null Beeld
Beeld

ColumnJan Beuving

Wij doolden en daalden in Delden

Ik kreeg vorige week Het beste van Hugo Brandt Corstius volgens Hugo Brandt Corstius cadeau; door hemzelf verzamelde juweeltjes uit zijn oeuvre, ingeleid en verklaard door Liesbeth Koenen, zijn beoogde biograaf, die vorig jaar echter plotseling stierf. De bundeling laat HBC (een schrijfwijze die Koenen ook gebruikt) in al zijn gedaanten (en pseudoniemen als Battus, Piet Grijs en Maaike Helder) zien: de gevreesde polemist, de scherpe analyticus, maar vooral: de taal­tovenaar. Hij was zélf een schrijfwijze.

Habc (dikke kans dat HBC ­deze notatie zelf al eens bedacht heeft, maar zie het maar eens ­terug te vinden als je de vinger aan de pols van zijn vuistdikke (maar dus niet handzame) werk houdt) was een wiskundige, en dat kleurde zijn blik op de taal. Ik merk het vooral in zijn neiging om, als hij eenmaal een idee heeft bedacht, het werk aan dat idee tot in alle uithoeken af te ronden. Het is een wiskundige hang naar volledigheid, zowel in het uiterlijk van de taal als in de betekenis van de woorden.

Wat ik vooral ervaar, is hoe aanstekelijk zijn behandeling van de taal is. Ik trek nu weer door het land met een nieuw cabaretprogramma, samen met componist Tom Dicke, en die is ook nogal aangestoken. Toen we in het Parochiehuis in Delden speelden deze week, zei hij ineens: “Delden, is dat eigenlijk tegenwoordige of verleden tijd?”

Wij doolden en daalden in Delden door de taal

Goeie vraag. Als schelden, ­gelden en melden tegenwoordige tijden kunnen zijn, waarom dan delden niet? Maar belden, helden en telden zijn verleden. Wij dolden dus in Delden en doolden en daalden door de taal: de dellen die delden in de dancing duld(d)en niets. De whizzkids Appleden en Dellden in Deil de nacht door en doelden op wereldvrede toen ze dahl deelden. De betekenis van ‘delden’ zou ook kunnen zijn: een nieuwe betekenis aan een plaatsnaam geven.

Zo reden we ’s avonds deldend naar huis langs Stroe, waar Tom opmerkte: zouden er veel vijfletterwoorden zijn met drie medeklinkers aan het begin en dan twee klinkers? Hij kwam zelf met ‘sprei’ op de proppen, en de rivier de ‘Schie’. (Zou er trouwens ergens ter wereld een sprei op een bedje van prei liggen?)

Met de computer vond ik nog woorden als ‘spray’ (afhankelijk van je klinkerdefinitie) en ‘Spree’, een rivier in Duitsland, al heb ik liever de sproetenfee van Annie MG die zich bij haar bezoek aan Koning Barrebijt van de zenuwen verspreekt en zich een spree met foeten noemt, in plaats van een fee met sproeten. Ook ‘schei’ (een dwarsbalk) rolde uit de woordenzoeker. Maar echt vrolijk werd ik er niet van, want een computer verpest het vindplezier.

Leuker is het om de digitale lijsten te omzeilen en toch aan je zoekvraag te voldoen. Ik dacht aan de lezing genoemd naar H.J. Schoo waar Sigrid Kaag de knuppels in het hoenderhok gooide die ze er deze week op verzoek van Remkes weer uitviste. En als iemand maar één huidstriem heeft, heb je dan geen striae maar een stria? Mensen die zo’n kronkel niet goedkeuren, hebben maar één hersen in elk geval.

Het schurende van wr-woorden

Overigens constateerden wij in de auto ook dat alle Nederlandse woorden die met ‘wr’ beginnen, iets schurends in de betekenis hebben. Zo schijnt in Polen in een wrakkig busje een wrijtende vent met een wrat op zijn wreef te wonen die wrok koestert en wreed wraak wil nemen op wrapeters, wat wrijving geeft en wrang genoeg zelfs bij wrielende vogels wrevel wekt, en hoe wrikkend, wriggelend en wrikkelend wroetend in de taal dat ook klinkt, je hebt zo wel een wr-WR gewrocht, en die wrongeldrinkende wriemelaar in Wroclaw wringt je wel door je writer’s block.

Wrom is de aantrekkingskracht van dit soort spielerei zo groot? Voor mij is het antwoord: omdat de opgelegde kaders de taal onder zo’n hoge druk brengen, dat je gedachten openbarsten, met als gevolg weidse nieuwe woordwerelden.

HBC noemde Opperlan(d)s, waarin hij al zijn taalspelen samenbracht, ook wel ‘Nederlands op vakantie’. En zo voelt het ook: je komt op plekken waar je nog nooit bent geweest, en dat levert je precies op wat vakantie beoogt: zin.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden