AfscheidsinterviewWim van Saarloos

Wim van Saarloos: ‘We moeten hoe we de­ wetenschap hier vormgeven, een herstart geven’

Wim van Saarloos was KNAW-president tussen juni 2018 en juni 2020.Beeld Martijn Gijsbertsen

Er moet rust komen in het wetenschapsbedrijf, zegt Wim van Saarloos. Deze week nam hij afscheid als president van de KNAW.

Crisis is misschien een groot woord, maar de toestand van de wetenschap in Nederland baart hem wel zorgen. Het systeem brokkelt aan de basis af, schreef hij drie jaar geleden, al. En nu, bij zijn afscheid als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, constateert Wim van Saarloos, dat het er niet beter op is geworden. “Zorgen bij de KNAW?, was toen de reactie. Dat zijn toch allemaal toponderzoekers, die niks te klagen hebben? Maar nu zie ik dat ook gevestigde wetenschappers op grenzen stuiten. Ik wil er geen ach-en-wee-verhaal van maken, maar we moeten de wijze waarop wij de ­wetenschap in Nederland vormgeven, een herstart geven. We houden de internationale concurrentie nog bij, maar onze motor draait op een veel te hoog toerental. Als we niks doen, loopt de motor vast.”

Nadat hij eerst twee jaar had kunnen warmlopen als vicepresident, nam de fysicus Wim van Saarloos in 2018 de voorzittershamer over van mediawetenschapper José van Dijck. De zorgen over het afbrokkelende systeem hebben die twee jaar bepaald, zegt hij nu. “Het wordt tijd dat er weer rust en vertrouwen komt.”

Rust en vertrouwen is ook wat Van Saarloos (65) uitstraalt. Dat bleek ook wel uit de vele loftuitingen die hij begin deze week bij het webinar ter gelegenheid van zijn afscheid. ‘Een verbindende factor’, ‘een man die zichzelf kan wegcijferen’, ‘een fysicus die oog heeft voor de grote verschillen in wetenschapsland’. Hij was er even stil van. “Zelfs al was maar de helft ervan gemeend, dan nog was het heel mooi.”

Vanwaar die zorgen? De Nederlandse wetenschap staat toch heel goed op de kaart?

“Dat is waar. Onze universiteiten staan in de wereldwijde rankings niet in de toptien, maar wel allemaal in de top-200. Die goede positie staat onder druk. Wij investeren veel minder in wetenschap dan andere landen. Dat is niet alleen China of Korea, ook Duitsland, Denemarken of het Verenigd Koninkrijk steken veel meer geld in onderzoek. Als je goed kijkt, zie je het ook. In de vakgebieden waar ik thuis ben, de natuurkunde en de scheikunde, lopen de citatiescores terug. We moeten ons ervan bewust worden dat de kracht van het Nederlandse systeem ook zijn kwetsbaarheden heeft.”

Dat moet u uitleggen. Wat is onze kracht?

“Samenwerking. De lijnen zijn hier heel kort. Onderzoekers concurreren wel met elkaar om fondsen, maar zoeken elkaar ook op. In Engeland worden de verschillen tussen universiteiten enorm uitvergroot. Ik ben daar geen voorstander van, maar topuniversiteiten als Oxford en Cambridge kunnen hun reputatie en middelen inzetten om toptalent binnen te halen. Wij kunnen dat niet. Ik vergelijk het wel met voetbal, wij moeten het van onze jeugdopleidingen hebben. De traditie in Nederland was dat je jong talent de ruimte gaf om te groeien. Maar dat systeem begint te haperen.”

Waar is het misgegaan?

“Die ruimte is verdwenen. Door bezuinigingen, maar ook door toegenomen studentenaantallen waardoor de inzet en financiering van een universiteit veel meer richting onderwijs is verschoven. Daardoor zijn universiteiten tegen elkaar opgezet. Tot een jaar of tien geleden had mijn afdeling natuurkunde in Leiden nog eigen aio-plaatsen (as­sis­tent in op­lei­ding, red.). Een bijzonder talentvolle student kon je dan een promotiepositie aanbieden. Nu moet je elk project aanvragen. Die project­ifi­cering is een groot deel van het probleem. Het vreet tijd, de kans op succes is gering, de rust is weg.”

Hoe trekken we de boel weer vlot?

“Bij natuurkunde heb ik goede ervaring met sectorplannen. Dat je als discipline met elkaar afstemt wie waarop inzet. Dat zag je bijvoorbeeld misgaan bij Nederlands, waar het belang van de individuele universiteiten botste met het algemeen belang. De studentenaantallen lopen terug en langzaam dreigt het Nederlands op steeds meer universiteiten te verdwijnen. Dat kun je met zo’n sectorplan vóór zijn. Vervolgens moeten onderzoekers ook de ruimte hebben om bij onderzoeksfinancier NWO projecten aan te kunnen vragen. Oftewel, de ruimte bij NWO moet groter. En ten slotte: ik ben een groot voorstander van het systeem van rolling grants, dat mijn Utrechtse collega Bert Weckhuysen begin dit jaar in een KNAW-rapport voorstelde.”

Rolling grants?

“Het is een Amerikaans begrip, bedoeld om de financiering van projecten langer door te laten lopen. Zeg maar, de vervanging van die oude, vaste aio. Geef onderzoekers een basisbudget, bijvoorbeeld elke nieuwe hoogleraar twee vaste aio-posten. Je moet natuurlijk wel om de zoveel jaar evalueren, maar geef zo’n nieuwe hoogleraar ook wat vertrouwen. Nu stellen we iemand aan. Topwetenschapper! En sturen hem of haar het bos in.”

Dat geeft rust en vertrouwen. En dan komt het weer goed?

“Het is een deel van de oplossing. Waar ik zelf ook veel van verwacht, is het plan ‘Ruimte voor ieders talent’. Het erkennen en waarderen van ieders inbreng. Zeker bij de jonge generatie is het gevoel ontstaan dat ze op alle terreinen moeten scoren. Maar de een is goed in onderwijs, de ander in onderzoek. Een derde is prima in staat het vak op een breed publiek over te brengen. En in het onderzoek hoeft niet iedereen te excelleren. Sommige mensen leveren een belangrijke bijdrage aan het team, maar hoeven niet op de voorgrond te staan. Dat erkennen en waarderen brengt ook rust.”

Zou de KNAW zichzelf ook niet meer moeten profileren? Zodat iedereen ook het belang van de wetenschap ziet.

“Daar zijn we mee bezig, maar we zoeken nog naar onze rol in maatschappelijke issues. We zijn zeker geen actiegroep, onze leden zijn het ook op tal van onderwerpen met elkaar oneens. Maar we hebben onlangs een fact­sheet uitgebracht over de ondergrondse opslag van CO2. Dat kunnen we vaker doen, ook in actuele kwesties. Een soort ‘quick scan’ van de wetenschappelijke kennis.

“Ik moet zeggen, we hebben in het begin geworsteld met de coronacrisis, maar ja, wie is er niet door overvallen? Intussen hebben we er al twee webinars over georganiseerd waarin topwetenschappers de stand van zaken schetsen. Die kunnen mensen nog altijd terugzien op ons YouTubekanaal. Er komen er nog meer aan, over het basisinkomen bijvoorbeeld. Dat is toch mooi, in deze tijd waarin niemand tijd heeft om dikke rapporten te lezen? Via zo’n laagdrempelig webinar praten sprekers je helemaal bij.”

Wim van Saarloos

(Franeker, 1955) studeerde natuurkunde in Delft en Leiden en werd, na een aanstelling bij AT&T Bell in de VS, in 1991 hoogleraar in Leiden. In 2009 werd hij ­directeur van FOM, de onderzoeksfinancier van natuurkunde. Tussen 2015 en 2016 leidde hij de reorganisatie van NWO waar FOM toen in opging. Sinds 2017 is hij ­terug als hoogleraar in Leiden.

In 2016 werd hij de eerste vicepresident van de KNAW, en twee jaar later president. Hij geeft de hamer nu over aan Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse literatuur en letterkunde aan de Universiteit Leiden. Het essay ‘Meer wetenschap in Nederland’ dat hij bij zijn afscheid publiceerde is ­beschikbaar via de KNAW-website.

Lees ook:

Verlangen naar een bord spaghetti

Nederland heeft wetenschap van wereldklasse, maar is hard doende die te ondergraven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden