InterviewRoofkunst

Wat te doen met roofkunst? ‘Ik zeg niet: alles moet terug’

Onderschepte maskers uit Congo. Beeld Foto uit boek
Onderschepte maskers uit Congo.Beeld Foto uit boek

Hoe kwam koloniaal erfgoed hier, en wat moeten we ermee? Roofkunst-expert Jos van Beurden wil de weg wijzen.

Er is nogal wat gebeurd sinds 2017, toen Jos van Beurden zijn spraakmakende proefschrift publiceerde over wat te doen met omstreden koloniale kunst. Zo heeft de Nederlandse regering dit jaar in een beleidsstuk vastgelegd dat musea met rijkscollecties alles wat geroofd is, terug moeten geven aan de landen van herkomst, zo die dat willen. De Tweede Kamer moet dat beleid nog goedkeuren, maar het pleit lijkt beslecht.

Dat betekent vooral: veel werk aan de winkel, zo laat Van Beurden zien in zijn boek Ongemakkelijk erfgoed, dat volgende week verschijnt. Hij voert de lezer langs een bonte schouw van koloniale oorlogsbuit en verzameldrift.

Teruggave van cultureel erfgoed past in het debat over ons koloniale verleden. Teruggeven is een netelig vraagstuk. Nauwelijks minder netelig is de vraag wat te doen met ­‘objecten’ die niemand meer wil. Menselijke resten bijvoorbeeld. De afgelopen jaren heeft Nederland Maori-hoofden, en het hoofd van de Ghanese opstandeling Badu Bonsu teruggegeven aan belanghebbenden. “Maar er liggen ook nog honderdduizenden botjes en resten, niemand weet wat we ermee moeten”, zegt Van Beurden. “Een graf of een plek van herdenking is misschien een oplossing.”

Van Beurdens boek gaat zowel over Nederland als over België. Allebei ooit koloniale machten. Allebei worstelen ze met hun koloniale erfenis. En allebei zadelden ze ex-kolonies op met nog veel grotere worstelingen. Van Beurden: “De roof in Congo onder koning Leopold II is legendarisch. Maar kijk je naar recente studies over Indonesië, dan denk je: is het verschil wel zo groot?”.

Deze week ontving de Belgische regering een advies om grofweg hetzelfde restitutiebeleid te volgen dat nu in Nederland vorm krijgt. Van Beurden: “Vaak denken we dat Nederland vooroploopt. Maar in België laat de regering niet alleen koloniale collecties onderzoeken, maar ook de rol van het koningshuis, het bedrijfsleven en de missie tijdens het kolonialisme. Vertaald naar Nederland zouden wij dan niet alleen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd onder de loep moeten laten nemen, zoals nu gebeurt, maar ook de koloniale tijd, en de rol daarin van koning Willem I, II en III, van bedrijven als Shell, en van de kerken. In die zin loopt België weer voorop.”

Roofkunst boeit Van Beurden al decennia. In de jaren negentig ­behoorde hij tot een internationaal gezelschap van douanebeambten, wetenschappers en politici die informeel overlegden over bestrijding van de smokkel van kunst en antiquiteiten. In zijn boek beschrijft hij hoezeer hij begin jaren negentig geïnspireerd raakte door de passie van de toenmalige directeur van het Nationaal Museum van Mali, die hem vertelde over de ‘erfgoeddrainage’ die zijn land in de koloniale tijd en daarna trof.

Wat bent u, wetenschapper of activist?

“Ik ben wetenschapper met een passie. Ik zeg niet: alles moet terug, ik zeg vooral: we moeten het gesprek met herkomstlanden aangaan, in kaart brengen wat er in het verleden gebeurd is, en op grond van gelijkwaardigheid praten over de toekomst van de objecten.

De laatste jaren is duidelijker geworden dat in Indonesië permanent oorlog werd gevoerd, en oorlog betekende: buit. Veel krissen (soort dolk, red.) uit Bali in onze musea waren oorlogsbuit, of afgedwongen ‘giften’ of ‘verkopen’ door verarmde mensen.”

De directeur van het Leidse Museum Volkenkunde verzuchtte in 1895: ‘Als de stapel nog groter wordt, ­zullen dingen gaan rotten’. Is dat ­gebeurd, zijn hier museumobjecten weggerot?

“Dat weten we niet precies, maar met dat citaat illustreer ik hoe verschrikkelijk veel is meegenomen. Volgens de Raad van Cultuur heeft maar een op de tien musea met koloniale collecties een goed beeld van wat ze in huis hebben en hoe ze eraan zijn gekomen. Heel veel objecten verstoffen anoniem in depots. Van veel objecten weten we niet van hoeveel waarde die voor een herkomstland zijn.”

U beschrijft de gigantische schaal van roof in kolonies ook als een ­‘eeuwenlange beeldenstorm’.

“Dat slaat op de destructie en confiscatie van lokale rituele voorwerpen door zending en missie: lokale religies werden stuk gemaakt, gelovigen van hun identiteit beroofd. Lees Afrikaanse schrijvers er maar op na.”

Nederland betoonde zich in 1949 bij de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië ‘weinig genereus’, schrijft u. Maar alles wat in het museum in Batavia verzameld was, liet Nederland achter. Dat vormt nog steeds de bulk van dat museum in Jakarta. Is dat niet gul?

“Nou niet perse, want veel was naar Nederland gegaan en is hier gebleven. Ook topstukken als vier hindoebeelden en een boeddhistisch beeld uit Java in Leiden. Indonesië vroeg die alle vijf terug, maar Nederland stond, in het kader van de afspraken in 1975, alleen dat boeddhistische beeld, de Prajnaparamita, af.”

Op grond van dat akkoord retourneerde Nederland de helft van de 243 objecten uit Lombok, buitgemaakt in 1894. Stel dat Indonesië ook die andere helft terug wil?

“Volgens het nieuwe Nederlandse beleid kan Indonesië daar aanspraak op maken. Maar Indonesië heeft al lang laten weten echt niet alles terug te willen. De Indonesische regering heeft inmiddels een restitutiecommissie ingesteld als reactie op het Nederlandse beleidsvoornemen. Die bekijkt: ‘Wat is de prioriteit, wat hebben we nodig’?

“Het gesprek over teruggave gaat niet zozeer over de fysieke overdracht van objecten, maar om de erkenning van in het verleden begaan onrecht, om onze bereidheid daar iets aan te doen en om aan oud-koloniën als Indonesië zeggenschap te geven in wat wij dan doen.”

Ook beloofde Nederland in 1975 om de kris van de Javaanse held Diponogoro te retourneren. Dat is eindelijk vorig jaar gebeurd. Maar andere afspraken zijn niet nagekomen?

“Nee. Nederland zou Indonesië aan contacten helpen met particuliere verzamelaars die misschien gesmokkelde objecten in hun bezit hadden. De regering erkende die smokkel, maar heeft er nooit iets mee gedaan. Het boeddhahoofd van de Borobudur-tempel in het Amsterdamse Rijksmuseum valt daaronder: dat heeft het museum in bruikleen van een particuliere organisatie, de ­Koninklijke Vereniging van Aziatische Kunstliefhebbers (KVVAK). ‘Zomaar een boeddhahoofd teruggeven, is onmogelijk’, zei museumdirecteur Taco Dibbits (toen nog Hoofd Collecties), toen ik hem in 2011 daarnaar vroeg. Het staat nog steeds in het Rijksmuseum.

“Ook beloofde Nederland uit te zoeken wie nu precies de eigenaar was van de Javamens in Museum ­Naturalis. Ook nooit gebeurd. Indonesië heeft inmiddels een prachtig museum voor dergelijke fossielen in Sangiran.”

Moet de overheid zich bemoeien met particulier bezit?

“In 2013 zei de Restitutiecommissie voor nazi-roofkunst in haar jaarverslag dat men een heel eind was gekomen met het doorkammen van openbare kunstcollecties, maar dat het werk niet af was zolang niet ook de particuliere collecties waren doorzocht. Zo voelt dat ook voor ­objecten uit een koloniale context. De overheid kan een oproep doen: dat we in een nieuwe tijd leven, met een nieuw beleid voor publieke collecties, en dat particulieren daar ­lering uit kunnen trekken.

“Onder particuliere bezitters, dat staaf ik ook in het boek, heerst vaak een andere sfeer dan in musea. Zij willen wel binnen de wet handelen, maar er is geen juridische verplichting iets af te staan. En ze vertrouwen de herkomstlanden vaak niet.”

Nederland stelt geen voorwaarden, bijvoorbeeld over veiligheid, bij ­teruggave van geroofde objecten aan Nederlandse ex-kolonies. Vindt u dat goed?

“Als je zegt: we zijn er op een oneigenlijke manier aan gekomen en we gaan dat goedmaken, dan stel je geen voorwaarden. Vaak meten we met twee maten. Neem de Benin bronzen, geroofde kunstschatten uit het koninkrijk Benin, in huidig Nigeria. Begin vorige eeuw had het Berlijnse Humboldt Forum er 580, nu nog 440; bij het Museum van Wereldculturen zijn er tien verdwenen. Niemand weet waar ze zijn. Als dat in Afrika of Azië gebeurt dan spreken we van corruptie, gebeurt het in ­Europa dan zeggen we ‘er is een aantal weg’.”

Restitutie gaat over herstel van vertrouwen, schrijft u. Maar Nigeria is notoir corrupt, en of de regering de belangen van gemeenschappen ­respecteert, kun je betwijfelen.

“Onderschat niet de verandering die ook daar plaatsvindt. Met Nigeria hebben westerse musea lang onderhandeld over teruggave van de ­Benin-objecten. Diverse overheden – federaal, deelstaat en van de traditionele koning van Benin – ­hebben zich in één club verenigd om een museum in Benin City met objecten uit het Westen te verwezenlijken. De Nigerianen gingen de deelnemende musea zodanig vertrouwen dat ze zeiden: ‘We hebben ­inderdaad een probleem, want er verdwijnt hier wel eens wat’. Dat creëert een heel andere gespreksbasis dan dat wij als koloniale rovers – want dat waren we in hun ogen – zeggen ‘Jullie kunnen er niet goed op passen’.”

Kun je objecten uit de Molukken in vertrouwen teruggeven aan ­Jakarta?

“Je moet de soevereiniteit van de herkomstlanden respecteren, ook al vind je dat iets naar een regionaal museum moet terwijl de regering daar zegt: het blijft in de hoofdstad. Maar uit gesprekken met de directeur-generaal van het departement van onderwijs en cultuur in Jakarta en met de universiteit van Yogyakarta weet ik dat ze daar steeds openlijker over de vraag discussiëren hoe de centrale regering zich verhoudt tot bijvoorbeeld traditionele sultanaten: als sultans of hun nazaten objecten opeisen, hoe gaan we daar dan mee om?”

Indonesië gebruikt objecten vaak om ze in een nationaal discours te persen. U schrijft over het handschrift van Nagarakertagama, dat koningin Juliana tijdens een staatsbezoek in 1973 retourneerde. ­Indonesië ziet dat handschrift als een bewijs dat Oost-Timor al in ­­pre-koloniale tijden tot Indonesië behoorde. Daar denken velen anders over.

“Ja dat is een probleem. Indonesië is eigenlijk een product van Nederland; ook Congo en Nigeria hadden nooit in deze vorm bestaan zonder kolonisatie. Volkeren die niet met elkaar overweg kunnen zijn bij elkaar ­geduwd. Die staten moeten werken aan hun nationale eenheid.”

Maar als je objecten teruggeeft aan de foute instantie, richt je dan geen nieuw onrecht aan?

“In de collectie van het Rijksmuseum zit de diamant van de sultan van Banjarmasin, die de Nederlanders in 1859 hebben geroofd. Als je die diamant teruggeeft aan Jakarta, tegen de wil van de nazaten van de sultan, dan is de relatie niet geheeld. Maar daar kunnen wij dan niks aan doen.

“Positief is dat landen als Indonesië het probleem nu onder ogen zien ­– wat niet betekent dat ze eruit zijn, daar zullen ze nog jaren voor nodig hebben. Het zou mooi zijn als het Zuiden een internationale conferentie belegt over die vraag in het restitutiedebat: hoe moeten staten omgaan met niet-statelijke autoriteiten. Maar daar hebben wij geen rol meer in, dat is voorbij.”

Hoe is het met die directeur in Mali die u destijds zo heeft geïnspireerd, nu het land zo wordt geteisterd door instabiliteit?

“Hij is directeur-af. De toestand is dramatisch, laten we hopen dat ze hun collectie in veiligheid hebben gebracht.”

Is het een geluk bij een ongeluk dat veel erfgoed van het land buiten ­Mali bewaard wordt?

“Dat denk ik ook als ik weer eens lees dat er in een museum in Nederland is ingebroken. Hadden die mooie stukken maar ergens anders gelegen.”

Torso's zonder hoofd op de Borobudurtempel (Indonesie).  Beeld
Torso's zonder hoofd op de Borobudurtempel (Indonesie).
Negende-eeuwse kop van Boeddha in het Rijksmuseum, afkomstig van de Borobodur. Beeld Foto uit boek
Negende-eeuwse kop van Boeddha in het Rijksmuseum, afkomstig van de Borobodur.Beeld Foto uit boek
Jos van Beurden: 'Als in Afrika of Azië stukken verdwijnen spreken we van corruptie. Gebeurt het hier, dan zeggen we 'er is een aantal weg'. Beeld Foto uit boek
Jos van Beurden: 'Als in Afrika of Azië stukken verdwijnen spreken we van corruptie. Gebeurt het hier, dan zeggen we 'er is een aantal weg'.Beeld Foto uit boek
Tijdens een ceremonie in 2019 overhandigde Museum Vrolik een getatoeëerd hoofd en botten van acht personen aan een delegatie van Nieuw-Zeelandse Maori's.  Beeld Foto uit boek
Tijdens een ceremonie in 2019 overhandigde Museum Vrolik een getatoeëerd hoofd en botten van acht personen aan een delegatie van Nieuw-Zeelandse Maori's.Beeld Foto uit boek

Jos van Beurden: ‘Ongemakkelijk erfgoed. Koloniale collecties en teruggave in de Lage Landen’. Walburg; 240 blz. € 24,95

Lees ook:

Moet je buitgemaakte Korans documenteren, tentoonstellen of terugbrengen naar Atjeh?

Welke objecten van koloniale herkomst bevinden zich in de collecties van Nederlandse musea, hoe zijn die hier terechtgekomen, en wat voor verhaal vertellen ze – hier en in de landen van herkomst? Dat zijn vragen waar wetenschappers, musea, kunstenaars en het publiek zich over buigen in het project ‘Pressing Matter’.

Lees ook:

Onderzoek: Zeker 114 objecten in Nederlandse musea zijn geroofd, en die wil Nigeria terug

Wat al wiedes leek, staat nu echt vast: de meeste objecten in Nederlandse musea die behoren tot de ‘Benin Bronzes’ zijn geroofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden