Allemaal hetzelfde kloffie versterkt het collectieve brein.

Het collectieve brein

We hebben elkaars brein nodig om op dezelfde golflengte te zitten, ‘maar het kan ook fout gaan’

Allemaal hetzelfde kloffie versterkt het collectieve brein.Beeld ANP / EPA

Twee weten meer dan één. Dat is geen volkswijsheid, maar een aantoonbaar neurologisch feit. Het is de werking van het collectieve brein.

Monique Siemsen

Het ‘collectieve brein’ heeft verschillende betekenissen. Bedoeld kan worden de kennis die we allemaal hebben omdat ons die collectief geleerd is. Denk aan de tafel van 3 of grammatica. Behalve collectieve kennis, hebben groepen mensen ook collectieve normen en waarden. Dat valt ook onder het collectieve brein.

Er is echter nóg een definitie van het collectieve brein: gedachten of handelingen die tot stand komen als de menselijke breinen zich met elkaar verbinden, en die niet zouden bestaan als die verbinding niet plaatsvindt. Hersenonderzoekers laten in vakblad Frontiers in Systems Neuroscience zien dat zaken als geheugen, besluitvorming en gedrag niet alleen in het individuele brein plaatsvinden, maar ook tussen menselijke breinen.

Een Nederlandse hoogleraar psychologie heeft dit onlangs experimenteel bewezen. Carsten de Dreu is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden, en gespecialiseerd in onderzoek naar sociale besluitvorming. De Dreu heeft nu een project afgerond waarin op anatomisch neurologisch niveau de werking van het collectieve brein is vastgesteld.

De Dreu: “Uit de volksmond weten we dat dit besef er al langer is, natuurlijk. We zeggen dat je een klik hebt, of dat twee meer weten dan één. Een bekende is ook dat je met elkaar op één golflengte zit. Er zit een mystieke factor, een toegevoegde waarde in groepswerking. Daar wordt vooral de laatste tien jaar ook onderzoek naar gedaan. In een experiment hebben we kunnen bewijzen wat er precies gebeurt in ons eigen brein én dat van de anderen, als mensen de koppen bij elkaar steken.”

Op zoek naar de X-factor

Over dit specifieke collectieve brein konden wetenschappers voorheen slechts speculeren. En dat deden ze al honderd jaar. Door te kijken naar hoe groepen mensen functioneren, zagen onderzoekers dat er een zogenaamde X-factor moest zijn. Hoe konden zij anders verklaren waarom mensen in de ene groep zich anders gedragen dan zij zouden doen in een andere groep? Of, sterker nog, als zij alleen zouden zijn?

Men kwam al snel uit bij termen als groepsdynamiek. En er werd lustig met dergelijke verklaringen gewapperd toen in januari 2020 verschillende groepen mensen het Capitool in Washington binnendrongen. Ook als het gaat om oorlogsgeweld en voetbalrellen, komt de groepswerking om de hoek kijken.

Groepsdynamiek heeft niet een louter slechte naam. In commercieel-creatieve sectoren, zoals marketing, wordt er op de werkvloer al jaren effectief gebruikgemaakt van de groepswerking. Dan worden voor het bedenken van een nieuw concept verschillende disciplines bij elkaar gezet. De schrijver, grafisch ontwerper en conceptmanager gaan dan samen ‘out-of-the-box’ denken en ‘brainstormen’.

Wat is brainstormen? En hoe denken we buiten het hokje? Daar hebben mensen elkáárs brein voor nodig. Door met elkaars brein te stormen, komen ze op gedachten die tussen de breinen in liggen, dus buiten het eigen hokje. Dat kan een positieve uitwerking hebben, zoals een nieuwe benadering van een oud probleem. Maar dezelfde neurale processen en verhoogde hersenproductiviteit kunnen ook tot een negatief resultaat leiden, zoals geweld en grensoverschrijdend gedrag naar mensen die niet tot de groep behoren.

Aanvallen en verdedigen

De Dreu volgde wat er in de hersenen van groepsleden gebeurt. Hij verdeelde 546 deelnemers in teams van drie mensen. De teams moesten onderling tegen elkaar spelen, waarbij zij afwisselend moesten aanvallen en verdedigen. Teamleden moesten in onderling overleg besluiten hoeveel ze zouden inzetten op de aanval en op de verdediging. Tijdens dit experiment werd de hersenactiviteit van iedere deelnemer gemeten. Zo konden de onderzoekers zien wat er gebeurt met de individuele afwegingen in de loop van het spel. Maar ook werd de hersenactiviteit van de deelnemers onderling vergeleken. Gebeurt er iets simultaans?

Dat gebeurt er zeker. Je moet het brein nader bekijken om te begrijpen wat dan precies. De Dreu heeft namelijk twee hersengebieden onder de loep genomen. Het eerste is de rechter temporopariëtale junctie, oftewel de rTPJ. Dit is een kruisingsgebied tussen twee lobben. De rTPJ is het gedeelte van het brein waarmee we beslissingen nemen. Het tweede is een deel van het brein dat met strategie en controle te maken heeft: de rechter dorsolaterale prefrontale cortex, rDLPFC.

De Dreu: “De breinen van mensen die samenwerken gaan dezelfde activiteit vertonen. Neuro-activiteit meten we in pulsjes die heen en weer gaan met een bepaalde golflengte. We gaan écht letterlijk met elkaar op dezelfde golflengte zitten. En hoe hoger die hersensynchronisatie ligt, des te beter we samenwerken en beslissingen nemen die leiden tot een positiever spelverloop voor onze eigen groep.

“Dat is geen toevallig gevolg als je wat mensen bij elkaar in een team zet. We hebben namelijk ook gekeken wat er gebeurt met hersensynchronisatie als je het groepsgevoel kunstmatig versterkt. Dat deden we door de deelnemers van die teams in hetzelfde T-shirt te steken en ze voorafgaand aan het spel, vier minuten met elkaar te laten praten over persoonlijke onderwerpen. We zagen dat de hersensynchronisatie bij deze teams nóg hoger lag dan bij de teams waarbij we de binding niet versterkt hadden. Dat zien we ook in de maatschappij. In de sport en het leger en tijdens bedrijfsuitjes wordt gedacht: steek mensen in hetzelfde kloffie en je vergroot het groepsgevoel. Dat blijkt niet zomaar een theorie, je hersenen passen zich dan makkelijker aan de ander aan.”

Opgaan in de groep

Bij de teamleden met groepsbinding gebeurde er nog meer in de hersenen. De metingen lieten zien dat er bij die teamleden een hogere activiteit was tussen de eigen rTPJ en de eigen rDLPFC dan in de hersenen van teamleden zonder dezelfde shirts. De verbinding tussen de twee hersengebieden wordt dus beter, maar de zelfstandige activiteit in beide gebieden daalt juist. De gemeten activiteit in zowel de rTPJ als de rDLPFC kwam lager te liggen.

Dat betekent dat het brein een stukje eigen besluitvorming en eigen controle overboord gooit. De onderzoekers zagen dan ook dat de teams die aan binding hadden gedaan, impulsiever waren in de aanval en dat deze aanval ook met een hogere inleg gepaard ging dan de aanvallen van de teams zonder dezelfde shirts en persoonlijke praatjes.

Volgens De Dreu verklaart dit waarom individuen kunnen opgaan in een groep en het eigen beoordelingsvermogen achteruitgaat. “Het collectieve brein is in beginsel positief. We komen tot nieuwe oplossingen die we individueel niet hadden kunnen bedenken. Maar het kan ook fout gaan. We zien brave huisvaders die tijdens voetbalrellen helemaal los gaan en dingen doen die zij achteraf helemaal niet herkennen als eigen gedrag. Of frontsoldaten die onder grote druk buitensporig geweld plegen. Als individu zouden we die dingen nooit doen. Maar de groep kan denkfouten versterken en de aanval op de buitenstaander feller maken.”

Zijn eigen weg

Over de werking van het collectieve brein zoals in zeer grote groepen is neuraal nog veel te ontdekken, zegt De Dreu. Daarvoor is de huidige meetapparatuur niet geschikt. Maar hij verwacht dat de onderliggende processen vergelijkbaar zullen zijn. “Ieder individu doet in bepaalde mate afstand van de eigen identiteit. Hoeveel afstand, dat ligt aan het individu en aan omstandigheden, die op hun beurt weer gecreëerd kunnen worden met kleding, een gemeenschappelijke visie et cetera.

“Waartoe het individu bereid is, wordt ook bepaald door zijn afhankelijkheid van de groep. Als je graag bij de groep wilt horen, zal je brein zich daarop richten. Ben je juist bereid buiten de groep te vallen, dan zal je brein makkelijker zelfstandiger blijven functioneren. Het is dan heel goed mogelijk dat je je juist afzet tegen de groep.

“Hoe groter de groep, hoe minder uniform deze is. Het wordt dan moeilijker afstemming te krijgen tussen die individuele breinen. Het kan zijn dat dit té moeilijk wordt en te veel aanpassing vergt. Op dat moment gaat het individuele brein liever weer zijn eigen weg.”

Lees ook:

Deze wetenschapper bouwt een machine die voelt hoe het is om machine te zijn

Bewustzijn is niet een ongrijpbare geest maar natuurwetenschappelijk te verklaren, betoogt Mark Solms. Om dat te bewijzen wil hij een machine bouwen die bewust is, net als wij. En als dat lukt? “Meteen uitzetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden