EssayCorona

Corona is geen oorlog: Hoe militaire metaforen angst aanwakkeren

Beeld Hollandse Hoogte

In de strijd tegen het coronavirus lijkt alles geoorloofd. Dat is een uiting van een diep geworteld streven naar gezondheid en bescherming tegen indringers. Laten we om te voorkomen dat we daarin doorslaan, leren van hoe ons biologisch afweersysteem te werk gaat.

‘Het Chinese virus.’ Zo betitelde de Amerikaanse president Donald Trump het corona­virus aanvankelijk. De behoefte om een gevreesde ziekte te maken tot iets wat ‘van buiten’ komt, gaat ver terug. Syfilis, dat Europa teisterde in de vijftiende eeuw, heette de ‘Franse pokken’ bij de Engelsen, ‘morbus germanicus’ bij de Parijzenaars, en de ‘Chinese ziekte’ bij de Japanners. Ziekte, aldus filosoof Susan Sontag, wordt gezien als het niet-eigene, van buiten komend, net als vijanden in een oorlog. Nu is niet syfilis, maar corona het niet-­eigene dat over de wereld raast. De maatregelen om deze ‘indringer van buiten’ te bestrijden zijn omvangrijk en ingrijpend: gesloten landsgrenzen, quarantainemaatregelen, surveillance-apps – alles lijkt geoorloofd. Met alle negatieve gevolgen van dien: economische neergang, aantasting van de privacy en democratische principes, en toenemende polarisatie tussen wie het coronabeleid steunen en hun critici.

Immunisering in de politiek

De coronarespons is exemplarisch voor de hang naar veiligheid. Begin deze eeuw schreef de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn trilogie ‘Sferen’ al hoe ‘immunisering’ onze politieke cultuur kenmerkt.

Hij trekt een parallel tussen het biologische immuunsysteem en politieke en maatschappelijke ‘immuunsystemen’ die ons zouden beschermen tegen indringers en dreigingen. Volgens Sloterdijk zijn we door allerlei technologische ontwikkelingen en globalisering risico’s gaan zien, waartegen de samenleving zich vervolgens wil beschermen.

Inge Mutsaers (1976) is bioloog en gepromoveerd in de politieke filosofie. Ze is freelance journalist en publicist.

Het dagelijkse geüpdate aantal coronaslachtoffers – of eerder, het aantal uitreizende en terugkerende Syriëgangers – hangt samen met die angst, en leidt tot een obsessie voor veiligheid, voor immunisering in Sloterdijks terminologie.

De Italiaanse politiek filosoof Roberto Esposito deelt Sloterdijks opvatting. In ‘Immunitas. The Protection and Negation of Life’ (2011) schrijft hij hoe ook het verlangen naar de ‘eigen identiteit’, naar ‘radicale zuiverheid’ (zoals vertolkt door partijen als FvD en PVV) beschouwd kan worden als een immunologische weigering zich te laten ‘besmetten’ door ‘anderen’.

Is een open samenleving nog wel mogelijk met de dreiging van het coronavirus en het alomtegenwoordige gevoel van onveiligheid? ‘De ander’ is in de anderhalvemetersamenleving een biologisch én maatschappelijk besmettingsgevaar geworden.

Dat is het échte gevaar

Ik vind dat het échte gevaar. De werking van ons biologische afweersysteem biedt een inter­essant alternatief perspectief. Ons immuunsysteem valt niet simpelweg alles van buiten aan, maar is ook tolerant en coöperatief. Deze crisis is een uitgelezen kans om ook ons ‘politieke lichaam’ gezonder te maken. Over die term zo meer.

Het denken in biologische termen over een samenleving is verraderlijk en heeft verwoestende kanten gehad, denk aan eugenetica en het sociaal-darwinisme dat in de jaren dertig is gebruikt voor racistisch-politieke doeleinden. Toch speelden de oude Grieken in hun politiek al leentjebuur bij de biologie. Plato had het over het ‘politieke lichaam’ en de ‘ziekte’ van de democratie.

Het begrip ‘immuniteit’ heeft, anders dan vaak gedacht, geen biomedische, maar een politiek-juridische oorsprong. Het Latijnse immunis hield in dat bepaalde politieke ambtsdragers ‘vrij waren van bepaalde gemeenschappelijke taken’. Pas aan het eind van de 19de eeuw kreeg immuniteit ook een biomedische betekenis, toen Pasteur en Koch inzagen dat micro-organismen ziekten veroorzaakten. Niet lang daarna ontdekte de Russische embryoloog Metsjnikov afweercellen in het lichaam, die bacteriën en virussen kunnen aanvallen en vernietigen.

Daarmee vormde zich het beeld van het immuunsysteem als afweersysteem dat ‘lichaamseigen’ cellen en weefsels diende te beschermen tegen ‘lichaamsvreemde’ elementen als parasieten, bacteriën en virussen. Zo ontstond het beeld van het immuunsysteem als een verdedigingsleger dat vreemden of vijanden aanvalt.

Beeld Hollandse Hoogte

Daarmee zijn ook de oorlogsmetaforen de taal van de immunologie binnengeslopen. Ze klinken door in de coronaberichtgeving. Het begon met de Wereldgezondheidsorganisatie die sprak over een ‘wereldwijde bedreiging die potentieel gevaarlijker is dan terrorisme’. De Franse president Macron verkondigde: “Wij zijn in een gezondheidsoorlog en de vijand is hier.” Nederlandse kranten schrijven over ‘Rutte’s oorlogskabinet’, verpleegkundigen en artsen staan ‘in de frontlinie’. De NPO zendt elke dag het programma ‘Frontberichten’ uit.

Lees ‘corona’  in plaats van ‘aids’ en de geschiedenis herhaalt zich

Bij ziekten is deze militaire beeldspraak vaker gebruikt, zoals tijdens de aidsepidemie, schreef Susan Sontag in ‘Aids and its Metaphors’. Maar omdat een oorlog een noodsituatie is waarvoor geen opoffering te groot is, ligt misbruik van de metafoor op de loer.

“We leven in een ongekende tijd”, sprak minister De Jonge tijdens een persconferentie begin mei. Maar waarom roepen we toch steeds dat dit ons nog nooit is overkomen? Er wordt verwezen naar de Spaanse Grieppandemie van 1918, maar toen kampte de wereld nog met de verwoestingen van de oorlog en waren de medische voorzieningen van een onvergelijkbaar ­niveau. De veel recentere aidscrisis is blijkbaar uit het collectieve geheugen gewist.

Als je in Sontags ‘Aids and its Metaphors’ het woord aids vervangt door corona lijkt het bijna alsof het over de huidige crisis gaat. Ook bij aids ging het om een tot dan toe onbekend virus dat ‘van buiten’, uit de Derde Wereld kwam. De heersende stemming was een einde-van-een-tijdperkgevoel. Alsof je Rutte over het ‘nieuwe normaal’ hoort: “Het is een illusie dat de wereld van voor corona terugkeert.”

Ook toen werd het virus animistisch geduid – als een dreiging die ‘op de loer ligt’. Dat veroorzaakte bij deze onverwachte en volkomen nieuwe ziekte tot een nog grotere vrees. De New York Times schreef: “Wij leven in een tijd waarin onze natie als nooit tevoren door een plaag wordt geteisterd.” En ook toen sprak men van een noodtoestand, vloog de oorlogsretoriek je om de oren, én leek geen offer te groot om het gevaar zonder precedent te ontmantelen.

Ook nu zijn in de verdediging tegen corona alle offers geoorloofd. Landen – China voorop – zetten allerlei surveillancetechnologieën in om mensen te kunnen volgen. Ook Nederland onderzoekt de mogelijkheden voor een app.

De schadelijke effecten

De quarantainemaatregelen beknotten onze vrijheden. De sluiting van grenzen binnen de Europese Unie botst met het vrij verkeer van personen, een van de kernwaarden van de EU. Ook de noodverordeningen waarmee de politie en gemeenten kunnen ingrijpen als burgers zich niet aan de regels houden, drukken zwaar op de vrijheid.

Daarnaast moeten democratische principes het ontgelden. De Tweede Kamer kan nog maar beperkt bijeenkomen. En journalisten zien hun verzoeken in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur afgewezen of uitgesteld.

President Trump heeft onlangs zelfs een speciale oorlogswet uit de Korea-oorlog ingezet. Daarmee kan hij van ondernemingen eisen dat ze bepaalde materialen produceren. Philips vreesde al dat Amerika de door dit bedrijf geproduceerde beademingsapparatuur zou opeisen. America first. Eerst wij, dan pas zij.

Ten slotte tekenen zich ook op regionaal ­niveau scheidslijnen af. Aan het begin van de crisis weigerden ziekenhuizen buiten Brabant om coronapatiënten over te nemen van Brabantse ziekenhuizen.

Zulke fricties voelen we – ondanks de boodschappen die we doen voor de zieke buurman – ­ ook binnen Europa. Italië en Spanje waren woedend over de Nederlandse weerstand tegen Europese financiële noodmaatregelen.

Beeld Hollandse Hoogte

You are either with us, or with the virus

Daarnaast ontstaat er een kloof tussen hen die zich, soms schijnbaar kritiekloos, scharen achter het coronabeleid, en zij die er vraag­tekens bij zetten. Zo stelde Ira Helsloot, de Nijmeegse hoogleraar Besturen van Veiligheid, dat de ‘intelligente lockdown’ op lange termijn misschien wel tot meer doden leidt, nog afgezien van de ontoelaatbare economische schade. Zijn tegengeluid stuitte op forse kritiek.

De scheidslijnen die langzaam ontstaan, doen denken aan de wereld na de aanslagen van 11 september 2001, toen president Bush jr. zei: You are either with us, or with the terrorists. Diezelfde polarisatie tekent zich nu ook af: You are either with us, or with the virus.

Kortom, de economie, de privacy, onze vrijheid, democratische principes en Europese kernwaarden worden al te gedwee geofferd op het altaar van de gezondheid. Als we niet uit­kijken, slaan onze immuniseringsmaatregelen tegen corona als een boemerang terug op onze eigen samenleving.

Er is een uitweg. Die is te vinden in de werking van het biologische immuunsysteem. Waar men in de 19de eeuw het afweersysteem nog zag als aanvals­leger, ontdekten immunologen kort na de Tweede Wereldoorlog dat dat ‘leger’ lang niet alle indringers aanvalt. Veel indringers worden juist getolereerd. In onze darm bijvoorbeeld leven talloze bacteriën en virussen die helpen bij het verteringsproces. Verder bleek het immuunsysteem zich soms juist tegen lichaamseigen delen te keren, de ‘auto-immuunreacties’.

Het immuunsysteem reageert dus nu eens op lichaamseigen componenten, dan weer laat het lichaamsvreemde elementen met rust. Het systeem is dus niet alleen agressief, maar ook coöperatief en tolerant.

Bovendien: of iets als lichaamsvreemd of ­lichaamseigen wordt gezien, staat niet van tevoren vast, maar is afhankelijk van de context van een immuunreactie. De grens tussen ‘zelf’ en de ‘ander’ is dus veranderlijk, niet vastomlijnd.

Kortom, het biologische lichaam is geen slagveld. Politiek vertaald: de tegenstelling tussen wij en zij, tussen ‘eigen’ en ‘ander’, is vals. En heftige immuniseringsreacties, bedoeld om de samenleving te beschermen, kunnen haar juist beschadigen.

Liever een snotneus dan een ic-opname

Ook biologisch gezien zíjn we helemaal niet in oorlog met het virus. Die oorlogstaal wakkert niet alleen onze angst verder aan, maar ­bevordert ook het beeld van een virus dat er ­­bewust op uit is ons te doden. Nog ervan afgezien dat een virus niet kan denken, heeft het er evolutionair geen baat bij dat mensen acuut sterven, omdat het zich dan moeilijker kan verspreiden. Een virus heeft meer baat bij een snotneus dan bij een ic-opname.

Samen met de virussen en alle andere organismen om ons heen, maken we als mensen deel uit van hetzelfde ecosysteem. We zijn eerder in gevecht met ons eigen gedrag. Verstedelijking, klimaatverandering, de vleesindustrie, en onze reisbewegingen zijn namelijk allemaal van grote invloed op de verspreiding van ziektekiemen. Net zomin als de war on terror (die de privacy ernstig inperkte) te winnen valt, is ook een war on viruses hopeloos. De diversiteit aan virussen is enorm, en bovendien muteren virussen steeds tot nieuwe varianten. Het zou een eindeloze wapenwedloop worden.

Ook politiek gezien is ‘de ander’ niet per se onze vijand. Of het nu gaat om Italië dat vraagt om noodsteun, of de landen die daar kritisch tegenover staan. Of het gaat om de rekkelijken, dan wel de preciezen in het opvolgen van de coronamaatregelen. Of dat het gaat om de wetenschappers die twijfelen aan ‘intelligente lockdown’, of die haar omarmen. Maar ook de journalisten, de wetenschappers en immigranten zijn niet ‘de vijanden’ die ‘onze samenleving verzwakken’, zoals Thierry Baudet (de ‘naar het front geroepen’ voorman van FvD) keer op keer beweert.

Het biologische immuunsysteem laat zien dat tolerantie en openheid lonen. Ook op politiek en maatschappelijk niveau kan tolerantie een effectieve immuniseringsrespons zijn. We zijn immers biologisch én politiek afhankelijk van anderen voor ons bestaan. Geen enkele immuniseringsmaatregel maakt die afhankelijkheid ongedaan.

De angst is het ergste virus

Ook tijdens de coronacrisis hebben we elkaar allemaal nodig. De verpleegkundigen, de immigranten, de buschauffeurs, de wetenschappers, de supermarktmedewerkers en ga zo maar door. En niemand van hen staat in de frontlinie. Die oorlogstaal versterkt het gevoel van apocalyptische dreiging. Daarmee doen we onze werkelijkheidszin en onze menselijkheid geweld aan. En als we niet oppassen leidt precies díe angst tot wat Esposito een ware maatschappelijke auto-immuuncrisis noemt: nog meer controle, minder vrijheid, een angstige samenleving en gebrek aan solidariteit. Dat is funest voor een open en vrije samenleving, en dat in het jaar waarin we 75 jaar vrijheid vieren.

Lees ook:

Zelfs de vroegste onzichtbare vijand was al geen levend wezen

Sinds de uitbraak van het coronavirus staan de kranten vol oorlogstaal. Zo noemde Macron het virus ‘een vijand’, waarmee we ‘in oorlog’ zijn. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden