Wouter Bos, bestuursvoorzitter Menzis, zorgverzekeraar, op het hoofdkantoor in Wageningen.

InterviewWouter Bos

De nieuwe zorgen van Wouter Bos: hoe een crash van de zorg te voorkomen

Wouter Bos, bestuursvoorzitter Menzis, zorgverzekeraar, op het hoofdkantoor in Wageningen.Beeld Werry Crone

Hij is wat ouder en grijzer. Verder oogt Wouter Bos nog even energiek als toen hij in 2008 als vice-premier en minister van financiën de banken redde. Dat komt goed uit, want ook dit keer staat er veel op het spel: de zorg.

Jeroen den Blijker

Twaalf jaar is hij nu weg van het nationaal toneel. Ja, natuurlijk is er leven na de politiek – maar voor Wouter Bos moet dat wel maatschappelijk relevant zijn. Daarom is hij sinds mei dit jaar bestuursvoorzitter van Menzis, een coöperatieve zorgverzekeraar midden in het land met twee miljoen verzekerden, die volgens de nieuwe baas ‘de maatschappelijke antennes goed heeft uitstaan’.

En hij kan dat weten. Bos kent ze allemaal, die zorgverzekeraars. Hij was immers jarenlang bestuursvoorzitter van het VUmc in Amsterdam, zat dus vaak met ze aan tafel. “En nu zit ik weer aan die tafel, maar wel aan de andere kant”, zegt de oud-PvdA-leider, die de afgelopen vier jaar een uitstapje maakte naar Invest-NL, een overheidsfonds voor groene startups. “Maar het cynische is: veel van de onderwerpen die speelden toen ik vier jaar geleden het VUmc verliet, spelen nog steeds. Want de zorg is zo geweldig complex dat veranderingen langzaam van de grond komen. Terwijl de urgentie groot is.”

Neem het huidige zorgstelsel, het spel van regels en afspraken waarbinnen zorgverzekeraars en verzekerden, zorgaanbieders en patiënten ieder hun rol hebben. “Dat is ontworpen in tijden van overvloed, maar tegenwoordig piept en kraakt het door schaarste. Eerder dachten we dat de betaalbaarheid ons zou nekken, maar dat is ingehaald door het arbeidsmarktprobleem: We hebben eenvoudigweg de mensen niet meer.”

Het zorgstelsel staat niet ter discussie

Maar wacht eens even. Wouter Bos als voorzitter van een zorgverzekeraar? Hoe kan dat? De PvdA-fractie in de Tweede Kamer stemde toch onder zijn leiding tégen de huidige Zorgverzekeringswet, de wet die marktwerking in de zorg introduceerde en daartoe de zorgverzekeraars de touwtjes in handen gaf? Want, zo was destijds het geloof, als er één partij is die de zorg kan verbeteren, dan zijn dat de zorgverzekeraars wel, door slim, kwaliteits- en prijsbewust zorg in te kopen.

Ja, zegt Bos, het klopt dat zijn fractie in 2005 tegen de Zorgverzekeringswet stemde: de sociaal-democraten vonden het ‘kwetsbaar’ hoe het publieke belang geborgd was in de voorgestelde Zorgverzekeringswet. “Maar inmiddels zijn we wel 17 jaar verder. En zorgverzekeraars hebben het in al die jaren goed gedaan: ze zijn zich over het algemeen zeer bewust geweest van dat publieke belang van zorg. Hun winsten zijn zeer beperkt en wat er aan winst wordt gemaakt, gaat terug in de zorg of wordt gestopt in premieverlaging.”

Bovendien, merkt hij fijntjes op, zoeken alle partijen, van links tot rechts – met uitzondering van de SP –, naar aanpassingen binnen het stelsel, ook in de wetenschap dat een stelselherziening weer jaren kost. “Dat vind ik een geldig argument.” Of hij dan misschien destijds anders had moeten stemmen? Bos: “Als ik voor een wit vel papier zou zitten, en dat zitten we niet hè, zou ik nog steeds dezelfde mening hebben.” Maar, met de kennis van nu, terugkijkend? “U kunt het me nog een keer vragen hoor, maar ik heb geen spijt van mijn stemgedrag.”

De stormbal is gehesen

Bovendien: er zijn anno 2022 belangrijker zaken om je druk over te maken. Want zelfs de Nederlandse Zorgautoriteit, toezichthouder op de zorg, heeft nu de stormbal gehesen. Niet iedereen in het land kan nog rekenen op een kraamverzorgende, huisarts of psychiater, waarschuwde zij onlangs. Den Haag moet daarom keuzes maken en met beleid komen om de resterende, schaarse zorg te verdelen, vindt de NZa. “Maar doet de NZa ook één concrete aanbeveling wat die keuzes zouden moeten zijn?” zegt Bos. “Nee? Dan vind ik dat een gratuite opmerking.”

Overigens is hij het er wel mee eens dat je van de politiek keuzes mag verwachten. Alleen weet hij óók hoe moeilijk dat in de praktijk is. “Ik heb het aan den lijve ondervonden. Ga als politicus de markt op, dan word je aangesproken door mensen op de gezondheidszorg. Ze willen twee dingen: lagere premies en goede gezondheidszorg. En dan mag jij ze uitleggen dat dat moeizaam samengaat.” Je zult dan ook weinig politici treffen die bereid zijn heldere keuzes te maken, vervolgt hij. “Politiek loont dat dan in het algemeen niet. Dat is een belangrijke reden dat het zo voortmoddert.”

Wouter Bos, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis: ‘Mijn nachtmerrie is dat we pijnlijke keuzes in de zorg zolang uitstellen dat we rigoureus moeten ingrijpen.’ Beeld Werry Crone
Wouter Bos, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis: ‘Mijn nachtmerrie is dat we pijnlijke keuzes in de zorg zolang uitstellen dat we rigoureus moeten ingrijpen.’Beeld Werry Crone

Regierol zorgverzekeraars is beperkt

En zorgverzekeraars dan, dié kunnen toch kiezen? Zij hebben sinds 2006 officieel de regierol in de zorg. Ho ho, zegt Bos, dat ligt natuurlijk wel wat genuanceerder. Ook hun speelruimte is beperkt. “Ons probleem is dat in elke regio bij elk ziekenhuis tien zorgverzekeraars zijn, die allemaal eigen keuzes maken. Met tien regisseurs op het toneel krijg je geen toneelstuk. Zelfs als ze het met zijn tienen eens zijn, moeten we het vervolgens ook nog eens worden met de zorgaanbieders, de ziekenhuizen, wijkverpleging, huisartsen, noem maar op. Als je het als groep niet eens wordt, gebeurt er niets in zo’n regio. Er is geen doorzettingsmacht of zo.” Of er zijn andere blokkades. “Wij maken bijvoorbeeld voor de regio’s waarin Menzis groot is, plannen om de huisartsenzorg te versterken. In Twente is een tekort aan huisartsen. Maar dan stuit je meteen weer op bepalingen van de mededingingswet. Je mag de zorg niet naar postcode verdelen over de beschikbare huisartsen. Dat is toch bizar? Volstrekt bizar!”

Ook is het aanvankelijk optimisme over inkoop op kwaliteit hard afgestraft. Neem nou de medisch specialistische zorg. De vraag wat kwalitatief goede zorg is, moeten de medisch specialisten zelf onderling bepalen, onderstreept Bos. “Onze taak is dan om die goede zorg in te kopen.” Maar in de praktijk is het vooral veel gedoe om medisch specialisten kwaliteitsnormen te laten vaststellen. Het is namelijk niet in hun belang – stel dat ze geen zorgcontract meer krijgen bijvoorbeeld.

Nachtmerrie: herhaling WAO-drama

Het schiet dus allemaal niet op. Maar verandering is wel geboden, benadrukt Bos. “En mijn nachtmerrie is dat we pijnlijke keuzes in de zorg zo lang uitstellen tot er op een gegeven moment niets anders meer kan dan heel rigoureus ingrijpen. Mijn nachtmerrie is herhaling van de WAO-crisis, maar dan in de zorg. Ik heb die WAO-crisis van de jaren negentig bewust meegemaakt.” De WAO-crisis, het gevolg van omstreden bezuinigingen op de toenmalige regeling voor arbeidsongeschikten, leidde tot groot wantrouwen jegens de politiek en verdeelde de PvdA tot op het bot. Bos: “Zonder keuzes en verandering dreigt opnieuw dat we plotseling niet aan de verwachtingen van mensen kunnen voldoen. Ik hoop enorm dat we als zorgveld, inclusief politici, niet zo lang wachten met het maken van keuzes, dat we geen kant meer op kunnen. Want de prijs die je dan betaalt in termen van maatschappelijk wantrouwen, is heel, heel groot. Dat zal je nog lang worden nagedragen.”

We zitten al middenin de problemen

En wie goed kijkt, kan zien dat de toekomst al lang geleden is begonnen. Bos: “Kijk naar de wachtlijsten in de ggz, naar die van de ziekenhuizen. Kijk naar de huisarts, daar loop je toch ook vaak tegen problemen aan? We hebben moeite met het contracteren van wijkzorgorganisaties omdat er een tekort is aan wijkverpleegkundigen. We zien nu al eerste hulpafdelingen en verloskundige afdelingen van ziekenhuizen sluiten vanwege personeelstekort.’’

Gelukkig, het ziekenhuis van Zoetermeer is vorige week nog net gered, het gaat niet het Slotervaartziekenhuis achterna. “Maar het krijgt wel een andere functie dan voorheen.”

Leg het de zorgconsument vooral uit

Is er dan helemaal geen hoop? En het Integraal Zorgakkoord (IZA) dan, waaronder afgelopen maand zoveel zorgpartijen – ziekenhuizen, medisch specialisten, de ggz en wijkverpleging, rijk en gemeenten – hun handtekening zetten? Bos: “Ik heb ontzaglijk veel op het IZA aan te merken. Dat zorgakkoord is heel vaag op allerlei punten, het is ook een overvolle agenda. Er wordt wel op drie punten een weg ingeslagen waaruit ik hoop put: er is aandacht voor preventie, de zorg wordt regionaal georganiseerd en de nadruk komt veel meer te liggen op samenwerking dan op concurrentie. Maar ik geloof er ook heilig in dat er nog veel te optimaliseren is binnen dit zorgstelsel.”

Maar, onderstreept Bos, nu komt het er wel op aan dat de zorgconsument uitgelegd krijgt, én snapt, waarom bepaalde zorg beter geleverd kan worden door huisarts, wijkverpleegkundigen of andere zorgverleners dan door het dure, ziekenhuis met zijn personeelsproblemen. En waarom ze, soms, beter af zijn met schuldhulpverlening of betere huisvesting dat met de zoveelste afspraak bij de huisarts of psycholoog. “Ook moet de zorgconsument begrijpen waarom digitale zorg soms de voorkeur verdient boven fysieke zorg. Als we dat soort grote bewegingen kunnen maken, dán zijn we al goed op weg.”

Wantrouwen huisartsen wegnemen

Veel hangt ook af van hoe huisartsen hun rol oppikken. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) tekende bijvoorbeeld het IZA niet, terwijl huisartsen cruciaal zijn om het zorgakkoord handen en voeten te geven. Bos: “Kennelijk zijn er ervaringen geweest bij huisartsen dat ze ons niet vertrouwen. Dat moeten we dus goedmaken, door te bewijzen dat we dat vertrouwen wel waard zijn. Want daar gaat dit akkoord over: je moet in elkaar durven vertrouwen. Huisartsen krijgen er bovendien veel geld bij, dat is niet voor niets.” Maar verder zijn er ook onzekerheden, die zeker pijn zullen gaan doen, voorziet Bos. Zo is afgesproken dat de budgetten van de ziekenhuizen minder hard gaan stijgen. En ze zullen vaker zorg overdragen aan de eerste lijn – huisarts, wijkverpleging. Ook gaan ze zorg concentreren én de acute zorg beter verdelen over het land.

Waarom geen zachte landing voorbereid?

“Maar expliciet, in de zin van ‘zoveel ziekenhuizen en zoveel acute zorgposten gaan dicht, is dat niet gemaakt’.” De onderhandelaars van de ziekenhuizen hadden daartoe geen mandaat van hun achterban. Dat begrijpt Bos natuurlijk ook wel, niemand snijdt graag in zijn eigen vlees. Maar hoe mooi zou het zijn als de zorgkaart van Nederland voor ziekenhuizen wel wat meer ingekleurd had kunnen worden? “Dan is er een zachte landing voor te bereiden, nu moeten we gaan zien hoe alles in de praktijk uitpakt. En dat kan nog wel eens rauw landen bij de instellingen of bij de burgers. Als er op een dag een ziekenhuis in de problemen komt, hebben we daar niemand op voorbereid.”

Lees ook:

Zeeuwen vrezen spoedzorg kwijt te raken: ‘Wat is kwaliteit als je 1,5 uur moet reizen?’

Een ziekenhuis in de eigen regio: het is voor veel Nederlanders een prettig idee. Maar wat blijft er nog over van de kleine en middelgrote ziekenhuizen, nu de zorg ingrijpend op de schop gaat? In Zeeland houdt die vraag steeds meer mensen bezig.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden