Jacht op varianten

‘We weten niet hoe het coronavirus zich aanpast aan groeiende immuniteit onder de bevolking’

Een begrafenis in Zuid-Afrika. Beeld Bram Lammers
Een begrafenis in Zuid-Afrika.Beeld Bram Lammers

Het coronavirus muteert voortdurend en de nieuwe varianten bereiken ook Nederland. Hebben we daar zicht op en hoe bedreigend zijn ze?

Er is geen ontkomen aan. Als ergens op de wereld een variant van het coronavirus opduikt die besmettelijker is dan de bestaande varianten, of minder vatbaar voor de vaccins, dan steekt die vroeg of laat ook de Nederlandse grenzen over. De Britse variant is hier aangetroffen, de Zuid-Afrikaanse en de Braziliaanse, waarvan sommige alweer nieuwe mutaties hebben gekregen.

Een helder zicht hebben we er niet op, zegt Eric Snijder, hoogleraar moleculaire virologie van het Leidse UMC. Wekelijks worden steekproefsgewijs ruim duizend monsters geanalyseerd (een paar procent van het totaal aantal positieve tests). Snijder: “Er zit al gauw een maand tussen de eerste ziektedag en het moment waarop een laboratorium de genetische code van een virusmonster heeft bepaald. Je loopt dus achter de feiten aan. Maar op termijn zullen we ons toch vooral moeten richten op de grotere stappen die het virus maakt.”

Inderdaad, reageert Marion Koopmans, hoogleraar virologie aan het Erasmus MC. Ze vindt de aandacht voor varianten zwaar overdreven. “Dat doen virussen: ze muteren. Een jaar geleden heeft de Wereldgezondheidsorganisatie al gezegd dat we die varianten in de gaten moeten houden, dat we er last van zullen krijgen. Dat monitoren doen we altijd met virussen: influenza, de mazelen, het norovirus. Ik ben een groot voorstander van dit zogeheten sequencen, maar het is bizar wat er nu overal wordt opgetuigd.”

Het zijn steekproeven, geeft ze aan. Maar of we nu 3 procent van de monsters analyseren of 10 procent, dat maakt niet zoveel uit. “Ook met 10 procent missen we er een hoop. Het gaat erom dat we zicht houden op de verspreiding. Met de huidige inspanning pikken we een nieuwe variant op tijd op. Maar in grote delen van de wereld monitoren ze helemaal niet. Het lijkt me logischer om dit werk meer te spreiden dan het hier in Nederland op te voeren.”

Het beste antwoord: zo snel mogelijk vaccineren

Nu maakt het nog niet zo veel uit. Sommige varianten zijn mogelijk besmettelijker, maar kunnen met dezelfde maatregelen worden bestreden. Op andere, zoals de Zuid-Afrikaanse, hebben de vaccins minder vat, maar ze zijn nog wel effectief, zegt Koopmans. “Maar wat doen we als we een variant krijgen die helemaal aan de vaccins ontsnapt? Stappen we dan over op een aangepast vaccin? Terwijl we niet weten wat in andere delen van de wereld rondgaat?”

Iets vergelijkbaars geldt voor het vaccineren zelf, zegt Snijder. “Het virus heeft de mens niet alleen nodig om zich te verspreiden, tijdens zo’n besmetting muteert het ook. De beste manier om mutaties te voorkomen is dan ook: zo snel mogelijk iedereen vaccineren. Ook dan geldt dus: dat werkt pas goed als de hele wereld wordt ingeënt.”

Het is de vraag of we met het vaccineren het mutatietempo van het virus kunnen bijbenen. Nu verandert het virus nog niet zo snel, maar als meer mensen immuniteit ontwikkelen, ontstaat er selectiedruk op het virus om zich aan te passen. Of eigenlijk, dan zullen mutaties waarmee het virus aan de immuniteit ontsnapt, komen bovendrijven. Snijder: “We weten niet hoe dit coronavirus zich zal gedragen. We hebben nog nooit gezien hoe het zich aan een groeiende immuniteit in de menselijke bevolking aanpast. Er is nu een soort mediahype waarin het soms lijkt dat men verwacht dat dit evolutionaire proces binnen een paar maanden is afgerond. Maar ik kan u zeggen, dat gaat niet gebeuren. De evolutie is nooit klaar.”

We weten ook nog niet waar het heen gaat. We weten niet of die race jaren gaat duren. Misschien put het virus zichzelf uit doordat het zich telkens moet aanpassen, misschien ook niet. Snijder: “Iedereen focust nu op mutaties in het spike-eiwit. Zeg maar de sleutel waarmee het virus zich toegang tot de cel verschaft. Maar dat is zeker niet het enige eiwit dat bepaalt hoe ziekmakend het virus is. We zien ook mutaties buiten dat spike-eiwit, maar we weten niet goed wat die betekenen. Bedenk wel, de mutaties in de Britse variant waren al in september ontdekt. Maar het virus begon pas in december op te vallen. Dat geeft aardig aan hoe beperkt onze voorspellende mogelijkheden over dit virus nog zijn.”

Lees ook:

E484K, een ‘zorgelijke’ mutatie in de Britse variant

Deze verandering in het spike-eiwit komt ook al voor in de Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse variant en staat bekend als de ‘ontsnappingsmutatie’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden