ColumnBert Keizer

De Nederlandse arts heeft de moed om te zeggen waar het op staat

In zijn boek ‘Thinking, fast and slow’, beschrijft Daniel Kahneman allerlei situaties waarin mensen keuzes maken. Hij maakt tevens de kachel aan met wat we elkaar wijsmaken over hoe dat verloopt. Zijn leukste voorbeeld is wel het beursgebeuren. Hij toont aan dat in de meeste situaties een muntje opgooien net zulke goede resultaten geeft als een ‘expert’. En als je even terugblikt op het beursgebeuren van de afgelopen weken dan lijkt dat niet onwaarschijnlijk.

Kahneman laat zien dat het in veel situaties niet goed werkt als je een oordeel velt op basis van indrukken. Een voorbeeld: pasgeboren baby’s doen het soms niet goed. Maar dat oordeel ‘niet goed’ werd geveld op grond van ‘indrukken’, zodat de ene arts keek naar de ademhaling, een ander naar de huidskleur en een derde naar de levendigheid.

In 1953 kwam Virginia Apgar, een Amerikaanse anesthesioloog, op het idee om de toestand van pasgeborenen systematischer te beschrijven aan de hand van de Apgar-score: Ademhaling – Pols – spierspanninG – Aspect (huidskleur) – Reactie op prikkels. Onder elk kopje moet je 0 – 1 – 2 scoren. Kinderen onder de 5 zijn in gevaar en behoeven onmiddellijk extra medische aandacht. De Apgar-score heeft duizenden baby’s gered.

In het kader van corona worstelen we nu met de behoefte aan een Apgar-score aan het andere eind. Er bestaan scoringssystemen die de zin en dus het te verwachten verloop van een ic-opname enigszins voorspellen, de Sofa- en Apache-scores. Ook hier wordt er niet gehandeld op basis van indrukken of persoonlijke ervaring.

Ergens vanaf je 70ste is een lange ic-opname een ernstig trauma op zich

Een van de meest opvallende aspecten van een ic-opname is dat vrijwel iedereen, ook veel artsen, de ernst ervan onderschat. In het geval van corona gaat het vaak om een ic-verblijf van drie weken. Dat is een geweldige aanslag op je spieren en gewrichten, want die kunnen niet tegen inactiviteit. Ergens vanaf je zeventigste is een lange ic-opname een zeer ernstig trauma op zich. Na afloop heb je misschien wel een jaar nodig om te revalideren. Een jaar! 

Overwegingen over de zin van een ic-opname richten zich bij corona-patiënten dan ook veel sterker op hun uitgangspositie qua leeftijd, lichamelijk welzijn en eventueel aanwezige andere ziektes, dan op de ernst van het acute ziektebeeld. De ellende in Italië komt mogelijk deels voort uit het feit dat men daar ook bij minieme kansen overgaat tot ic-opname. En dan kun je in de positie belanden waar de Italiaanse collega’s zo vreselijk mee worstelen: dat je de beademing bij deze tachtiger moet stoppen om die vijftiger te kunnen helpen. In Nederland zou die tachtiger nooit aan de beademing gelegd zijn. 

Wij hebben over de jaren een traditie opgebouwd waarin de dokter de moed heeft om in crisissituaties gewoon te zeggen wat er aan de hand is. Dat betekent dat er minder kans is dat een corona-patiënt voor wie er geen of weinig hoop is, toch nog, al was het maar om de dood een paar dagen uit te stellen, op de ic belandt. Dat dit ongeveer klopt blijkt wel uit het verschil tussen het aantal doden op de ic in Italië en bij ons. Waarbij ik moet aantekenen dat dit deels speculatief is, omdat we nog niet zo veel getallen hebben.

Op grond van deze overwegingen lijkt enig optimisme over het benodigde aantal ic-bedden in ons land gerechtvaardigd. Ik zeg het zo voorzichtig mogelijk, want het enige betrouwbare nieuws over corona is dat de kaarten steeds opnieuw geschud worden.

Ik stikte bijna in mijn muesli van schrik

De meest zorgelijke ontwikkeling vond ik het bericht van collega Lievense in de NRC. Hij is zesenzestig jaar oud, gezond van lijf en leden, net gepensioneerd anesthesist en verkondigt in stad en land dat hij bij besmetting afziet van een ic-bed. Hij wil geen aanspraak maken op de beperkte capaciteit.

Ik stikte bijna in mijn muesli van schrik. Ik ben namelijk zeven jaar ouder dan die Lievense. Ik wou dat hij het niet overal zo rondbazuinde. Ik bewonder zijn heldhaftigheid maar nu iedereen weet hoe heldhaftig hij is, wordt elke zeventig-plusser die niet met dezelfde koelbloedigheid afziet van een ic-plek een bangerik die ten onrechte een plek opeist in de reddingssloep, terwijl vrouwen en kinderen vergeefs staan te dringen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden