Natuurbeschermers hebben een zwak voor charismatische soorten, zoals olifanten, hier te zien in het Lewa reservaat in het noorden van Kenia.

InterviewPioniers

Vogels wezen de vroege natuurbeschermers de weg

Natuurbeschermers hebben een zwak voor charismatische soorten, zoals olifanten, hier te zien in het Lewa reservaat in het noorden van Kenia.Beeld Tony KARUMBA / AFP

De voortrekkers van een eeuw geleden probeerden de natuurbescherming te internationaliseren tot een belang van allen, én er een wetenschappelijke basis aan te geven.

Willem Schoonen

“Een prachtige vondst”, zegt Raf de Bont. “Al bladerend zie je heel dat internationale netwerk voorbijtrekken.” De Vlaamse historicus heeft het over het adressenboek van Pieter Gerbrand van Tienhoven. De Bont kreeg het in het Amsterdams stadsarchief in handen. Een lange lijst van mensen in binnen- en vooral buitenland, vaak met vermelding van hun functie, en soms een kanttekening over hun waarde voor de goede zaak.

Pieter Gerbrand van Tienhoven was een eeuw geleden een van de grondleggers van natuurbescherming, in Nederland en tot ver daarbuiten. Hij had in Amsterdam biologie en rechten gestudeerd, en daarna verscheidene verzekeringsmaatschappijen opgericht. Dat gaf Van Tienhoven de ruimte zich te wijden aan bescherming van de natuur. Hij is in Nederland minder bekend dan zijn kompaan Jac P. Thijsse, met wie hij Natuurmonumenten uitbouwde tot een organisatie van formaat. Maar Van Tienhoven genoot des te meer bekendheid in het buitenland. Hij stond aan de wieg van of was betrokken bij tal van internationale natuurorganisaties.

Zijn adressenboekje is dan ook een logisch begin van de geschiedenis die Raf de Bont, die hoogleraar is aan de Universiteit Maastricht, onlangs publiceerde over de vroege geschiedenis van de internationale natuurbescherming. Nature’s Diplomats is de titel van zijn boek, uitgegeven door University of Pittsburgh Press. “Van Tienhoven is het perfecte voorbeeld van die generatie. Hij had contacten in de hoogste kringen, en bouwde een groot internationaal netwerk uit.”

Er is in de geschiedwetenschap wat weinig aandacht voor de vroege geschiedenis van de natuurbescherming, zegt De Bont. Als je historici mag geloven is die beweging pas goed begonnen in de jaren zestig, toen de eerste alarmbellen klonken over vernietiging van het milieu en uitputting van grondstoffen. Maar wat in de eerste helft van de twintigste eeuw werd opgebouwd, heeft zijn sporen nagelaten in de natuurorganisaties van vandaag, zegt De Bont.

Gentlemen experts, noemt hij die voortrekkers van een eeuw geleden. “Afkomstig uit bourgeoisie en aristocratie hadden ze goede contacten in de politieke centra van Europa en zijn koloniën, waardoor ze invloed konden uitoefenen dicht bij huis en ver weg.” Ver weg had een bijzondere aantrekkingskracht op de voortrekkers, die op expeditie trokken over de hele wereld. Een netwerk van mannen. Vrouwen waren in de minderheid. Ze speelden een cruciale rol, zegt De Bont, maar vooral op de kantoren van de eerste natuurbeschermingsorganisaties.

Vogelbescherming

Internationalisering van natuurbescherming moest door de voortrekkers uit de modder worden getrokken. Die lag niet voor de hand. Natuurbescherming had in haar oorsprong een nationaal, en soms nationalistisch, karakter. Het ging om het behoud van het eigen, nationale erfgoed.

De voortrekkers trachtten natuurbescherming te propageren als een belang van allen, ongeacht nationaliteit, economische positie, ras of sekse. De Bont: “Een heel inclusieve boodschap. Maar grotendeels retoriek; de praktijk van natuurbescherming had te maken met een geopolitieke en koloniale context. De internationale organisaties die werden opgericht moesten een werkverdeling zien te vinden met de nationale natuurbeschermers, en dat leverde vaak spanningen op.”

Vogels hebben de mens hier de weg gewezen, in zekere zin. Trekvogels storen zich niet aan grenzen. En, zegt De Bont, het is duidelijk dat hun bescherming niet mogelijk is zonder internationale samenwerking. “Beschermingsmaatregelen in het ene land gaan niet werken, als de vogels in een ander land worden bejaagd.”

Trekvogels boven het Zuidlaardermeer op weg naar het zuiden. Beeld Dennis F. Beek
Trekvogels boven het Zuidlaardermeer op weg naar het zuiden.Beeld Dennis F. Beek

Een van de eerste internationale organisaties die tot stand komen, is dan ook het Internationaal Comité voor Vogelbescherming (ICBP), opgericht in 1922. In haar beginselverklaring stelt de organisatie zich ten doel bij te dragen aan een ‘erkenning van de waarde van vogels voor de mensheid’.

Die ‘waarde’ wordt aanvankelijk bepaald door twee begrippen: nut en medeleven. Bescherming van vogels was van groot belang voor de landbouw, dat wil zeggen de bescherming van soorten die nuttig waren (bijvoorbeeld omdat ze schadelijke insecten opruimden) en bestrijding van soorten die van de oogst aten. Aan de andere kant was er strijd tegen dierenleed, bijvoorbeeld te zien in de opkomende beweging van (welgestelde) vrouwen tegen het dragen van veren op hoeden.

“Het draait in het begin om landbouwbelang en dierenrechten. Maar gaandeweg komt er een andere logica in de organisatie, een andere drijfveer, namelijk: balans in de natuur, en dus de bescherming van álle vogelsoorten. Dat komt doordat organisaties zoals het ICBP gedomineerd gaan worden door zoölogen en natuurhistorici, wetenschappers die zijn geïnteresseerd in de natuur op zich.”

Verwetenschappelijking, weg van boerenbelang en dierenactivisme, was een streven van de voortrekkers van de generatie-Van Tienhoven. Maar het gaat langzaam, zegt De Bont: “Pas na de Tweede Wereldoorlog krijgt de internationale natuurbescherming oog voor ecologie, voor habitats en leefgemeenschappen. Er zijn wel pogingen geweest om andere wetenschappers erbij te halen, zoals antropologen en economen, maar die zijn weinig succesvol geweest. Daarmee is de focus van internationale natuurbescherming lang blijven liggen bij een natuur zonder mensen, het afschermen van menselijke invloeden op de wildernis.”

Weinig succesvol waren ook de pogingen van de natuurbeschermers om een plek te krijgen in de internationale organisaties die na twee wereldoorlogen ontstaan, zoals de Volkenbond en later de Verenigde Naties. De gentlemen experts gedijden het best in hun private, civiele organisaties. De Bont: “In een organisatie als de VN moet ieder land zijn zeteltje hebben en zijn zegje doen. Dat is in private organisaties minder belangrijk. Niet iedereen hoefde vertegenwoordigd te zijn, en men kon kiezen met wie men wilde samenwerken.”

Hoewel het veld van natuurbescherming sinds de jaren zestig enorm is veranderd – naar grote, invloedrijke organisaties met leden in alle lagen van de bevolking – hebben sommige van de organisaties van vandaag moeite om los te komen van dat informele, elitaire karakter, het old boys network. De Bont: “Het old boys network was effectief in die eerste decennia. En in zekere zin is het dat nog steeds; denk aan de prominente rol van prins Bernhard en de Britse prins Philip in het Wereldnatuurfonds (WNF).” Prins Bernhard was, na de oprichting in 1961, de eerste president van die organisatie, prins Philip werd dat in 1981.

Charismatische dieren

Er zijn meer sporen van de voortrekkers te zien in de huidige organisaties, zegt De Bont: “De problemen in de natuurbeschermingsorganisaties van vandaag lijken sterk op die van een eeuw geleden. Hun hoofdzetels staan steevast in Europa of de Verenigde Staten. Ze proberen armere landen in hun werk te betrekken, maar in de organisaties is er machtsongelijkheid. Bovendien hebben ook hier ceo’s hun intrede gedaan, zakelijke leiders, die liever samenwerken met private bedrijven dan met overheden.”

Kwartel Beeld rv
KwartelBeeld rv

En nog steeds ligt de focus op charismatische soorten. De Bont: “Internationale natuurbescherming begon met soorten die bejaagd werden. Behalve vogels waren dat vooral grote zoogdieren. Voor draadworm of watervlo werd geen organisatie opgezet. Die nadruk op charismatische soorten is er nog steeds. Er worden grootse campagnes georganiseerd, maar dan wel voor behoud van de neushoorn of de tijger.”

Illustratief voor de westerse dominantie én voor de nadruk op charismatische soorten is het Wereldnatuurfonds. Het WNF maakte de reuzenpanda tot zijn logo, maar had dat beest nooit van dichtbij gezien, bij wijze van spreken. Het kostte twee decennia om in de Volksrepubliek China een eerste project van de grond te krijgen om de panda te beschermen. Het WNF werd door de communisten met argwaan bekeken.

De erfenis van de voortrekkers is nog zichtbaar in de huidige organisaties, zegt de Bont. Niet alleen hun tekortkomingen maar ook de wetenschappelijke basis die ze ontwikkelden en hun instrumenten, zoals herintroductie van inheemse soorten en de aanleg van reservaten. Een eeuw geleden waren er wereldwijd enkele tienduizenden vierkante kilometers reservaat voor uiteenlopende soorten, nu zijn dat miljoenen vierkante kilometers. “De schaal waarop de internationale natuurbescherming nu opereert is anders dan vroeger. Maar haar recepten zijn eigenlijk heel oud.”

Verkassende beesten

Vogelbeschermers zijn zich een eeuw geleden gaan organiseren naar de vliegroutes van hun dieren. En in sommige gevallen niet naar de vlieg-, maar naar de vleesroutes. In de jaren twintig van de vorige eeuw zagen vogelbeschermers in Noordwest-Europa steeds minder kwartels terugkeren van hun winterverblijf, en steeds meer kwartels opduiken in de vleesschappen en op het menu. Die kwartels werden gevangen in de landen rond de Middellandse Zee. Alleen Egypte al exporteerde jaarlijks meer dan drie miljoen kwartels per jaar naar Europa. Contact tussen Britse en Egyptische vogelbeschermers leidde tot wetgeving in beide landen om die handel in het trekseizoen te stoppen, maar pogingen om dat verbod uit te breiden naar een algeheel internationaal verdrag strandden.

Raf de Bont zag in zijn onderzoek naar de geschiedenis van de internationale dierenbescherming veel voorbeelden opduiken van zulke interacties tussen de bewegingen van dieren en de mens. Met steun van onderzoeksfinancier NWO leidt hij nu een groot onderzoeksprogramma daarnaar: Moving Animals, verkassende beesten.

“Het is boeiend om te zien met welke woorden exoten, vreemde soorten die zich ergens vestigen, door de mens worden beschreven. Of welke inheemse soorten men wil behouden en welke niet. Dieren die opduiken in zijn omgeving dwingen de mens tot het maken van keuzes. Dus ik ben gaan nadenken: welke bewegingen van dieren zijn er zoal?”

In het programma worden vier soorten bewegingen onderzocht. Invasie van een gebied door een nieuwe soort is de eerste. Seizoensmigratie, trekvogels zoals de kwartels die (niet) terugkeren, is de tweede. Beide zijn bewegingen van dieren zelf. En dan zijn er twee bewegingen die door de mens in gang worden gezet: herintroducties van verdwenen inheemse soorten, zoals de bever in Nederland, en het verkeer van de bewoners van dierentuinen. Dierentuinen die tegenwoordig niet meer alleen in het wild gevangen dieren houden, maar kweek- en uitwisselingsprogramma’s opzetten.

De Bont: “Als je die vier samenneemt zie je een nieuw soort globalisering. Een globalisering die niet uitsluitend over mensen en economie gaat, maar ook over de natuur. Globale dierenbewegingen laten steeds een samenspel zien. Ze worden nooit uitsluitend bepaald door de mens die dieren verhuist of door dieren die gaan trekken.

“De ooievaar die naar het zuiden vliegt, hoeft niet helemaal naar Afrika, want hij vindt op de vuilnisbelten van Portugal en Spanje meer dan voldoende voedsel. Dus verder vliegt hij niet meer. De coyote die door Amerika trekt volgt de snelwegen; veel handiger dan zelf je weg zoeken in het bos.

“Als de wolf weer opduikt en er zijn beheersmaatregelen nodig, dan gaat men ervan uit dat de wolf van vandaag dezelfde is als de wolf die hier was in de negentiende eeuw. Dat is niet zo. Dieren veranderen in hun gedrag en in hun bewegingen door interactie met de mens en zijn omgeving.

“Biologen zijn gewend naar dieren te kijken, historici kijken naar mensen, maar het gaat om hun interactie. Het dier is daarin niet de baas, maar de mens ook niet. Zo zijn er genoeg diersoorten die zich niet in gevangenschap laten kweken, wat de mens ook probeert. Hij heeft niet altijd het laatste woord.”

Lees ook:

Regent runt groene club als een bedrijf

Hans Marijnissen portretteert Pieter Gerbrand van Tienhoven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden