Coronacrisis

Waartoe zijn virussen in hemelsnaam op aarde?

Beeld Fadi Nadrous

De meeste mensen kijken met afschuw naar het nieuwe coronavirus. Wetenschappers praten met waardering over het vernuft van virussen. ‘Als wij het in de evolutie voor het zeggen hadden, hadden we absoluut ook het virus uitgevonden.’

De ecoloog: Virussen hebben een sleutelrol in de natuur

Kijkend naar de chaos die Covid-19 nu over de wereld veroorzaakt, vraag je je af: hoe zou de wereld eruitzien zónder virussen? “Dat is mij ook weleens gevraagd”, bekent professor Corina Brussaard, onderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, Nioz, en hoogleraar virale ecologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Met een groep wetenschappers uit verschillende disciplines hebben we onszelf ooit twee dagen opgesloten om te filosoferen. Uiteindelijk kwamen we de kamer uit met een heldere conclusie: als wij het in de evolutie voor het zeggen hadden gehad, dan hadden we absoluut ook het virus uitgevonden. Ga maar na: het is met afstand de makkelijkste manier om je genen te verspreiden over de wereld. Je stopt een beetje van jouw genetisch materiaal, DNA of RNA, in een eiwitzakje en je laat vervolgens een geïnfecteerde gastheer al het moeilijke werk opknappen om dat te vermeerderen.”

Waar virologen zich dezer dagen het hoofd breken over manieren om het nieuwste corona-virus, Covid-19, te bestrijden, praat viraal ecoloog Brussaard met hoorbare waardering over het virusvernuft. “Virussen hebben voor ons, heel logisch, een negatieve connotatie. We worden er ziek van of gaan er zelfs dood aan. Die negatieve lading kan ik vrij makkelijk omzeilen omdat ik mij richt op de virussen in zeeën en oceanen. Eenmaal ontdaan van hun negativiteit, zie je dat virussen niet alleen heel slim zijn in het verspreiden van hun genetische informatie, ze helpen ook nog eens het leven op gang te houden.” De mariene virussen die Brussaard bestudeert, zijn met vele. “In een glas zeewater zitten gemiddeld 150 miljoen virusdeeltjes. En als je het gewicht van alle virusdeeltjes in de zeeën en oceanen bij elkaar optelt, wegen ze ongeveer 7,5 miljard ton; net zo veel als 75 miljoen blauwe vinvissen. Er zitten onvoorstelbaar veel verschillende types bij, van piepkleine stukjes erfelijk materiaal in een simpel eiwitenvelopje, tot reusachtige virussen van wel een tienduizendste millimeter groot.”

Ziek word je niet van al die mariene virussen. Dat wil zeggen: als mens niet. “Veel van de mariene virussen hebben het gemunt op eencellige organismen, zoals bacteriën of algen. Let wel: dat is meer dan 70 procent van de levende biomassa in zee. Meestal barsten deze eencellige gastheren binnen enkele uren tot hooguit een dag open na een virusinfectie. Samen met een hoop nieuwe virusdeeltjes, komen dan ook de voedingsstoffen uit hun cel weer in de kringloop in het water terecht.

“Stel dat algen alleen maar gegeten zouden worden door vissen en andere dieren, en aan het eind van de voedselketen in de vorm van poep of dode dieren naar de bodem van de oceaan zouden verdwijnen, dan zou binnen de kortste keren al het voedsel uit de bovenlaag van de oceaan verdwijnen. Die zou dan letterlijk onleefbaar worden.”

Het onderzoek van Brussaard en haar team heeft laten zien dat ongeveer de helft van de algen niet wordt gegeten, maar sterft door een virusinfectie en zo boven in de oceaan weer voedsel in de kringloop stopt. Daarmee houden die virussen dus indirect het leven in de oceanen op gang. “Je zult de kringloop van voedingsstoffen – en daarmee ook de kringloop van koolstof en CO2 in de oceanen – nooit volledig kunnen begrijpen als je niet ook naar de virussen kijkt. Virussen spelen een sleutelrol in het leven en zelfs in het klimaat.”

Het vernuft van een virus zit hem niet alleen in de parasitaire manier om zijn erfelijke materiaal te verspreiden. Het zit hem ook in zijn kieskeurigheid. Brussaard: “Door alleen maar specifieke soorten te infecteren, kunnen andere niet-geïnfecteerde soorten opkomen en werken virussen dus mee aan soortenrijkdom.

“Die biodiversiteit is essentieel bij aanpassingen aan veranderingen. Als een specialist, bijvoorbeeld de reuzenpanda, maar één trucje kent, namelijk bamboe eten, dan ben je gauw de pineut als er iets in je omgeving verandert. Virussen zijn flexibel genoeg om zich aan veranderingen in de omgeving aan te passen. Ook wanneer een gastheer een nieuwe verdediging heeft bedacht. Door die rat race tussen virussen en potentiële gastheren, zijn virussen een belangrijke evolutionaire motor achter de biodiversiteit.”

De patholoog: Er zijn ook virussen die ons gezond houden

 Volgens professor Thijs Kuiken, hoogleraar vergelijkende pathologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, kunnen virussen een mens of een dier ook juist gezónd houden. “Zoals wij op onze huid en in onze darmen miljarden goede bacteriën hebben die ziekmakende bacteriën weghouden, zo helpen onschadelijke virussen ook om schadelijke varianten te bestrijden.

“Een mooi voorbeeld daarvan is recent gepubliceerd door Duitse collega’s. Die ontdekten dat wilde eenden die een totaal onschadelijke variant van het vogelgriepvirus bij zich dragen, veel minder bevattelijk zijn voor de ernstige variant, waar behalve kippen ook deze eenden aan dood gaan. Onschuldige virussen vullen als het ware een niche bij hun gastheer, waardoor er voor andere virussen geen plek meer is.’

Een vergelijkbaar fenomeen speelde toen het westnijlvirus ooit de sprong maakte van de oude naar de nieuwe wereld, vertelt Kuiken. “Dat virus wordt overgebracht door muggebeten. In Noord-Amerika richtte het nieuw-geïntroduceerde virus behoorlijke schade aan onder wilde dieren. Maar toen het eenmaal in Midden- en Zuid-Amerika aankwam, vielen daar veel minder slachtoffers onder wilde dieren. Die dieren hadden afweer tegen zogenoemde flavivirussen, die er lokaal voorkomen. Daardoor bleken ze beter bestand tegen dit flavivirus uit het Midden-Oosten.”

Volgens Kuiken profiteren ook mensen van deze zogeheten kruisimmuniteit. “Mensen die gevaccineerd zijn tegen de mazelen zijn daarmee mogelijk ook minder vatbaar voor het vergelijkbare canine distempervirus, dat de hondenziekte veroorzaakt.”

Een belangrijke les die we volgens Kuiken kunnen leren uit de uitbraken van Covid-19, en eerder van Sars in 2003 en Mers in 2012, is dat we die bescherming van eigen virussen niet op de proef moeten stellen door op grote schaal mensen met wilde en gehouden dieren moeten gaan mixen. 

Kuiken: “Het coronavirus dat nu rondgaat, is naar alle waarschijnlijkheid overgesprongen van een vleermuis via een nog onbekende diersoort naar een mens op een markt in China. Iets vergelijkbaars zagen we met de uitbraak van Sars in 2003. Dat virus was waarschijnlijk overgesprongen van een klein roofdier, de witsnorpalmroller, ook op een markt in Zuidoost-Azië. Mers kwam via dromedarissen op grote markten in het Midden-Oosten bij de mens terecht. Op het moment dat wij op dat soort markten op grote schaal mensen en veel verschillende dieren bij elkaar brengen, vraag je er bijna om. Een van nature flexibel virus hoeft zich dan maar een klein beetje aan te passen om een compleet nieuwe niche te kunnen veroveren. Dan worden soortgrenzen met het grootste gemak overgestoken, met alle gevolgen van dien.

“Virussen zijn nu eenmaal een integraal onderdeel van het leven”, benadrukt Kuiken nog maar eens. “Maar als wij niet wat meer ecocentrisch, dus vanuit de natuur, naar virussen leren kijken in plaats van vanuit de mens en de economie, is het wachten op de volgende uitbraak.”

Lees ook:

Wat dit coronavirus zo bijzonder maakt

De ziekte die door het nieuwe coronavirus wordt veroorzaakt, lijkt op griep. Maar subtiele verschillen in het virus kunnen grote gevolgen hebben. ‘We hebben deze ziekte nog lang niet in ­de vingers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden