BoekbesprekingDe Dieetmythe

Waarom diëten altijd mislukken: Tim Spector heldert vermakelijke onzin over gezond eten op

Calorieën tellen, minder eten en meer bewegen blijkt volgens Tim Spector helaas niet de oplossing. Beeld Hollandse Hoogte
Calorieën tellen, minder eten en meer bewegen blijkt volgens Tim Spector helaas niet de oplossing.Beeld Hollandse Hoogte

In De Dieetmythe ruimt de Britse epidemioloog Tim Spector een hoop onzin over gezond eten en afvallen op. Een verhelderend en vermakelijk boek.

Karin Luiten

‘In de landen rondom de Middellandse Zee heeft knoflook een lange traditie als remedie tegen verkoudheid. Ik probeerde ooit een Toscaans middeltje: bij de eerste klachten neem je drie teentjes rauwe knoflook en een hele fles Chianti. De resultaten waren verbazingwekkend. Ik werd de volgende ochtend wakker met een knoflookkegel, een fikse kater én de voorspelbare verkoudheidsklachten. Achteraf kreeg ik te horen dat ik het had moeten nemen voordat ik verkouden werd.’

Een typisch voorbeeld uit het nieuwe boek van Tim Spector, De dieetmythe. Echte wetenschap achter wat we eten hoeft wat hem betreft geen saai leesvoer op te leveren. En dat terwijl het ingewikkelde materie is. ‘We mogen dan synthetisch DNA kunnen maken en dieren kunnen klonen’, verzucht hij, ‘maar over het spul dat ons in leven houdt, weten we nog altijd ongelooflijk weinig.’

Bacteriën, virussen, gisten en schimmels in onze darmen

Het boek stamt al uit 2015, maar is zojuist in een geheel bijgewerkte editie ook in het Nederlands verschenen. Spector is hoogleraar genetische epidemiologie en gespecialiseerd in onderzoek met eeneiige tweelingen, die wel dezelfde genen hebben, maar toch compleet anders reageren op voedsel. Daardoor weet hij intussen één ding zeker: begrijpen wat precies een gezond dieet is, betekent kijken welk effect voedsel heeft op je darmgezondheid. Zijn hele boek valt samen te vatten met de eenvoudige boodschap: zorg voor je darmmicroben en zij zullen voor jou zorgen.

Een mens heeft twintigduizend genen maar biljoenen microben. Die mix van bacteriën, virussen, gisten en schimmels bevindt zich in onze darmen en wordt gezamenlijk het ‘microbioom’ genoemd. Spector omschrijft het als een soort geliefd huisdier, maar dan onzichtbaar klein: ‘een medeschepsel dat met ons mee-eet en meedeelt in onze gewoonten, dat met ons meereist, dat zo met ons is meegeëvolueerd dat het weet wat we wel en niet lekker vinden, en dat ons bescherming biedt.’

Microben, bacteriën, het klinkt allemaal als ongewenst. Niet voor niets is de voedingsindustrie altijd bezig om producten juist bacterievrij en dus langer houdbaar te maken, met behulp van zout, suiker en vet. Dankzij hightech laboratoria en smaakpanels is intussen van veel producten het blisspoint (‘gelukzaligheidspunt’) ontdekt, de ideale verhouding van zout, suiker en vet, waardoor producten onweerstaanbaar worden. ‘En toen ze daar ook nog hun hele repertoire van smaakversterkers en textuurverbeteraars aan hadden toegevoegd’, sombert Spector, ‘maakte de arme consument geen schijn van kans meer.’ Ziedaar het perfecte recept voor obesitas.

De kern van het probleem

Calorieën tellen, minder eten en meer bewegen blijkt helaas niet de oplossing. De gangbare theorie van ‘energie erin, energie eruit’ houdt namelijk helemaal geen rekening met onze microben en is daarom volgens Spector de belangrijkste oorzaak van de faliekante mislukking van diëten en voedingsadviezen.

Die zijn om te beginnen verwarrend en tegenstrijdig en ze draaien vooral om het weglaten van dingen: geen koolhydraten, geen vet, geen suiker, geen brood, geen alcohol of geen vlees. Of we moeten terug naar het menu van onze voorouders. Maar hoe weten we wat die aten? Vast niet die magere biefstukken en rucola-salades van de paleo-sportschoolfanaten.

Wat we wél weten is dat jagers-verzamelaars 15.000 jaar geleden rond de 150 verschillende ingrediënten per week aten, terwijl de meeste mensen nu niet verder komen dan twintig afzonderlijke soorten voedsel, vaak kunstmatig geraffineerd. En de meeste bewerkte voedingsmiddelen bestaan tegenwoordig treurig genoeg uit nog slechts vier hoofdingrediënten: maïs, soja, tarwe of vlees.

Die constante vermindering in variatie is volgens Spector de kern van het probleem. Die zorgt voor afname van de microbiële diversiteit in onze darmen en dus voor een slechtere gezondheid. Obesitas, diabetes, allergieën en zelfs Covid-19 hangen er waarschijnlijk mee samen.

Sporten helpt ook al niet om af te vallen

De ene mens is de andere niet, maar dat geldt zeker ook voor calorieën. Tweeduizend calorieën uit een Big Mac hebben heel andere consequenties voor je gewicht en je stofwisseling dan tweeduizend calorieën uit volkoren granen, fruit en groenten.

Sporten helpt ook al niet om af te vallen want ons lichaam compenseert dat energieverbruik. Als beginnend arts-assistent adviseerde Spector zelf ook obese patiënten met ernstige gezondheidsproblemen om meer te gaan bewegen en hun leven weer in eigen hand te nemen. Maar zijn patiënten werden alleen maar dikker en depressiever en hun diabetes steeds ernstiger. Wilskracht of het maken van verkeerde keuzes heeft er ook al niets mee te maken, want zelfs Amerikaanse baby’s, die we daarvan niet kunnen beschuldigen, worden in een beangstigend tempo dikker.

Komt het dan doordat we te vet eten? Vet krijgt in het boek veel aandacht, maar dan vooral het schadelijke effect van alle waarschuwingen ertegen. Sommige vetten in onze voeding zijn juist goed voor ons, of zelfs essentieel. Cholesterol is ooit volkomen onterecht geframed als aartsvijand. Wetenschappers hebben lang gedacht dat ze wisten welke combinatie van vetten goed voor ons was en welke slecht, maar in feite weten ze daar heel weinig over. Wel is intussen onomstotelijk bewezen dat kunstmatige transvetten de allerergste soort zijn, terwijl die toch ooit juichend werden verwelkomd als een gezond alternatief voor roomboter.

Hilarische, persoonlijke experimenten

En hoe zat het ook alweer met de Franse paradox? Fransen drinken meer wijn en eten vetter voedsel, maar toch hebben ze minder hartkwalen. Spector oppert dat dat ook te maken kan hebben met de gigantische hoeveelheden vriendelijke microben in de traditionele, ongepasteuriseerde kaas die de Fransen dagelijks consumeren. Een gunstig effect dat industriekaas-voor-op-de-pizza níet heeft. En toch vindt De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de aanwezigheid van bacteriën in kaas riskant (‘anders dan, bijvoorbeeld, vuurwapens’ voegt Spector eraan toe), en heeft een aantal boerenkazen van ongepasteuriseerde melk verboden.

Aan moeilijke vaktermen in dit boek geen gebrek (hoewel er achterin het boek gelukkig een handig ABC is), maar net als het de lezer begint te duizelen van alle polyfenolen, antioxidanten en meervoudig verzadigde vetzuren, komt er weer een pakkende anekdote. De auteur lardeert zijn betoog met tal van grote en kleine onderzoeksresultaten maar vertelt ook over zijn, soms hilarische, persoonlijke experimenten. Hoewel hij in losse hoofdstukken ingaat op onder andere vet, eiwitten, gluten, vitamines en vezels, blijft hij benadrukken dat het geen zin heeft om voedsel op te splitsen in afzonderlijke stofjes, want het gaat juist om de interactie tussen ons voedsel als geheel en onze microben.

Dit werkt alleen als je een rat bent

En onderzoek blijkt ook niet alles. Neem het voorbeeld van resveratrol. Een stofje in rode wijn dat anti-verouderingseigenschappen zou hebben. Na zo’n twintig jaar intensief onderzoek is bewezen dat de inname van grote hoeveelheden (evenveel als in ruim zes flessen wijn per dag) het risico op hart- en vaatziekten inderdaad kan verlagen. ‘Maar alleen als je een rat bent’, voegt Spector er droogjes aan toe. ‘Helaas zijn de data bij mensen tot nu toe teleurstellend.’

De oplossing? Luister beter naar je eigen lijf, buik en darmen. Probeer vooral geen voedsel te vermijden, nou ja, behalve dan alles wat sterk bewerkt is en alles met ‘vetarm’ of ‘light’ erop. Voor de rest moeten we juist liever méér soorten voedsel eten in plaats van minder, inclusief traditioneel gemaakte kaas en volvette yoghurt. Want hoe gevarieerder je menu, des te diverser zijn je microben en des te beter is je gezondheid, hoe oud je ook bent.

Denk vooral aan het mantra van de beroemde Amerikaanse schrijver en journalist Michael Pollan: ‘Eet echt voedsel, hoofdzakelijk planten, niet te veel.’ En eet niets wat de microben van je overgrootmoeder niet als voedsel zouden herkennen.

Tim Spector, De dieetmythe. De echte wetenschap achter wat we eten, uitg. Nieuwezijds, 367 pp, € 24,95

Wie is Tim Spector?

Tim Spector is hoogleraar genetische epidemiologie aan King’s College in Londen en is als arts verbonden aan Guy’s en St. Thomas’ Hospitals. Hij is hoofdonderzoeker van British Gut, het grote open-source wetenschapsproject over de diversiteit van het microbioom in onze darmen. Eerder verscheen zijn boek ‘Ingelepeld. Waarom maar weinig klopt van wat ons over voeding is verteld’ in een Nederlandse vertaling.

Lees ook:

Het wemelt van de voedingsmythes. Ze zijn ongezond, duur en ronduit gevaarlijk

Epidemioloog Tim Spector ontkracht een hele serie eetmythes. Een indrukwekkend demasqué, vindt Karin Luiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden