Evolutionair raadsel

Waarom zwemt een zeehond met zijn achterlijf en een zeeleeuw met zijn voorvinnen? Er is eindelijk een antwoord

Een zeeleeuw bij het eiland Los islotes, Mexico. Beeld Buitenbeeld
Een zeeleeuw bij het eiland Los islotes, Mexico.Beeld Buitenbeeld

Zeehonden en zeeleeuwen behoren tot dezelfde familie. En toch zwemmen ze verschillend.

Waarom zwemt een zeehond met zijn achterlijf en een zeeleeuw met zijn voorvinnen? Om vooruit te komen!

Heel grappig, wijsneus, maar waar komt dit verschil in zwemtechniek vandaan bij dieren die toch sterk op elkaar lijken? Het verschil is zo opmerkelijk dat biologen lang hebben vermoed dat zeehonden en zeeleeuwachtigen verschillende voorouders hebben gehad. Maar de genetica weerlegde dat: de soorten zijn genetisch zo verwant dat ze uit dezelfde lijn moeten zijn voortgekomen.

Zeehonden en zeeleeuwachtigen behoren tot de vinpotigen. Ze worden door de biologie tot de familie van roofdieren gerekend, en zijn voortgekomen uit roofdieren die op het land leefden en die hun jachtgebied op een gegeven moment verplaatsten naar de kustwateren. Dat heeft zo’n verscheidenheid aan soorten (en zwemtechnieken) opgeleverd, dat die gang naar het water misschien niet een eenmalige gebeurtenis is geweest, maar zich meerdere keren heeft voltrokken; op verschillende plaatsen, onder verschillende omstandigheden, met verschillende resultaten. Maar hoe precies is niet bekend.

Zwemtechnieken

Om dit evolutionaire raadsel te helpen oplossen zijn onderzoekers van de Monash-universiteit in Australië eens goed naar die zwemtechnieken van de zeeroofdieren gaan kijken. En de biologen daar waren zo slim om er ingenieurs bij te halen die thuis zijn in aerodynamica. Uit hun gezamenlijke onderzoek, dat net is gepubliceerd in vakblad Current Biology, blijkt dat de zwemtechnieken van vinpotigen minder strikt gescheiden zijn dan gedacht. Er is niet hier een klas van vlinderslagzwemmers ontstaan en daar een klas borstcrawlers; alle vinpotigen zijn begonnen als voetzwemmers, die hun achtervinnen gebruikten om vooruit te komen.

Bij zeehonden is dat de belangrijkste motor gebleven. Hun voorvinnen laten nog goed zien waar ze vandaan zijn gekomen; die lijken op klauwen, als van een beer. En zeehonden kunnen ook nog steeds hun vingers spreiden. Handig voor het vasthouden van prooi, maar niet zo goed voor de zwemprestaties. De zeehond gebruikt de voorvinnen vooral voor bochten en om te remmen, maar ze hebben te veel weerstand om veel snelheid te genereren.

Vliegtuigvleugels

Dat is bij zeeleeuwachtigen anders. Hun voorvinnen lijken in niets meer op de klauw van een beer. Ze hebben nog steeds vijf vingers, maar die zijn verbonden door een hard weefsel en kunnen nauwelijks meer bewegen ten opzichte van elkaar. De middenhandsbeentjes zijn recht geworden en er zijn grotere verschillen in lengte, gaande van de wijsvinger, die de langste is, naar de pink. Dat levert voorvinnen op die lijken op vliegtuigvleugels, met de kenmerkende druppelvormige doorsnede: dik aan de voorkant, dun van achteren.

Een prooi vastpakken is hiermee een stuk lastiger, maar de voorvinnen zijn een krachtiger zwemmotor geworden dan de achtervinnen. De ontwikkeling in deze tak van de vinpotigen­familie moet door een evolutionair voordeel zijn gedreven, zeggen de onderzoekers. En ze denken dan vooral aan snelle prooien, zoals pinguïns en scholen vissen, die voor de zeeleeuwachtigen binnen bereik kwamen door hun hogere zwemsnelheid. Dat voordeel kan onder bepaalde leefomstandigheden groter zijn dan het gemis van klauwen.

Lees ook:

Een zeehond heeft een half jaar met een zendertje voor onze kust rondgezwommen.

Snow White heette het dier, maar die heeft ons weinig geleerd, betoogt Jelle Reumer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden