Waardering voor werk

Bijklussen in de thuiszorg: van ‘Ik ben zo blij dat jij er bent’ tot ‘Je bent langzaam’

null Beeld
Beeld

Schrijfster Liesbeth Mende ging wat bijverdienen in de thuiszorg. Ze koestert haar herinneringen aan sommige cliënten, maar ‘mevrouw Willems’ was een schrikbeeld.

Samen met mevrouw Lievens dronk ik groene thee in haar kleine woonkamer. Ze doopte haar kaakje in haar thee en hapte de natte koek naar binnen. “Wil je eerst mijn bed op­maken?” vroeg ze. Met haar magere handen greep ze de handvatten van haar rollator vast en hees zich op. Achter haar rollator schuifelde ze langzaam richting haar slaapkamer. Traag ging ze in het midden van haar bed zitten. Links van haar lagen de dekens op een hoopje, rechts van haar lag haar hoofdkussen en haar zachtroze flanellen pyjama. Ze keek naar de rommelige dekens en zuchtte. “Ik weet het even niet.” Ze keek naar de andere kant, naar haar kussen en haar pyjama. “Dat ligt goed. Het kussen ligt goed.” Met haar hand streek ze over haar ­kussen. Ze keek me met een zenuwachtige glimlach aan.

“Ik kan ook in de keuken beginnen”, zei ik.

“Wat zeg je?”

“Zal ik eerst in de keuken beginnen?”

“Maar mijn bed dan?” vroeg mevrouw Lievens.

“Dat maak ik straks op.”

“Oh.” Ze staarde even voor zich uit. Haar handen beefden een beetje. “Ik weet het niet meer.”

“Blijft u maar even rustig zitten”, zei ik.

Ze streek nog eens over haar kussen. “Wil je eerst mijn bed doen?”

“Dat is goed”, zei ik. “Maar dan moet u er wel vanaf.”

“Oh ja.” Ze lachte. Ik hielp haar van het bed op te staan.

“Dank je wel”, zei ze. Ze keek me opgelucht aan. “Ik ben zo blij dat jij er bent.”

Elke woensdagmiddag fietste ik naar mevrouw ­Lievens om haar huis schoon te maken. Altijd in de ­middag, want ’s ochtends deed ze haar yogaoefeningen. Mevrouw Lievens was begin negentig toen ik voor het eerst bij haar kwam. Het klikte meteen tussen ons. Ik keek er naar uit om naar haar toe te gaan. We kletsten over familie, politiek en over boeken. Ze was me dankbaar voor alles wat ik voor haar deed. Als ik alleen maar een nieuwe lamp indraaide jubelde ze al dat ik zo’n handig mens was.

Een jaar of tien terug was ik bezig aan een roman en zocht daarnaast werk om wat geld te verdienen. Het liefst makkelijk werk, iets met mijn handen omdat ik tijdens het schrijven alleen maar in mijn hoofd zat. En werk dat klaar was zodra ik het pand verliet.

Hoe viezer, hoe beter, dan was de ­voldoening achteraf het grootst

De thuiszorg, waar ik zeven jaar zou werken, beviel meteen goed. Thuis ben ik niet bepaald een ster in het huishouden, maar voor een ander vond ik niet erg om ­tegels te poetsen en af te wassen. De verhalen waaraan ik schreef leken nooit af te komen. Hier kwamen dingen wel af. Als het bed was opgemaakt, het nachtkastje af­gestoft en de vloerbedekking gezogen, dan was de slaapkamer klaar. Een rommelige keuken veranderde in een opgeruimde keuken met een glanzend aanrecht en blinkende tegels. Hoe viezer, hoe beter, want dan was de ­voldoening achteraf het grootst.

Als schrijver voel ik vaak weinig directe voldoening. Soms zit ik een hele dag in de bibliotheek te schrijven en denk ik ’s avonds: Wat heb ik de hele dag gedaan? Wie zit op mijn teksten te wachten? Wordt dit ooit uitgegeven? Het kan me een leeg gevoel geven, alsof ik niets toevoeg aan de wereld. Bij de thuiszorg had ik dat gevoel wel. Naast het schoonmaken, merkte ik ook al snel dat ik meer voor de mensen kon betekenen. Mevrouw Selhorst zag weinig mensen, soms was ik de enige die ze in de week zag. Als ik kwam stond er altijd een stuk slagroomschnitte of appeltaart klaar. In de pauze aten we dat bij de koffie. Mevrouw Selhorst kon bij mij even ­spuien over haar heftige buikpijnen, haar rugpijn, het feit dat ze haar familie zo weinig zag en dat er nooit meer iets leuks op tv kwam. In gedachten hield ik een vuilniszak vast waar ze al haar ellende in kon gooien en die ik na afloop denkbeeldig in de container donderde. Als ik wegging was ze altijd een stuk vrolijker. Niet het schoonmaken, maar het samenzijn voelde het belangrijkst. Veel verdiende ik niet bij de thuiszorg, maar dat maakte me niet uit.

Met drie cliënten werd de band steeds hechter. Tegen mij konden ze andere dingen zeggen dan tegen hun familie. Mevrouw Oostvogel vertelde me eens dat ze het prima zou vinden als ze morgen dood zou gaan, maar dat kon ze niet bij haar dochter kwijt, die wilde daar niets van weten.

Waardering was er niet altijd. Regelmatig viel ik in voor zieke collega’s. Zo kwam ik bij mevrouw Willems terecht. Een grote vrouw met veel make-up en hetzelfde kapsel als prinses Beatrix. Toen ik bij haar binnenstapte en mijn jas ophing, keek ze afkeurend naar mijn schoenen. “Heb jij geen slofjes bij?” vroeg ze. “Nel draagt ­altijd slofjes.”

Mevrouw Willems vroeg of ik haar ramen wilde ­zemen. Ze zette een emmer gloeiendhete sop voor me neer. Ik ging aan de slag met spons, trekker en zeem. Al snel kwam ze bij me kijken. “Je bent langzaam. Nel was hier zo klaar mee.” Ik deed mijn best om te versnellen, ramen inzepen, trekker erover, zeem langs de randen. Daarna moest ik het balkon een sopje geven. Bij de ­koffie kwam ik op adem.

“Liesbeth?” vroeg mevrouw Willems terwijl ik voorzichtig aan de warme koffie nipte. Ze keek veel­betekenend naar de ramen. “Die ramen...”

Ik keek naar de ramen.

“Die strepen, dat kan toch niet?” Ze perste haar dunne lippen op elkaar.

Er zaten inderdaad strepen op de ramen. “Ik doe het straks wel even opnieuw”, zei ik.

“Laat nou maar zitten”, zei ze bits.

In stilte dronken we onze koffie. De stroopwafel op het schoteltje raakten we beiden niet aan.

‘Voor ramen zemen heb je geen hbo-diploma nodig’

“Ramen zemen, tjongejonge, daar hoef je niet voor te studeren”, zei mevrouw Willems. Ik keek haar aan. “Zo is het toch? Voor ramen zemen heb je geen hbo-diploma nodig.” Ze lachte hard. Ik zag de gouden kiezen in haar mond zitten. Ze nam een flinke slok koffie. “Het is toch van de gekke”, riep ze hard. “Dat ze dit soort types op de mensen afsturen. Ze kunnen niet zemen, ze kunnen niet stoffen, ze kunnen niets!” Ze goot de rest van haar koffie naar binnen en zette het kopje met een harde klap op tafel.

Bijna huilend fietste ik terug naar huis. Ik voelde me een voetveeg. Werd ik tien euro per uur betaald om afgesnauwd te worden? Mijn rug deed zeer van het dweilen en stofzuigen. Ik was toch schrijver? De halve week was ik aan het poetsen. Ik voelde me een simpele werkster die niet eens ramen kon zemen.

Bij mevrouw Pijl voelde ik me ook een werkster. Ze zat als een koningin rechtop in haar fauteuil. Ze noemde me ‘hulpje’. “Hulpje, waar ben je?”, riep ze door de flat. Gehoorzaam kwam ik naar haar toe. Meestal had ze niet echt een mededeling. Ze leek het vooral leuk te vinden om ‘hulpje’ door haar flat te roepen en dat het hulpje dan naar haar toe kwam draven.

Mevrouw Boelens had een boos gezicht met uitpuilende ogen waarmee ze me constant in de gaten hield. Door middel van spiegels kon ze me door het hele huis bespieden en mij er steeds luidkeels op wijzen dat ik het blauwe doekje moest gebruiken in plaats van het rode en dat ik die zwarte emmer absoluut niet mocht gebruiken. Ik kreeg exact vijf minuten om mijn glas Fanta leeg te drinken en dan moest ik verder werken. Ze hoopte dat ik hard werkte, want het meisje van vorige week bakte er niets van.

Op die momenten kon ik het niet uitstaan dat ik zo weinig betaald kreeg. Thuis was ik zo uitgeput dat ik eerst een uur op de bank moest liggen, voordat ik weer iets anders kon gaan doen.

Op feestjes, verjaardagen en op het schoolplein kwam het onderwerp ‘werk’ vaak ter sprake. Vertelde ik dat ik schrijver was, dan werden de ogen meteen groot en vroegen ze waarover ik schreef en of ik al dingen had uitgegeven en of mijn boek dan ook in een echte boekenwinkel lag. Allerlei vragen popten op. Ze leken respect voor me te hebben.

Geen interesse voor mijn werk in de thuiszorg

Heel anders waren de reacties als ik vertelde dat ik bij de thuiszorg werkte, dan waren we snel uitgepraat. Een kort knikje en dat was het. Er werd geen enkele vervolgvraag gesteld. En dat terwijl ik over de mensen waarbij ik werkte mooie, grappige, vreemde verhalen kon vertellen die in mijn ogen een stuk interessanter waren dan mijn schrijfdagen in de bieb waarbij ik alleen maar achter mijn laptop zat en een paar keer opstond om naar de wc te gaan of om koffie uit de automaat te halen.

Op het moment werk ik als freelance schrijfdocent. Soms vraag ik me af of ik nog in de zorg zou willen ­werken. Het voelt goed om iets voor mensen te kunnen betekenen, een wezenlijk verschil in iemands leven te maken. In het schoonmaken zelf zou ik weinig trek hebben, ook het lage salaris houdt me tegen en het schrikbeeld om bij een ‘mevrouw Willems’ terecht te komen.

Ik koester de drie dames bij wie ik tot hun dood mocht blijven. Soms ik hoor ik hun stemmen in mijn hoofd, hun verhalen en adviezen en als ik een lamp ­indraai, hoor ik de zachte stem van mevrouw Lievens: “Wat ben jij toch een handig mens!”

De namen van de cliënten zijn vanwege hun privacy ­gefingeerd.

Bio

Liesbeth Mende (1975) studeerde drama schrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze schrijft toneel en proza. Ze publiceerde o.a. de romans Afhaalmeisje en Blauw, en theaterleesboeken voor kinderen. Recentelijk maakte ze met Lydia Veen het moordhoorspel Blauwe Russen. Mende geeft les in proza, poëzie en drama schrijven.

Lees ook:

Klappen voor de zorg, meer loon: er zijn betere manieren om zorgmedewerkers gelukkiger te maken

Toen het aantal coronapatiënten dit voorjaar opliep, klapten burgers hun handen stuk voor de zorg en klonk de roep om hogere lonen in die sector. Er zijn effectievere manieren om het arbeidsgeluk te verbeteren, schrijft hoogleraar Paul de Beer op basis van onderzoek.

Tenor Peter Gijsbertsen werd hovenier en baalt er nu van dat de snackkomkommers naast de courgette staan

De coronacrisis veranderde het leven van musici en artiesten ingrijpend. De agenda’s werden leeggeveegd. Wat is hun plan B? Tenor Peter Gijsbertsen kan niet leven van recitals alleen en dus begon hij met een hovenierscursus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden