Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Bewustzijn na de dood verklaren, vergt een sprong over de kloof tussen Stof en Geest

In de Volkskrant van 24 oktober werd in een artikel van Margreet Vermeulen weer eens aandacht besteed aan de bijna-doodervaring. Het blijft de verdienste van de cardioloog Pim van Lommel dat hij als eerste dit verschijnsel in kaart bracht, er aandacht voor vroeg en probeerde om erover na te denken.

Het gaat om een beleving waarvan mensen verslag doen nadat zij het bewustzijn verloren in het kader van een hartinfarct (of vergelijkbare toestanden). Het is vaak een indrukwekkende gebeurtenis. Men voelt zich ver van het aardse leven in een veelal diep gelukkige toestand waarin men soms via iets als een tunnel op weg is naar een heerlijk oord waar de doden vertoeven.

Details variëren, maar het gaat bijna altijd om een diep troostende belevenis waarna men overtuigd is dat er iets goeds volgt op de dood. Mensen dragen de herinnering aan deze droom vaak een leven lang mee als een waardevolle geruststelling over de aard van het menselijke lot.

Als je het zo opschrijft begin je meteen te denken: waar delen ze dit spul uit? Hier wil ik ook wel een onsje van hebben. Tot zover de inhoud van de belevenis. Over de betekenis zijn we nog niet uitgepraat. Pim van Lommel meent dat de hersenen tijdens deze belevenis helemaal uitgeschakeld zijn. Dat betekent dat je iets kunt beleven zonder je hersenen. Na de dood zit je zonder hersenen, maar dan heb je je bewustzijn nog. Hieperdepiep we hoeven niet dood.

Waar staat deze bewustzijnsstraler?

Van Lommel weet ook waar dat bewustzijn, dat buiten hersenen kan, vandaan komt. ‘Ik zie het brein als een radio, een ontvangststation. Het brein produceert zelf niets, het vangt bewustzijn op uit de kosmos. Zoals computers verbonden zijn met de cloud.’ We doen net of we dit snappen en vragen vervolgens: waar in de kosmos staat deze bewustzijnsstraler? En waar haalt die dan weer bewustzijn op? Zinloos dit.

Vermeulen stelt dat neurowetenschappers er wel uit zijn dat onze hersenen onder omstandigheden de bijna-doodervaring kunnen fabriceren. Ze springt met dat ‘fabriceren’ behendig over de kloof heen die gaapt tussen Stof en Geest. De vraag óf hersenen bewustzijn fabriceren is niet zo ingewikkeld, maar hóe dat gaat is nog steeds onbegrijpelijk.

Ze komt met sprekende voorbeelden om te illustreren hoe vreemd deze feitelijkheid is. Ik zeg feitelijkheid, omdat we bewustzijn alleen maar tegenkomen in wezens die hersenen hebben. Je treft nooit bewustzijn aan zonder hersenen. Wel hersenen zonder bewustzijn: in droomloze slaap, coma (hoewel dat niet altijd blijkt te kloppen), narcose (ook hier weer uitzonderingen) en natuurlijk na de dood.

Bananen en hersenen

Nu die voorbeelden die het Geest-Stof-probleem nog eens duidelijker neerzetten. Ze zijn ontleend aan het boek ‘Wat is bewustzijn nu eigenlijk?’ van de neurowetenschapper Jacob Jolij. Hoewel hersenen en bananen grotendeels uit hetzelfde spul zijn gemaakt, is de banaan niet bewust en hersenen wel. Hoe kan dat nou? De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett zou antwoorden: ‘Fout! De banaan is wel degelijk een beetje bewust’. Maar kan iets ‘een beetje bewust’ zijn? Bewustzijn is geen appeltaart, je kunt het niet in stukjes opdelen.

Volgende vraag: sommige neuronen doen hun werk zonder dat we ons daarvan bewust zijn, ze regelen bijvoorbeeld de ademhaling. Precies dezelfde soort neuronen zorgt ervoor dat we ons bewust zijn van alles wat er om ons heen gebeurt. Hoe zit dat? Deze vraag kun je op nog veel onthutsender wijze stellen. Bedenk eens hoe het kan dat precies dezelfde biochemische gebeurtenissen in de geluidszenuw leiden tot het horen van muziek en in de gezichtszenuw tot het zien van de dirigent. En precies diezelfde zenuwpulsjes leiden in de reukzenuw tot het ruiken van een sigaar. Onbegrijpelijk.

Jolij maakt een nogal bizarre sprong om weg te komen uit deze verstrikkende problematiek. Hij vermoedt dat ‘bewustzijn een dimensie is in het universum, naast ruimte en tijd’. Dimensie is een heerlijk woord. Je kunt het als een dekzeil over bijna alles heen gooien. Behalve over bewustzijn zou ik zeggen.

Maar dit is link. Het is slechts een citaat uit een kranteninterview en ik zal zijn boek moeten lezen. Ik vrees echter dat deze ‘dimensie’ een mistverdichter is die mogelijk uit dezelfde werkplaats komt als de bewustzijnsstraler van Van Lommel.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden