null Beeld

ColumnBert Keizer

Artsen hebben geen tijd om te vragen hoe het is om ziek te zijn, daar zijn schrijvers voor

‘Wij voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen beantwoord zijn, onze levensproblemen dan nog altijd geheel ­onaangeroerd blijven.’ Dit schreef Wittgenstein in 1916. We zijn nu iets meer dan een eeuw verder en wetenschapsaanbidding bloeit als nooit tevoren.

Begrijpelijk bij de lancering van een van die miljarden verslindende vuurpijlen van Elon Musk. Of bij de ontdekking dat aasgieren een zeer subtiel reukvermogen hebben. Aasgieren kunnen een vers kadaver op grote afstand ruiken. Ingenieurs van oliemaatschappijen doen tegenwoordig een snufje zwavel bij gas dat door een pijpleiding vervoerd wordt. Op die manier vinden ze makkelijk een lek, omdat aasgieren boven die plek rondcirkelen. Wetenschap.

Ons eigen lichaam kun je ook wetenschappelijk benaderen. Dat leidt soms tot een heerlijke aaneenschakeling van gebeurtenissen. Je hebt pijn, dokter ontdekt de niersteen, die vergruist ze, en een week later zit u weer op de fiets. Wetenschap.

Deze volgorde: klacht-diagnose-genezing is zeldzamer dan u denkt. Toch is het deze volgorde die iedereen voor ogen zweeft, ook als het noodlot je afscheept met een diagnose waar geen genezing voor is. Dan weet je toch maar mooi wat je hebt.

Artsen zoeken graag, maniakaal graag, naar wat u hebt, maar hebben geen tijd om aan u te vragen hoe het is om het te hebben. Dat lijkt ze niet belangrijk juist omdat het vinden van de wetenschappelijke oorzaak van uw ellende op zich een beloning oplevert in de vorm van kennis, die men als macht ervaart. Dat ze vervolgens niet veel aan die ellende kunnen veranderen staat niet op de voorgrond.

Hoe is het eigenlijk met u?

In NRC van 28 mei zijn An Reyners, hoogleraar palliatieve zorg, en Yvonne Engels, hoogleraar zingeving in de gezondheidszorg, aan het woord over de tienduizenden voor wie er na de diagnose geen genezing volgt. Zij hekelen het idee dat palliatieve zorg iets is dat alleen nodig is voor zieken die gauw gaan sterven. ‘Je moet genezen of doodgaan’ is de boodschap. Terwijl de meeste zieken daar nou net tussenin zitten en dat vaak jaren lang. Jannie Oskam is ­ervaringsdeskundige en schreef daarover: Tussenland. Over leven met de dood in je schoenen.

Engels zegt: “We moeten zoeken naar methoden waarbij longartsen, cardiologen, oncologen … in een vroeg stadium palliatieve zorg kunnen integreren in hun dagelijkse zorgverlening.” Ze weet zeker dat dat kan, want uit onderzoek blijkt dat deze vorm van aandacht (‘hoe is het eigenlijk met u?’) een prettiger ­leven betekent voor de patiënt en ook nog goedkoper is omdat je di­agnostisch minder hoeft te doen en omdat op deze manier zinloze behandelingen achterwege blijven.

Dit sympathieke geluid klinkt al 75 jaar. En het haalt niks uit. Ik geloof dat dat komt door het misverstand over de aard van wetenschappelijke kennis dat Wittgenstein aan het licht wilde brengen. Dat wetenschap een einde kan maken aan het lijden van diabetes, botbreuken of nierstenen betekent tevens dat wetenschap niets te melden heeft rond ellende waar we niets aan kunnen doen. Wetenschapsaanbidding berust voor een deel op de hoop dat wetenschap op een dag alle ellende zal kunnen oplossen. Sommigen denken dat zelfs de Dood ook eens voor de wetenschap zal moeten wijken. We hopen van niet.

Dante moest het zien te redden zonder röntgenfoto’s

Het betrekkelijk waardeloze van wetenschappelijke kennis in het zicht van onoplosbaar leed ervaar je nergens zo duidelijk als in de literatuur. De schrijver of schrijvers van Genesis wisten niets van auto-­immuunziekten. Dante moest het zien te redden zonder röntgenfoto’s. Shakespeare wist niet dat glucose zonder insuline de cel niet in kan. Emily Dickinson heeft nooit geweten dat er zoiets als DNA bestond. Dr. Johnson kende geen bacteriën. Vestdijk wel, maar ze hebben geen rol in zijn fictie. Proust wist veel van de toenmalige geneeskunde, maar die kennis betekende niets voor zijn literaire beschouwingen. Anders had hij wel voor medische tijdschriften geschreven. Wat ik wil zeggen, is dat je bij het lezen van deze schrijvers en dichters nooit het gevoel hebt dat ze niet goed weten waar het over gaat in een mensenleven. Dat ze niet begrijpen hoe moeizaam het soms kan zijn, een mensenleven. Integendeel, zij weten juist heel goed hoe ze onze levensproblemen moeten aanroeren. Zij kijken naar het gelaat van een mens. De wetenschapper kijkt naar een scan.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden