Doodswens

D66: alleen 75-plusser krijgt stervenshulp bij ‘voltooid leven’

Els van Wijngaarden deed eerder een uitgebreide studie naar 55-plussers die niet ernstig ziek zijn, maar wel leven met een doodswens.Beeld Fenna Jensma

D66 legt de leeftijdgrens voor hulp bij zelfdoding in haar wetsvoorstel bij 75 jaar. Els van Wijngaarden, die een studie deed naar ‘voltooid leven’, begrijpt niet waarom.

In de voltooid-levenwet van D66 komen pregnante punten uit haar onderzoek niet terug, vindt Els van Wijngaarden. De onderzoekster van de Universiteit voor Humanistiek deed een studie naar de doodswens van mensen die niet ernstig ziek zijn, in opdracht van het kabinet. Tweede Kamerlid Pia Dijkstra diende vrijdag haar initiatiefwetsvoorstel in.

Van Wijngaarden verbaast zich onder andere over de leeftijdsgrens van 75 jaar. Wie 75 of ouder is, kan volgens het voorstel van Dijkstra aankloppen bij een levenseindebegeleider – een speciaal opgeleide zorgmedewerker – voor hulp bij zelfdoding.  

“Uit ons onderzoek bleek juist dat de wens tot levensbeëindiging niet samenhing met leeftijd”, zegt Van Wijngaarden, die in januari haar conclusies presenteerde. “Er is slechts een lichte stijging met het klimmen van de jaren. Bovendien blijken de achtergronden van de doodswens bij 55-plussers en 75-plussers vergelijkbaar.”

Piekeren en eenzaamheid

Bij beide leeftijdsgroepen spelen piekeren, aftakeling en eenzaamheid een rol. De groep met een doodswens is vaker laagopgeleid en komt vaker uit een lagere sociale klasse, zo bleek.

Van Wijngaarden vindt het lastig te verdedigen om ‘een leeftijdsgebonden oplossing’ te kiezen ‘voor een niet-leeftijdsgebonden probleem’. Want waarom zou een 75-plusser wel mogen sterven, en een 75-minner met hetzelfde probleem niet? “Dat lijkt meer een morele dan een op onderzoek gebaseerde keuze. Ik vraag me af of dat houdbaar is”, zegt Van Wijngaarden.

Dijkstra kiest voor 75 jaar, omdat ze denkt dat bij jongere mensen de kans groter is dat hun leven nog ten goede keert. Ook gaat ze ervan uit dat de problemen die het gevoel van een voltooid leven veroorzaken, erger worden met de leeftijd.

Ambivalente doodswens

Ook op een ander punt ziet Van Wijngaarden haar studie niet terug in het wetsvoorstel. Bij veel mensen wisselen de wens om te leven en de wens om te sterven elkaar af, zo bleek. “Zelfs bij de groep met de meest uitgesproken doodswens is de wens tot leven vaak sterker”, zegt Van Wijngaarden. Ze ziet in het wetsvoorstel geen ‘aandacht voor die ambivalentie’.

Dijkstra stelt dat ze daar wel rekening mee houdt; daarom zijn er zorgvuldigheidseisen ingebouwd, en duurt het traject minstens twee maanden. Zo blijven volgens haar alleen de mensen over met een duidelijke wens om te sterven.

Een spilpositie is er in haar voorstel voor de levenseindebegeleiders, die toezien op die zorgvuldigheidseisen. Dat kunnen artsen zijn, maar ook verpleegkundigen, psychotherapeuten en gezondheidszorgpsychologen. Dijkstra kiest voor zorgmedewerkers, omdat voor hen al tuchtrecht is geregeld. In een nieuw op te zetten kopstudie leren aankomend levenseindebegeleiders wat Dijkstra betreft om ‘met een brede blik’ over het levenseinde te praten.

Beeld Sander Soewargana

Familie en huisarts betrekken

In het voorstel zitten twee nieuwe ingrediënten, die Dijkstra uit het rapport van Van Wijngaarden heeft opgepikt. Zo moet de levenseindebegeleider de oudere stimuleren zijn familie te betrekken bij zijn keus. Verder moet de levenseindebegeleider de huisarts raadplegen, als de oudere toestemming geeft. “Dat draagt bij aan een nog completer beeld”, zegt Dijkstra.

Het voorstel ligt gevoelig bij ChristenUnie en CDA, die samen met D66 en de VVD in het kabinet zitten. “In het initiatief van D66 is het beschermen van ouderen niet langer een uitgangspunt, maar een optie”, twitterde ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Voor zijn partij een ‘onbegaanbare weg’. “Het beschermen van ouderen is ook voor mij de norm”, reageert Dijkstra.

De initiatiefwet gaat nu eerst voor een advies naar de Raad van State. Het wetsvoorstel wordt waarschijnlijk pas behandeld door de nieuwe Tweede Kamer, na de verkiezingen van volgend jaar.

Welke zorgvuldigheidseisen wil D66?

D66 schetst een traject dat lijkt op dat in de euthanasiewet. In plaats van de arts is er een ‘levenseindebegeleider’ die toeziet op het nakomen van een reeks zorgvuldigheidseisen. Zo moet hij checken of de oudere met zijn familie heeft gepraat over zijn doodswens. Het verzoek van de oudere moet vrijwillig, weloverwogen en ‘duurzaam’ zijn; daarvan moet de begeleider overtuigd zijn. Bovendien dienen de oudere en hij samen tot de conclusie te komen dat andere hulp ‘niet gewenst’ is.

De oudere dient zijn verzoek om hulp bij zelfdoding op te schrijven of op beeld vast te leggen. De begeleider raadpleegt minstens één andere levenseindebegeleider, die ook met de oudere praat. Tot slot ziet hij toe op een ‘professionele uitvoering’, en blijft hij aanwezig bij het sterven.

Net zoals bij euthanasie oordeelt een toetsingscommissie achteraf of de hulp bij zelfdoding zorgvuldig was.

Lees ook:

Zij zien hun leven als voltooid

Trouw maakte een serie over voltooid leven. Waarom beschouwen mensen hun leven als voltooid, en hoe gaan we daar als maatschappij mee om?

‘Als er een pil van Drion op mijn nachtkastje zou liggen, nam ik die meteen’

Anderen hadden in mijn plaats meer gedaan dan in bed liggen, denk Kees Kentie. Een portret van een man die al jaren genoeg heeft van het leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden