null Beeld

ColumnBert Keizer

Als euthanasie uit het strafrecht verdwijnt, zal er een rustiger klimaat ontstaan

In Trouw van afgelopen zaterdag was Jacob Kohnstamm aan het woord. Aanleiding was zijn vertrek als voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Hij zei iets slordigs en iets gewichtigs. Eerst het slordige.

Euthanasie bij iemand die zo dement is dat hij of zij niet meer weet waar het over gaat, is lastig. Ik bedoel niet alleen de ethische afweging, maar meer de praktische uitvoering. Als je tegen zo iemand zegt: “Nou gaat u dood hoor!” dan gaat hij of zij misschien op de loop. 

De oplossing is dat je ze vooraf suf of slaperig maakt zodat ze niet gaan spartelen. Dat wordt natuurlijk anders geformuleerd: je geeft premedicatie. Kohnstamm zegt: “… als de opzet van de arts is om iemand monddood te maken, dan kan premedicatie uiteraard niet. Maar als de arts medische redenen heeft, omdat het buitengewoon moeilijk wordt de wil van de betrokkene te respecteren zonder al te veel gedoe, dan wel.”

Slobbertrui

Je mag dus iemand niet monddood maken. Maar wacht, het mag wel wegens ‘medische redenen’? Het woordje ‘medisch’ is een beruchte bananenschil. Je hebt medische al­cohol, medische ethiek, medische handzeep, medische opleidingen, medische mondkapjes, medische wiet, medische apparatuur, medische boeken, medische congressen enz. enz..

Het woordje ‘medisch’ is een soort slobbertrui die mensen over allerlei zaken heen willen trekken om te voorkomen dat niet-medici denken er ook verstand van te hebben. In dit geval besluit de dokter dat hij of zij het leven van de man of vrouw in kwestie zonder ‘al te veel gedoe’ wil beëindigen. Dat je het zonder gespartel wil, begrijp ik heel goed. Maar daar is niks ‘medisch’ aan. Kohnstamm formuleert doorgaans even fraai als zorgvuldig. Maar dit ‘medisch’ is misschien wel fraai, maar niet zorgvuldig.

Medeplichtig

We steken over naar Kohnstamms gewichtige bewering. Ik zeg het zo kort mogelijk: hij wil euthanasie weg hebben bij het strafrecht. Hij wijst op een aantal aspecten rond de euthanasiewet die juridisch gesproken nogal vreemd zijn. Zo is het de taak van de arts om mee te werken aan zijn mogelijke vervolging. Wat ik zelf als vreemd ervaar, is dat de arts die de dodelijke medicatie verzorgt de enige is die zich moet verantwoorden. Dat wil zeggen: al die omstanders die er bij waren, die aanmoedigden zelfs, die gaan vrijuit. Ik vind dat ze op zijn minst medeplichtig waren.

Veel belangrijker is dat artsen vrezen dat ze na een euthanasie te pletter zullen vallen op de rotsige bodem van het strafrecht. Die vrees is onterecht, omdat in de afgelopen veertig jaar niet één arts ook maar één minuut in hechtenis heeft doorgebracht na een gemelde euthanasie. Maar dat is een verstandelijke overweging die voorbijgaat aan de angst die heerst. Ik ben niet in een positie om die angst terzijde te schuiven want ik ben nog nooit vervolgd. Artsen die dit wel overkwam, zeggen allemaal dat ze het als een verschrikking ervoeren.

Precair gebeuren

Als euthanasie uit het strafrecht verdwijnt, dan zal er een rustiger klimaat ontstaan. Artsen die nu zenuwachtig zijn of zelfs volkomen afwijzend, zullen dan eerder geneigd zijn om zich ervoor in te spannen. Misstanden vallen onder het Medisch Tuchtcollege. Ook geen instituut waar artsen dol op zijn, maar wel een club waar ze zich makkelijker vervoegen dan bij de strafrechter.

De NVVE pleit al vele jaren voor het afschaffen van de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding. De euthanasiewet is er om die strafbaarheid te omzeilen. Deze wet formuleert de voorwaarden onder welke een arts die andere wet mag overtreden. Het is eigenlijk een raar juridisch wratje, dat zal verdwijnen als hulp bij zelfdoding niet langer strafbaar is.

Als het lukt om die strafbaarheid af te schaffen, dan zal de huidige euthanasiewet geluidloos ineen zijgen. De Toetsingscommissies zullen verdwijnen en euthanasie zal net als vele andere medische handelingen ingebed raken in de reguliere medische praktijk. Het blijft wel om iets uitzonderlijks gaan. 

Wij vergeten wel­eens hoe bijzonder het is dat je voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid in gesprek met je geliefden voor de dood kunt kiezen. Een uitermate precair gebeuren, maar we hebben er steeds meer ervaring mee en we durven het ook wel zonder de strafrechter.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden