Huiselijk geweld

Als je door de coronacrisis binnen moet blijven in een huis vol geweld

Beeld Fadi Nadrous

Deskundigen waarschuwen dat er door de coronamaatregelen waarschijnlijk meer huiselijk geweld plaatsvindt. Uit het aantal meldingen blijkt dat nog niet. Is er een onzichtbaar drama gaande achter voordeuren?

 Soms zijn het subtiele signalen die huisarts Leonie Bussemaker uit Deventer oppikt. Een kind dat pijn heeft, maar een ouder die niet troost. Verbale agressie in de wachtkamer. Of een kind dat er onverzorgd uitziet. “Het zijn voor mij signalen dat er mogelijk sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld. Het is aanleiding om extra door te vragen over hoe het thuis gaat en om duidelijk te maken dat er hulp beschikbaar is.”

Door de coronacrisis loopt dat ­anders. De meeste consulten doet Bussemaker – zij is in haar regio aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld, en daarmee vraagbaak voor collega-huisartsen – telefonisch of via beeldbellen. Alleen als het noodzakelijk is, komen patiënten op het spreekuur. “Nog steeds vragen we naar het welbevinden, ook als mensen bellen voor koorts of iets anders medisch. Toch is het telefonisch lastiger om signalen op te vangen. Het gaat niet alleen om fysiek geweld, wij zijn ook heel alert op psychisch geweld of verwaarlozing.”

Huisartsen maken zich zorgen over oplopende spanningen binnen gezinnen. En ze zijn niet de enige. Elke deskundige of organisatie op het gebied van huiselijk geweld die je het vraagt, zegt: we gaan er vanuit dat er op dit ­moment meer huiselijk geweld plaatsvindt. Alle risicofactoren zijn door de coronamaatregelen aanwezig: op ­elkaars lip zitten, omdat school en werk vanuit huis moet gebeuren. De gebruikelijke uitlaatkleppen als koffiedrinken bij een vriendin of een potje voetballen op de club, die zijn weggevallen. Meer angstgevoelens vanwege het virus, of stress over het mislopen van inkomen. De situatie kan voor gezinnen waar al langer spanningen zijn het laatste zetje zijn, of het kan een hele nieuwe dynamiek veroorzaken in huishoudens waar alles koek en ei leek.

Reden tot zorg

Dat is in elk geval de theorie. In de praktijk ziet Veilig Thuis, in Nederland de centrale hulporganisatie op het ­gebied van huiselijk geweld, sinds de start van de coronacrisis landelijk nog geen significante stijging in het aantal meldingen.

Dat is best verklaarbaar, zegt Jacques Happe, woordvoerder van Veilig Thuis Utrecht. “Iedereen werkt thuis en de scholen zijn dicht. Dus de mensen die normaal veel melden, zoals leraren of medewerkers uit de kinderopvang, zullen dat nu minder doen.” En dat is volgens hem reden tot zorg. Als je ervan uitgaat dat er meer problemen achter de voordeur zijn, betekent het uitblijven van de groei in meldingen dat er veel over het hoofd wordt gezien.

Nicole van Gelder, die onderzoek doet naar partnergeweld aan het Radboudumc in Nijmegen, heeft daarover een ontnuchterende boodschap. ­“Huiselijk geweld is al veel langer een ­onzichtbaar drama. Best veel mensen beseffen niet dat het het grootste geweldsprobleem in Nederland is. Door de coronacrisis is er meer aandacht voor. Dat is fijn, want het is waarschijnlijk dat er nu meer problemen zijn, maar het is te hopen dat die aandacht ook blijft als de piek van de crisis voorbij is.”

Een beetje naïef

Tekenend vond Van Gelder de reactie van onderwijsbond CNV in het AD nadat een lerares uit Naaldwijk werd mishandeld door haar partner terwijl ze aan het videobellen was met haar klas. “Er werd in de reactie gezegd dat er geen aanwijzingen zijn dat zulk geweld vaker voorkomt nu docenten thuiswerken. Dat is een beetje naïef. Ik snap dat ze geen directe signalen hebben, maar partnergeweld komt zoveel voor. Waarop baseren ze dat dit een incident is en dat niet meer docenten huiselijk ­geweld meemaken?” Volgens schattingen van het Openbaar Ministerie krijgen jaarlijks tussen de 200.000 en 230.000 volwassenen te maken met ernstig of herhaaldelijk huiselijk ­geweld. Daarnaast zijn ruim 100.000 kinderen per jaar slachtoffer van ­kindermishandeling.

Van Gelder is betrokken bij het project Safe. Dat is een website waar vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld zich kunnen melden en waar ze informatie krijgen, onder meer over ­beschikbare hulp. Het is een laagdrempelige manier om de eerste stap te zetten als slachtoffer. Ook via die site, ­safewomen.nl, ziet ze alleen een lichte stijging in het aantal aanmeldingen. “Ik zag onlangs toevallig in een vragenlijst wel een verwijzing naar de coronacrisis”, zegt Van Gelder. “Verder lijkt er sinds de crisis niet veel veranderd, maar dat kan nog komen.”

Zorgen dat slachtoffers zich makkelijker kunnen melden is een van de ­manieren waarop organisaties momenteel zicht proberen te krijgen op de ­situatie in gezinnen. Zo introduceerde Veilig Thuis in de regio Rotterdam een Whats­app-functie. Verschillende ­andere hulporganisaties maakten een chat beschikbaar op hun website.

Chat werpt zijn vruchten af

Voorzichtig lijkt dat de eerste vruchten af te werpen. “Omdat iedereen voortdurend thuis zit, kan het ook moeilijker zijn om een eigen moment te vinden om hulp te vragen”, zegt ­Esmé Wiegman, directeur van Valente, de brancheorganisatie voor maatschappelijke opvang. “We zien dat er via de chat duidelijk meer meldingen binnenkomen. Het lijkt dus een behoefte te vervullen.” Inmiddels onderzoeken meer hulporganisaties of ze een chat kunnen invoeren, aldus Wiegman.

Volgens haar legt de huidige crisis een aantal gaten in het Nederlandse zorgsysteem rond huiselijk geweld bloot. Eén daarvan is dat professionals als leraren, artsen, sportbegeleiders en kinderopvangmedewerkers een grote rol spelen bij het signaleren van problemen. Nu dat wegvalt, dreigt ook de signaleringsfunctie stil komen te liggen.

Huisarts Leonie Bussemaker merkt aan de andere kant in de praktijk dat de huidige situatie ook juist een kans is om problemen bespreekbaar te maken. “Iedereen zit op dit moment in een moeilijke situatie, dat is een veilig haakje om ook te vragen hoe het bij een patiënt thuis gaat.”

De huisarts is nog steeds beschikbaar

Bussemaker wil bovendien graag ­benadrukken dat mensen nog steeds bij de huisarts terecht kunnen voor hulp. “Mogelijk denken mensen onbewust: we gaan de dokter nu niet lastigvallen, want die is heel druk. Ik zou hier graag willen oproepen: we zijn beschikbaar, voor medische en ook voor dit soort problemen. Leg contact, wij bepalen vervolgens wel wanneer en op welke manier we er gevolg aan kunnen ­geven.”

Inmiddels zijn er ook andere initiatieven ontstaan om het ‘signaleringsgat’ op te vullen. Zo richt Veilig Thuis zijn pijlen op de ogen en oren in de maatschappij zelf. Via een campagne op sociale media worden buren, familieleden en vrienden opgeroepen om bij zorgen vooral contact op te nemen.

Het ministerie van volksgezondheid is daarnaast met apothekers in overleg of er in Nederland een codewoordsysteem kan worden opgetuigd, wat onder meer in Frankrijk en Spanje al bestaat. Het idee is dat slachtoffers van huiselijk geweld die geen kant op kunnen bij de apotheek via een codewoord duidelijk kunnen maken dat zij in nood zijn. Vervolgens wordt de hulp in gang gezet.

Meer gaten in het hulpsysteem

Onderzoeker Nicole van Gelder ­gelooft dat zo’n systeem best in een ­behoefte kan vervullen, zeker bij acute situaties. Al is het volgens haar nog niet zo eenvoudig op te tuigen. “Het klinkt heel simpel, maar het kan alleen goed werken als degene die er onderdeel van zijn precies weten wat ze moeten doen, of dat nou een apotheker is of een huisartsassistente. En hun melding moet vervolgens op de juiste manier worden opgepakt door politie of huiselijkgeweldorganisatie. Dat vraagt dus om een goede organisatie.”

Maar ook als het voor slachtoffers eenvoudiger wordt om zich te melden, ben je er niet. Om in dezelfde terminologie te blijven: er zitten meer gaten in het Nederlandse hulpsysteem rond huiselijk geweld. 

Zo is er een flink tekort aan opvangplekken voor slachtoffers die niet langer thuis kunnen blijven. Dat was voor de crisis ook al een probleem, maar de vrees is dat het alleen maar dringender wordt, nu opvangorganisaties er rekening mee houden dat er een hausse aan slachtoffers komt als de coronamaatregelen versoepeld worden. Het idee daarachter is dat vrouwen – er zijn ook mannen slachtoffer van huiselijk geweld, maar de ruime meerderheid is vrouw – op dit moment niet naar buiten durven vanwege het virus of het gevoel hebben dat ze juist nu nergens terecht kunnen. 

Zoektocht naar appartementen

Raoul Bakkes, directeur van Neos, een vrouwenopvangorganisatie uit Eindhoven, wil niet tot de hausse wachten. Hij is alvast begonnen met een zoektocht naar extra appartementen. De hoop is dat vrouwen die nu al in de opvang zitten daarnaartoe kunnen, ­zodat in de noodopvang plekken vrijkomen.

Waar het Bakkes vooral om gaat, is dat zijn organisatie naar de vrouwen die nu in een nijpende situatie zitten uitstraalt dat ze wel weg kunnen. Want dat er grote problemen spelen achter de voordeur, daar gaat hij van uit, al krijgt ook zijn organisatie nog niet meer meldingen. “Onderhuids borrelt er iets, dat voelt iedereen in deze branche.”

Op de vraag hoe hij meer plekken ­financieel voor elkaar krijgt, terwijl dat voor de crisis nog niet mogelijk was, zegt Bakkes: “Deze situatie dwingt je tot andere besluiten. Intern heb ik het zo gezegd: we gaat het doen, wij kijken later wel of we het gefinancierd kunnen krijgen.”

Lees ook 

Als een Française om ‘masker 19’ vraagt, weet de apotheker dat hij de politie moet bellen

Verschillende landen melden een toename van huiselijk geweld nu mensen in quarantaine opgesloten zitten. Vrouwen kunnen zich met codewoorden melden en worden opgevangen in noodhotels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden