soest, hij heeft geen keuze als het om een wereldbeeld of levensstijl gaat: hond-zijn is het enige gerecht op het menu.

Voor de mens geldt dat niet. Een hondenleven is geheel vervuld als de juiste hoeveelheden eten, drinken, beweging, seks, stoeien, vechten, spelen en slapen kunnen worden verworven. Dat lukt niet altijd, maar het is haalbaar, in Soest makkelijker dan in Rawalpindi denk ik.

Een ongeneeslijke onvrede

Maar wij mensen zijn behept met een ongeneeslijke onvrede. Wij zijn nooit tevreden, zelfs niet als we het hondenlijstje met gemak elke dag kunnen afvinken. Het komt onder andere doordat op ons lijstje één item staat dat de hond niet kent: het verstrijken van de tijd, dat wil zeggen, de dood. Dat wil ook zeggen: de zekerheid dat er een einde komt aan dat rondjes draaien rond die vurige bal, die echt niet voor altijd blijft gloeien.

Geloof kan hier niet tegenop, vind ik. Maar daar wordt ook heel anders over gedacht. Het grappige is dat we iets van ons af meenden te schudden toen we God er uit zetten. Je zet het dakraam open om de vleermuis te verjagen, en beneden stapt de tijger rustig naar binnen. Nou ja, tijger, niet zo overdrijven. Hoe dat ook zij, een ‘Zalig Pasen’ ben ik helaas kwijt.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden