Interview Henk de Regt

Wetenschapsfilosoof Henk de Regt: Wetenschap is meer dan een bak kennis

Henk de Regt: ‘Hoeveel zwarte raven je ook ziet, je kunt nooit met zekerheid concluderen dat alle raven zwart zijn. Dat probleem sprak mij heel erg aan.’ Beeld Koen Verheijden

Wetenschap lijkt te zijn vervallen van gezaghebbende stem tot ‘ook maar een mening’. Alleen goede communicatie kan dat tij keren, zegt wetenschapsfilosoof Henk de Regt.

De boekenplanken zijn half gevuld in de kamer van Henk de Regt. Hij is net verhuisd van Amsterdam naar Nijmegen, waar hij recent is aangesteld als hoogleraar filosofie van de natuurwetenschappen. Bij het Institute for Science in Society gaat hij onderzoek doen naar de rol van ­wetenschap in de samenleving. De Regt praat bedachtzaam, kiest zijn woorden zorgvuldig. Af en toe kijkt hij naar buiten, waar de zomerhitte het groen van de campus geel heeft gekleurd.

Hoe kan de filosofie iets zeggen over ­natuurwetenschap?

“Filosofie en wetenschap lijken heel verschillend. Mensen zien natuurkunde vaak als keiharde wetenschap, en ­filosofie als speculeren over de zin van het leven, of je met ethische vraagstukken bezighouden. Hoewel dat ook ­onderdeel is van filosofie, richt ik me op de wetenschapsfilosofie. Die houdt zich bezig met vragen als: Hoe werkt de ­wetenschap? Wat is wetenschappelijke kennis? Hoe kunnen we iets zeker ­weten?

“Toen ik als student natuurkunde ­filosofie kreeg, werd ik enorm gegrepen door het inductieprobleem. Dat is het idee dat je nooit algemene wetten kunt afleiden uit waarnemingen, hoeveel waarnemingen je ook doet. Hoeveel zwarte raven je ook ziet, je kunt nooit met zekerheid concluderen dat alle ­raven zwart zijn. Veel van mijn medestudenten dachten: wat een onzin, waarom zou je daaraan twijfelen? Maar mij sprak dat heel erg aan.”

Hoewel onderzoek keer op keer laat zien dat het vertrouwen in de wetenschap niet noemenswaardig is afgenomen, schetsen de verminderde vaccinatiepercentages en groeiende klimaat­scepsis een ander beeld. Wetenschappelijke consensus wordt niet zomaar meer aangenomen als de waarheid. Welk beeld is het juiste?

“Dat is een moeilijke vraag. Door de komst van het internet is er echt iets veranderd ten opzichte van enkele ­decennia geleden. Er is veel meer kennis beschikbaar, maar tegelijk is niet zo duidelijk meer welke kennis goed ­onderbouwd is en wat nepnieuws is. Over het algemeen vind ik de mondigheid van burgers goed, vertrouwen moet niet alleen maar op autoriteit ­gebaseerd zijn.”

De wetenschap lijkt gezag te hebben verloren toen bleek dat onderzoeks­resultaten in de sociale en medische ­wetenschappen niet altijd herhaald konden worden door collega’s. En daarnaast heb je ook nog de voedingswetenschap, waar wijn dan weer wel, dan weer niet goed is voor de gezondheid.

“We moeten niet alle wetenschap over één kam scheren. Dat met die wijn herken ik wel, ik houd ook wel van een glaasje wijn en ik zou graag willen geloven dat het gezond is. Maar ik weet het niet, ik ben op dat gebied ook een leek.

“Enerzijds vind ik het goed als mensen kritisch zijn op wat ze lezen. De volgende vraag is: hoe moet dat dan? Hoe kunnen we een oordeel vellen en tegelijk voorkomen dat we vervallen in een algehele scepsis ten aanzien van de wetenschap, en dat we zeggen dat ­wetenschap ook maar een geloof is.”

Ja, hoe gaan we dat voorkomen?

“Dat is iets wat ik de komende tijd ga onderzoeken. Daar is, denk ik, ook een rol weggelegd voor de wetenschapsfilosofie, die kan helpen bij het nadenken over hoe wetenschapscommunicatie moet plaatsvinden. Ik denk dat we meer aandacht moeten hebben voor vaardigheden. Wetenschap is niet alleen maar een bak met kennis; het gaat ook om het verwerven van vaardigheden. Daar kun je van alles onder verstaan, zoals redeneren, empirisch onderzoek doen, wiskunde, enzovoorts.”

Maar je kunt niet verwachten dat een doorsnee krantenlezer al die ­vaardigheden ook heeft.

“Precies. Maar ik hoop dat je toch een manier van wetenschappelijk denken kunt overbrengen, zonder dat iemand meteen hogere wiskunde of experimentele vaardigheden moet verwerven. Het moet niet zo zijn dat je zegt: ‘Dit hebben we ontdekt, geloof dat nou maar’, maar dat je ook laat zien hoe ­wetenschap werkt.

“Met klimaatverandering bijvoorbeeld is het heel belangrijk dat wetenschappers hun bevindingen communiceren. Want uiteindelijk moeten wij burgers ons gedrag en onze levenswijze veranderen, dus wij hebben er belang bij. Je moet als wetenschapper niet ­alleen maar zeggen: de opwarming is twee graden, neem dat maar als feit aan. Je moet eigenlijk overbrengen hoe je bij zo’n getal komt.”

Wetenschappers zijn weleens sceptisch over popularisering van wetenschap of media-aandacht voor onderzoek. Is dat terecht?

“Om het een beetje populistisch te zeggen: omdat je als wetenschapper wordt gefinancierd door de belastingbetaler, heb je hoe dan ook de verantwoordelijkheid duidelijk te maken dat wat jij doet interessant is. Niet al het onderzoek hoeft maatschappelijk relevant te zijn, en fundamenteel onderzoek is heel belangrijk. Maar ik vind het toch een beetje hautain als je gaat zeggen, laat ons nou maar, geef ons geld en we hoeven aan niemand uit te leggen waarom dat belangrijk is, we hoeven geen verantwoording af te leggen.

“Populariseren, of het begrijpelijk maken van onderzoek voor niet-­experts, is in ieder geval iets wat je zou moeten proberen te doen. Anders sluit je je af.”

Sommige onderzoeksresultaten zijn misschien niet heel geschikt om over te brengen op een breed publiek, zoals heel abstracte wiskunde, of onderzoek dat vooral relevant is voor andere onderzoekers. Vindt u dat de wetenschap altijd naar buiten moet treden?

“In sommige gevallen hoeft het misschien niet, als je onderzoek echt te moeilijk is om uit te leggen. Maar ook specialistische, esoterische wiskunde moet je soms uitleggen. Als iemand bijvoorbeeld de Abelprijs of Fieldsmedaille wint, dan komt diegene misschien toch in de krant.”

Geldt dat ook voor filosofen? Moeten zij ook in dialoog met de samenleving?

“Als filosoof moet je niet denken: ik ga eens in mijn leunstoel zitten en nadenken, hmm, wat is kennis? Wat is wetenschap? Wat is de fundamentele aard van de werkelijkheid? Door heel diep na te denken en Plato te lezen zou je dan tot diepe inzichten komen. Daar ben ik niet zo voor, dat is niet voldoende. ­Laten we ook wetenschappelijk, empirisch bestuderen hoe bijvoorbeeld de wetenschap werkt.

“Dus ja, ook filosofen moeten hun werk begrijpelijk maken voor de rest van de maatschappij, en de zin ervan duidelijk proberen te maken. Dat hoeft niet te betekenen dat alle filosofie maatschappelijk nut moet hebben, maar wel dat je moet kunnen laten zien waarom ze interessant en waardevol is.”

Wie is Henk de Regt?

Henk de Regt (1961) studeerde ­natuurkunde, maar promoveerde in filosofie. Voor zijn benoeming aan de Radboud Universiteit Nijmegen werkte hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij onderzoek deed naar wetenschappelijk begrijpen. Onlangs won hij de prestigieuze Lakatos Award voor zijn boek ‘Understanding Scientific Understanding’ (Oxford University Press, 2017).

Lees ook
Rose Rand was een belangrijke denker en toch is ze vergeten

Rose Rand leidde een indrukwekkend leven en verrichte belangrijk denkwerk. Toch is de filosofe vergeten. Hoe kan dat? Onderzoek naar die vraag kan helpen om de problemen van minderheden in de wetenschap aan te pakken, vindt Katarina Mihaljević. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden