Hervatting prikcampagne

De reputatie van AstraZeneca kan wel een opkikker gebruiken

null Beeld AP
Beeld AP

Nu het prikken met AstraZeneca wordt hervat, is de vraag: hoe herwin je het vertrouwen in een vaccin dat negatief in het nieuws is geweest?

Na een pauze van een week zijn huisartsen in Gelderland zaterdag weer begonnen met inenten met het vaccin van AstraZeneca. Komende week wordt de vaccinatie in de rest van het land hervat. Tienduizenden uitnodigingen zijn de deur uit.

Volgens deskundigen, zoals het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen of de Europese geneesmiddelenautoriteit Ema, is het gebruik van AstraZeneca veilig. Niet ieder land schaart zich achter die conclusie. In Scandinavië blijven de ampullen van AstraZeneca in de koelkast, in afwachting van eigen onderzoek.

De tijdelijke vaccinatiestop en het wisselende beleid van Europese landen leidt bij sommigen tot twijfel over het vaccin. Ouderenbond Anbo riep demissionair minister Hugo de Jonge van volksgezondheid op om met extra voorlichting te komen over het AstraZeneca-vaccin. Een woordvoerder zegt dat het imago van het vaccin een deuk heeft opgelopen en dat extra uitleg op zijn plaats is.

“Er zijn vast en zeker mensen die sinds de afgelopen week twijfelen over hun prik”, zegt hoogleraar gezondheidscommunicatie Bas van den Putte van de Universiteit van Amsterdam. “Ik ben zestig jaar en dus binnenkort aan de beurt en dan krab je een keer extra op je hoofd. Gelukkig is de kans heel klein – ver, ver, ver achter de komma – dat er na een vaccinatie met AstraZeneca een bijwerking optreedt, zoals stolselvorming in combinatie met een verlaagd aantal bloedplaatjes. Dat is het verhaal.”

Dat verhaal moet wel aan de man worden gebracht, vindt Van den Putte. Het kabinet is dat met hem eens. De rijksoverheid zal actiever dan normaal communiceren, zo is besloten, en daarbij wordt meer ingezet op AstraZeneca dan op Pfizer of Moderna.

Een dokter op tv, een folder bij de prikuitnodiging

Hoe herwin je het vertrouwen in een vaccin dat negatief in het nieuws is geweest? Van den Putte wijst op een pagina op de site van de rijksoverheid met uitleg over AstraZeneca, waarbij een GGZ-medewerker vertelt dat ze ‘ja’ zegt tegen het vaccin. “Naar zo’n pagina kijkt geen kip. Daar komt de gewone burger niet. Communicatie moet via sociale media, op tv of met een extra folder als je voor de prik wordt uitgenodigd. Dat komt waarschijnlijk nog.”

Volgens Van den Putte helpt het als deskundigen, bij voorkeur artsen, uitleggen hoe het zit, op tv, in kranten of online. Hij verwijst naar onderzoek over vaccinatietwijfel vorig najaar. Eerst leek het alsof een grote groep Nederlanders geen prik wilde, maar in januari stond vrijwel iedereen in de rij. “Er is gevraagd hoe dat kwam. Mensen zeiden dat het was omdat ze artsen op tv hoorden vertellen dat het vaccin veilig is”, zegt Van den Putte.

Hoogleraar risicocommunicatie en volksgezondheid Daniëlle Timmermans (Amsterdam UMC) denkt dat er een rol is weggelegd voor de huisarts. “Mensen kennen hun huisarts en vertrouwen die. Ook weet de huisarts of er bij vaccinatie rekening moet worden gehouden met de gezondheid van zijn patiënten. Hugo de Jonge moet zeggen: als je twijfelt, praat erover met je huisarts.”

‘Wees nooit geheimzinnig, anders krijg je later de rekening’

Timmermans vindt dat de overheid risico’s van mogelijke bijwerkingen eerder aan de orde had moeten stellen. “Als je grootschalig gaat inenten, weet je dat zulke gevallen zullen optreden. Daar had het ministerie bij het grote publiek duidelijk over moeten zijn. Die communicatie miste ik.”

Timmermans vreest dat het tijdelijk stoppen met prikken meer schade heeft aangericht dan doorgaan gedaan zou hebben. “Zorgen worden zo bevestigd en niet weggenomen. De publieke opinie kan bij vaccinaties zomaar omslaan, dat hebben we eerder gezien. Laten we hopen dat het vertrouwen in vaccinatie kan worden versterkt. De beste strategie is om expliciet te communiceren over eventuele bijwerkingen en risico’s. Wees nooit geheimzinnig, anders krijg je later de rekening gepresenteerd.”

Frankrijk gooide een ander wapen in de strijd: premier Jean Castex (55) kreeg vrijdag live op televisie zijn eerste dosis van het AstraZenecavaccin. Zou Mark Rutte hetzelfde moeten doen? “Nog even los van het feit dat de premier niet moet voorkruipen, lijkt me het voor Nederlandse begrippen te veel propaganda om en plein public een minister te prikken”, zegt Van den Putte. “Dan zegt er vast iemand: wie bewijst me dat er AstraZeneca in die spuit zit? Dat is te goedkoop.”

Peter Feskens (60) weigert AstraZeneca om medische redenen

null Beeld

Voor Peter Feskens scheelde het niet veel of hij was buiten de AstraZeneca-groep gevallen. “Ik ben zestig jaar en op 2 januari jarig”, lacht hij. “Was ik drie dagen eerder jarig geweest, dan had ik wellicht het Janssen-vaccin kunnen krijgen.”

Feskens wil graag een vaccin, maar vanwege zijn medische geschiedenis durft hij AstraZeneca niet aan. “Toen ik 21 was, kreeg ik een beroerte door een propje in mijn halsslagader,” vertelt hij. “Ik was aan een kant helemaal verlamd.” Gelukkig herstelde hij bijna volledig, maar het risico op nog een beroerte wil hij koste wat kost voorkomen. “Ik weet dat de kans op trombose bij AstraZeneca heel klein is,” benadrukt hij, “maar is dat ook zo bij mensen die al trombose hebben gehad?”

Feskens hoopt dat hij alsnog een ander vaccin kan krijgen. Dat AstraZeneca-weigeraars volgens minister De Jonge achteraan in de rij moeten aansluiten voor een vaccin, vindt hij lastig. “Het is asociaal: waarom kan hij geen uitzondering maken voor mensen met trombose?”

Mascha Aerts van Dalen (51) is ingeënt met het AstraZeneca-vaccin en gaat ook de tweede prik halen

null Beeld

“Toen ik de eerste prik kreeg, op 4 maart, was ik twee dagen goed ziek”, zegt Mascha Aerts van Dalen aan de telefoon. “Alles had ik: hoofdpijn, koorts, rillingen.” Lachend: “Mijn huisarts zei: het is niet erg, dat betekent dat het vaccin zijn werk doet.”

Getwijfeld over het halen van de prik heeft Aerts van Dalen niet. “Ik heb astma, copd en overgewicht, dus ik val in een risicogroep”, zegt ze. “Mijn man werkt in de bouw: hij ziet veel verschillende mensen. Ik was panisch dat ik ziek zou worden.” Ook over de tweede prik, op 20 mei, twijfelt ze niet. “Ik ga absoluut”, zegt ze stellig. “Die tweede prik mag wat mij betreft nog veel sneller komen.”

Over de tromboserisico’s maakt ze zich geen zorgen. “Het percentage waarbij het misging, is zo klein”, zegt ze. “En als ik besmet raak met corona, lig ik straks misschien op de intensive care.”

John van de Rest (60) aarzelt of hij de prik zal halen

null Beeld

“Ik mis goede informatie die is gericht op kwetsbare patiënten”, zegt John van de Rest, die vanwege zijn zwakke longen al een jaar thuisblijft. “Sinds de mondkapjesplicht in december kom ik al helemaal nergens meer. Goed ademen met een mondkapje is voor mij niet mogelijk.”

Graag zou hij willen dat een vaccinatie zijn isolatie beëindigt. “Toch ben ik huiverig”, zegt hij. “Ik vrees dat het vaccin effect heeft op mijn andere, onderliggende kwalen. Ik ben vaatpatiënt; moet ik het risico dan wel nemen?” Wat Van de Rest graag wil, is geen ‘koude oproep’ voor een vaccinatie, maar de mogelijkheid tot overleg met een specialist of deskundige. “Pas als die mij gerust kan stellen, ben ik bereid AstraZeneca te nemen.”

Dat minister De Jonge vindt dat weigeraars achteraan in de rij moeten staan, lijkt elke dialoog onmogelijk te maken, vindt hij. “Als je weigert, doe je even niet meer mee.”

Lees ook:

Reportage: Vaccins zorgen voor meer vrijheid in verpleeghuizen, maar voorzichtigheid blijft

In verpleeghuizen hebben veel bewoners de tweede prik al gehad. Hoe ziet het leven eruit, nu zij beschermd zijn tegen het coronavirus?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden