null Beeld

ColumnBert Keizer

De bijzondere dieptepunten in teambuildingsland

Bert Keizer

Collega S., zestigplusser, heeft na veertig jaar praktijk als arts toch weer iets nieuws meegemaakt. Ze kwam geheel buiten haar schuld terecht in een teambuildingsweekend. Er is reeds een jaar of dertig iets gaande waartegen nauwelijks enig verweer bestaat. Het gaat om een idee dat zich op raadselachtige wijze naar binnen gevreten heeft in managersbreinen.

Ze denken dat teamleden prettiger, effectiever, gezonder, minder ziekmakend en vooral ook efficiënter samenwerken als ze in een of andere setting buiten het werk worden blootgesteld aan een activiteit die niets met het werk te maken heeft, maar die de gelegenheid biedt om een vaardigheid of onhandigheid te demonstreren die, ja, die wat eigenlijk?

S. werd meegetroond naar een ‘Workshop Personal Expression’ waarin het persoonlijke zich uitdrukte in de vorm van verfgooien. Verfgooien? Ja, ze moest eerst een overall aantrekken, zodat ze zich vrijelijk in de vuurlinie van rondvliegende verf zou durven roeren. Ze hield zich aanvankelijk gedeisd bij de ingang in de vergeefse hoop dat er niet genoeg overalls zouden zijn. Maar dan had ze buiten de lichtelijk sadistische paintworkshopcoach gerekend, die haar aarzeling meteen zag en dus ‘speciaal voor haar’ een overall klaar had liggen. Nu had ze precies de aandacht die ze wilde ontwijken, want hij bleef haar nauwlettend in de gaten houden.

S. was ooit een goeie handbalster en aarzelde niet om het verfzakje met aanzienlijke kracht tegen de wand aan te kwakken. Ze dacht haar afkeer van het hele gebeuren hiermee goed uit te drukken. Hij sprong meteen op om haar verwijtend toe te spreken: ‘U mag natuurlijk niet bovenhands gooien. De bedoeling is soeplepelen, mevrouw.’ Het ergste was dat het resultaat gedroogd zou worden, van een laklaag voorzien en in de polikliniek opgehangen ‘ter herinnering aan ons onvergetelijke teamuitje’.

Lachtherapie

Een bijzonder dieptepunt (binnen het dieptepunt dat teambuildingland op zich al is), wordt gevormd door settings waarin men georganiseerd, of beter, afgedwongen, lacht. Het is ooit geïnitieerd als ‘lachmeditatie’ door een boeddhistisch georiënteerde arts wiens naam ik niet wil noemen, want hij is, of was, een aardige man. Zijn bescheiden activiteit is inmiddels uitgegroeid tot een gruwelijk verschijnsel dat zich in allerlei vormen manifesteert. Naast de lachmeditatie heb je ook de lachworkshop, de lachtherapie, de lachhoek en natuurlijk de lachwinkel, maar hoedt u. Zodra het voorvoegsel ‘lach’ opduikt gaat het altijd om een verraderlijke fuik, die vrijwel iedereen zonder enige aarzeling binnen huppelt. En zoals het de ware fuik betaamt: je merkt het pas als je goed en wel binnen bent.

Het overkwam collega D., een niet echt norse, maar ook niet direct goedlachse, al wat oudere chirurg. Hij werd met een aantal jongere chirurgen én de operatieverpleegkundigen én het personeel van de polikliniek én de helft van de medewerkers van de salarisadministratie bijeengedreven in een iets te kleine ruimte. Aldaar werd hun uitgelegd hoe goed het voor teambuilding is om te lachen. Sterker nog: hoe goed het is om gezamenlijk te lachen. Of nog beter: het allerbeste samen lachen is niet zo maar een beetje grijnzen, nee, de meest helende variant is samen werkelijk keihard, als het even kan bulderend, te lachen. Voor de bedeesde groep stond, nou niet meteen lachen, inderdaad de lachtherapeut, die, u raadt het al, een aanstekelijke lach had, of zou moeten hebben. En weldra lachte de hele meute.

Team-wrecking

Wat is de fuik dan? Nou, eenmaal binnen kun je jezelf op twee manieren onmogelijk maken. Één: je blijft trouw aan jezelf en je houdt lachloos stand tussen al die schaterende collega’s. Kijk uit, want je uitgestreken gezicht maakt je tot een vervelende asociale vent, die niet tegen een geintje kan. Team-wrecking bovendien. Twee: je lacht zo goed mogelijk mee. Dit is nog veel erger, want nu zien ze allemaal dat je net zo’n gedweeë sufkut bent als de rest, een man die geen eigen standpunt durft in te nemen. Niet team-wrecking misschien, maar team-building is het zeker niet. Daar sta je dan ineens tussen een stel goedwillende collega’s, bungelend tussen Scylla en Charybdis.

Voor collega D. had de sessie nog een bittere nasleep. Hij vertelde het zonder een spier te vertrekken. Ik keek hem vragend aan: “Hoe bedoel je: bittere nasleep?” “Ik heb daarna bijna drie maanden niet meer gelachen.”

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden