Verpleegkundigen

Als het zorgsysteem niet verbetert, zitten we bij de volgende pandemie in hetzelfde schuitje

Medisch personeel van Defensie staat het UMC Utrecht bij tijdens de coronacrisis. Beeld ANP
Medisch personeel van Defensie staat het UMC Utrecht bij tijdens de coronacrisis.Beeld ANP

Het aantal verpleegkundestudenten stijgt sinds de coronacrisis. Maar inzetbaar zijn die aspirant-verpleegkundigen nog lang niet. Alleen door structureel meer te investeren in de zorg, zijn we voorbereid op een volgende pandemie, meent hoogleraar Manon Parry.

Het is een historisch fenomeen, meent Manon Parry, hoogleraar medische geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Na een crisis krijgt het zorgsysteem een tijdelijke boost, omdat de maatschappij dat nodig acht. Ook nu tijdens corona. “Iedereen zoekt nu hard naar een vaccin. Het is een spannende wedstrijd die draait om de vraag: wie vindt het als eerst? Maar er is minder aandacht voor structurele verbeteringen in de zorg.”

Sinds de coronacrisis zit de opleiding verpleegkunde in de lift. Landelijk kwamen dit jaar 8500 aanmeldingen binnen, 5 procent meer aanmeldingen bij dan vorig jaar. Volgens een woordvoerder van de Vereniging Hogescholen ligt dat, naast de afschaffing van de numerus fixus vorig jaar, mogelijk ook aan de positieve aandacht die de zorg dit jaar kreeg. “En de baanzekerheid van de zorg is in een crisis als deze extra prettig”, voegt de woordvoerder daar aan toe.

Er is alleen een probleem, zegt historicus Parry; die mensen zijn pas over drie jaar afgestudeerd, terwijl we ons nú in een crisis bevinden. Ook de extra zij-inspringers, die al in de zorg werken en zich op razend tempo laten omscholen tot bijvoorbeeld ic-verpleegkundige, kunnen zich in zulke korte tijd niet adequaat voorbereiden op de veeleisende afdeling, meent ze. “Die kennis is heel specifiek.” Dus leidt de tijdelijke aandacht voor de zorg niet tot een beter zorgsysteem, volgens de Amsterdamse hoogleraar.

Manon Parry, hoogleraar medische geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Beeld
Manon Parry, hoogleraar medische geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Ze benadrukt dat er meestal meer dan genoeg dokters zijn, terwijl er een EU-breed tekort aan verpleegkundigen is. “Dat is er al sinds de Tweede Wereldoorlog”, zegt ze. “Na sommige crises, zoals de Sars in 2002, of de hiv-crisis in de jaren tachtig, steeg de belangstelling voor beroepen in de zorg. Maar omdat er niet in wordt geïnvesteerd, blijven die mensen niet hangen. Ze moeten daarvoor op persoonlijk vlak zó veel opofferen.”

En die zijn nodig, meent Parry. “Om voorbereid te zijn op een volgende crisis, hoeven we het zorgpersoneel niet te bejubelen als helden. Maar hun werk moet duurzamer worden, óók tussen de mondiale crises door. Anders zitten we tijdens de volgende pandemie in hetzelfde schuitje. Dan beginnen we van voor af aan.”

Een schaal lager dan de cliniclown

Jacek Magala, woordvoerder bij verplegersorganisatie V&VN, herkent de kritiek van Parry. “Tijdens de crisis is het initiatief ‘extra handen voor de zorg’ gelanceerd. Dat heeft 22.000 mensen opgeleverd. Daar zijn we erg blij mee, maar vergeet niet: jaarlijks stromen er zo’n 110.000 medewerkers uit de sector. Dát moet veranderen, willen we de zorg echt verbeteren.”

Om de zorg en een volgende crisis aan te kunnen, moet je mensen leren vasthouden, zegt Magala. “Met zeggenschap, de mogelijkheid om carrière te maken én een beter salaris. Voor artsen zijn er duizenden euro’s budget voor scholing, verpleegkundigen doen het voor een stuiver. De cliniclown verdient een schaal hoger dan de verpleegkundige.”

Patricia Koot (37), werkte als marketingspecialist bij een elektronicaconcern. Ze besloot na haar ontslag de zorg in te gaan. Beeld Patrick Post
Patricia Koot (37), werkte als marketingspecialist bij een elektronicaconcern. Ze besloot na haar ontslag de zorg in te gaan.Beeld Patrick Post

‘Uit eigen ervaring weet ik: een goede verpleegkundige maakt het verschil in je ziekenhuisverblijf’

Vijftien jaar lang werkte Patricia Koot (37) bij hetzelfde elektronicabedrijf. “De laatste paar maanden begon me te dagen: is dit nu wat ik wil? Mijn werk droeg weinig positiefs bij aan de wereld en des te meer aan de zakken van het bedrijf.”

Begin juni hoorde Koot dat haar baan door corona zou vervallen. “Ik dacht direct: dit is een fantastische mogelijkheid om te doen wat ik écht wil. Ik krijg een beetje geld toe, ik kan in de WW… Dat gaf financieel ruimte om deze keuze te maken. Hoewel ik een leer-werktraject ga doen in een ziekenhuis, betaalt het niet eens de helft van wat ik eerst verdiende.”

Het is niet de eerste keer dat Koot een carrière in de zorg overweegt. “Op mijn achttiende heb ik me al een keer ingeschreven voor de opleiding. Maar ik was nog jong en zag op tegen het billen wassen van oude mensen. Dus ik heb me weer uitgeschreven.”

“Zin in het wassen heb ik nog steeds niet, maar nu ben ik ouder en wijzer. Ik heb de afgelopen jaren een aantal keer in het ziekenhuis gelegen, onder andere voor mijn bevallingen met een keizersnede. Daardoor weet ik: een goede verpleegkundige maakt het verschil in je ziekenhuisverblijf.”

Dus zit ze vanaf september weer in de collegebanken, “tussen allemaal achttienjarige meisjes”, lacht ze. “Mijn man zei: daar zit je dan, tussen de gefrustreerde huisvrouwen. Ik zei hem: schat, straks ben ik een van hen!”

Uiteindelijk wil Koot op de medium care of intensive care gaan werken. Daarvoor moet ze nog wel een plek vinden, en die zijn schaars. “Er zijn veel te weinig opleidingsplekken in de ziekenhuizen, ondanks het tekort aan verpleegkundigen. Geen plek vinden, daar ben ik bang voor, want ik sta te trappelen om te beginnen.”

Joyce Heymen (34) werkt in een motorwinkel. Ze volgt vanaf september een mbo-opleiding tot verzorgende. Beeld Patrick Post
Joyce Heymen (34) werkt in een motorwinkel. Ze volgt vanaf september een mbo-opleiding tot verzorgende.Beeld Patrick Post

‘Ik zag het applaus voor de zorg en realiseerde me: ik wil ook iets bijdragen’

“Ik werk nu in de grootste motorzaak van Zoetermeer, maar mijn passie is dat niet”, vertelt Joyce Heymen (34) aan de telefoon. “Mijn man rijdt Harley en werkt hier ook. Die zei: kom maar bij ons werken! Toen ben ik in de winkel blijven hangen.”

“Zes jaar geleden is mijn moeder in een palliatieve, laatste levensfase gekomen”, vertelt ze. “Ondanks de ellende vond ik dat zó interessant. Na haar overlijden dacht ik: ooit wil ik dit ook gaan doen. Maar die gedachte verwaterde weer.”

Tot corona toesloeg. “Ik zag de beelden op televisie, het applaus voor de zorg. Ik realiseerde me: ik wil dat ook, iets bijdragen.” Hoe, dat was nog even de vraag. “Ik deed al vrijwilligerswerk in een hospice. Dat vond ik helemaal geweldig. Maar het werk moest wel spannend zijn. Dus besloot ik dit voorjaar een snuffelstage te lopen bij een mortuarium. Spannend leek me dat, het reconstrueren van mensen die een ongeluk hebben gehad. Maar het was me toch ‘te doods’. Je kleedt mensen aan na hun overlijden en dan ga je alweer aan de slag met de volgende.”

Van de opleiding verzorgende, die Heymen gaat volgen, hoorde ze via een kennis. “Ik heb nooit een medische opleiding gehad, maar hiervoor kan ik in september beginnen. Ik ga werken met mensen met dementie: ook dat lijkt me een soort spanning met zich meebrengen. Aan het begin van de dag weet je niet hoe de rest van de dag gaat lopen. ”

Eng of vies, dat vindt ze het niet. “Dat heb ik allang meegemaakt, in het hospice en in het mortuarium. Het is niet het friste werk, maar het maakt me niets uit.” Lachend: “Ik zie er heel stoer uit, heb over mijn hele lijf tattoos, maar eigenlijk ben ik heel gevoelig. De zorg is mijn roeping.”

Lees ook:

Een tweede coronagolf? 

Lichamelijk kan de zorg het aan, mentaal minder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden