null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

InterviewLangs de meetlat

Van stappenteller tot bestsellerlijst, waar komt onze obsessie met meten en lijstjes vandaan?

We worden doodgegooid met metingen en ranglijsten, als consument, op het werk, op school, in het ziekenhuis. Het boek De meetmaatschappij is geen veldtocht tegen meten en kwantificeren, wel een pleidooi om er verstandig mee om te gaan.

Willem Schoonen

Zijn vader werkte bij het Kadaster. Daar was het volstrekt duidelijk wat er gemeten moest worden en waarom.

De metingen waarvan Berend van der Kolk zijn werk heeft gemaakt zijn van een heel andere orde. Van der Kolk is organisatie-wetenschapper, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, op een afdeling die accounting heet. Het gaat daar niet alleen over de controle van jaarrekening­en, maar ook over de wetenschap van het meten van prestaties in organisaties en bedrijven. Hij heeft in de wetenschappelijke literatuur en in zijn eigen onderzoek de voors en tegens van meten leren kennen en schreef daarover een handzaam boek voor een breed publiek: De meetmaatschappij.

Meten is van alle tijden. Maar wat we nu meemaken is een ‘meetexplosie’, betoogt Van der Kolk. We worden doodgegooid met metingen en ranglijsten, niet alleen op het werk, maar ook op school, in de winkel, op het sport­veld, in het ziekenhuis.

Nu, tegen het eind van het jaar, is er een traditionele piek van ranglijsten, maar het blijft gewoon het hele jaar doorgaan. Zet je bij Spotify een muziekje op, dan krijg je ­meteen een lijst nummers die je ook leuk zult vinden. En je kunt bij Google geen consumentenproduct intikken zonder een bak ranglijsten open te trekken. De redacteuren van deze krant krijgen op gezette tijden lijsten van artikelen die online het meest zijn gelezen, we publiceren ieder jaar de Duurzame 100, en de kunst­redactie zet na een heroïsche doch verloren strijd nu, net als iedereen, sterretjes bij recensies.

null Beeld
Beeld

Berend van der Kolk

Berend van der Kolk is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit. Eerder gaf hij les aan de IE Business School in Madrid, London School of Economics en de Rijksuniversiteit Groningen.

Kijkt Van der Kolk zelf naar die ranglijsten, of gruwt hij ervan?

“Tuurlijk kijk ik naar ranglijsten. Als je een stofzuiger wilt kopen kijk je op internet toch even wat de top 10 van stofzuigers is. Kan heel handig zijn, maar ik ben me bewust van de beperkingen. Ranglijsten creëren een ­eigen werkelijkheid. Een stofzuiger die hoog op de lijst staat, wordt meer gekocht, en komt nog hoger. Een universiteit die bovenaan de academische ranglijsten staat, kan gemakkelijker topwetenschappers binnenhalen, want iedere wetenschapper wil bij de beste universiteit werken en zal weer klimmen op de ranglijst.

“Best handig soms, maar die ranglijsten zijn ook problematisch. Ze beïnvloeden ons denken over kwaliteit. Als je steeds leest dat dat ene ziekenhuis het beste is in de wijde omtrek, ga je denken dat de arts die daar werkt dan ook wel goed zal zijn. Maar dat heeft niet per se met die ranglijst te maken. Voor die ranglijst is er ­misschien vooral gekeken naar wachttijden voor patiënten. Ziekenhuizen die daarvan een speerpunt hebben gemaakt komen dan bovenaan. Maar je kunt wachttijden ook ­verminderen door patiënten met complexe aandoeningen te weren, want die houden de boel op.”

null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

En die sterretjes bij recensies of de rapportcijfers bij producten?

“Die kunnen je helpen je gedachten te ordenen. Maar je moet die eigenlijk aanvullen met informatie over het onderliggende systeem. Niet een kaal cijfer presenteren. Als je de sterretjes hebt gezet is het niet klaar; die moeten ook nog geïnterpreteerd worden. Bepalend voor een ranglijst zijn 1: de criteria, de variabelen, die je gebruikt, 2: de indicatoren waarmee je die variabelen meet, en 3: het gewicht dat je aan die indicatoren geeft. Dat zijn subjectieve keuzes, die de uitkomst sterk beïnvloeden.

“Stel, je maakt een ranglijst van de beste Spaanse ­steden­ voor een citytrip. Als je musea belangrijk vindt, komt Madrid bovenaan. Geef je aan toprestaurants veel gewicht dan is dat Bilbao. Iedere maker van een ranglijst heeft een idee hoe de wereld in elkaar zit en hoe hij ­dingen moet wegen. En als hij dat zorgvuldig doet, kan hij best een goede ranglijst maken. Maar zodra die gepubliceerd wordt, verdwijnt de achterliggende nuance en staat er gewoon een stad, zeg Madrid, op 1.

“Sterretjes, cijfers, rangnummers reduceren de ­werkelijkheid tot één dimensie. En in één dimensie is ­alles vergelijkbaar. Maar die vergelijkbaarheid is schijn. Als je op Spotify gaat kijken wie de meest beluisterde ­artiest is, dan zul je zien dat Justin Bieber hoger staat dan The Beatles. Is Bieber daarmee een betere artiest? Nee. Ze leefden in verschillende tijden, in ­verschillende werelden. Je moet ze niet op die manier wíllen vergelijken.”

null Beeld   Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

Wat meten en vergelijken kunnen doen in de werkomgeving hebben we gemerkt tijdens de coronapan­demie. Mensen moesten zo veel mogelijk thuis gaan ­werken­. Managers waren bang dat ze de kantjes eraf zouden lopen. Om te zien of het wel goed ging, gingen ze dingen meten: online uren, klantcontacten, verstuurde mails, deelname aan online bijeenkomsten.

Het is terug te voeren op een klassieke economische theorie, die Van der Kolk in zijn boek behandelt: de agentschapstheorie. Die zegt dat hard werken het belang dient van de baas, maar niet bepaald bovenaan het lijstje staat van de werker; die is liever lui dan moe. Tijdens de corona­crisis bleek dat erg mee te vallen.

“Mensen blijken heel goed te weten hoeveel uren ze hebben gewerkt. En thuiswerkend krijgen ze al snel het gevoel dat het te weinig is. De kracht van die interne klok heeft me verbaasd. En die is geen typisch Nederlandse eigenschap; in onderzoek dat ik met een Italiaanse collega heb gedaan bij een consultancyfirma kwam die ook naar boven.

“Mensen tellen hun uren. Terwijl geen gewerkt uur hetzelfde is. Je kunt in een uur ontzettend veel doen of geen stap vooruitkomen. Op kantoor ben je ook niet honderd procent van de tijd productief. Maar als je thuiskomt denk je niet: ik heb bij de koffiemachine zo lang met die collega staan kleppen, laat ik vanavond nog maar even aan de slag gaan.”

null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

Thuiswerken heeft ons in ieder geval gegeven wat in de wetenschap van productieve arbeid hoog genoteerd staat: autonomie.

“Dat is zo. Maar kijk uit: het is autonomie binnen de ruimte die door je werk en door je leidinggevende wordt bepaald. Uit heel veel wetenschappelijk onderzoek blijkt dat autonomie de intrinsieke motivatie van mensen kan voeden. Dat is een positief effect. Maar de keerzijde van die intrinsieke motivatie is dat je je werk belangrijker gaat vinden. Dat kan ten koste gaan van het leven buiten je werk: relatie, gezin, hobby’s, vrienden, ontspanning.”

Het meten van werkuren en prestaties, wat doet dat met een mens?

“Als er wordt gemeten, voel je je bekeken. Je komt in een koepelgevangenis te zitten. Dat heb ik niet bedacht, het is een bekende metafoor van de Franse filosoof Michel Foucault. Een koepelgevangenis is zo gebouwd dat cipiers vanuit het centrum alle cellen kunnen zien, maar de gevangenen niet kunnen zien of ze in gaten gehouden worden of niet. In zo’n situatie ga je leven met het idee dat je dus wel geobserveerd zult worden. Terwijl de cipiers misschien aan de koffie zitten.

“Als je je doorlopend geobserveerd voelt, dan wil je doen wat er van je wordt verwacht. Het creëert bij sommigen een onderworpenheid aan het systeem. Of mensen gaan met het systeem aan de haal, en zogenaamd doen wat er gemeten wordt. Ik noem dat indicatorisme. Dat hebben we bij die Italiaanse consultants ook gezien. Dan gaan mensen ’s ochtends heel vroeg hun computer aanzetten ik ben online hoor! − of sturen leidinggevende meer berichtjes dan ze op kantoor zouden doen.

“Daar komt nog een effect bij als er niet alleen gemeten wordt, maar ook vergeleken. Als al jouw collega’s net als jij thuiswerken, maar ze draaien tien uur per week meer, dan wordt dat de norm. Je gaat daarin mee. Dat is het effect van meten: meten creëert vergelijking, vergelijking creëert competitie. En in combinatie met autonomie kan dat leiden tot zelfuitbuiting. Autonomie is prachtig, het is vrijheid en geeft je controle over wat je doet. Maar dus ook de vrijheid om er een schep bovenop te gooien om aan de norm te voldoen.”

Alsof het met dat werken nog niet genoeg is, gaan we privé ook nog eens varen op indicator-apps en stappentellers. Waarom?

“Meten, of het nou op het werk is of privé, beantwoordt aan de basale behoefte om te weten wat er gebeurt, om grip te krijgen op de werkelijkheid. Extreme zelfmeters vind je in de Quantified Self-beweging. Als je die mensen vraagt waarom ze alles wat ze doen meten, zeggen zij: het helpt me een betere versie te worden van mezelf. De technologie maakt het mogelijk: met de stappenteller ga je meer bewegen en de dagritme-app laat zien dat je je beter voelt als je eerder naar bed gaat.

“Ik heb geen stappenteller, ik zou er helemaal kriegel van worden. Maar er is niets mis mee, als je er verstandig mee omgaat. Dat geldt ook voor vergelijken: jouw prestaties vergelijken met die van anderen kan ongezonde competitie geven, maar beantwoordt ook aan een basale, menselijke behoefte. We zijn sociale wezens, met een behoefte aan erkenning en status. Jezelf vergelijken met anderen is zo oud als Kaïn en Abel.”

Het boek De meetmaatschappij is geen veldtocht ­tegen meten en kwantificeren. Het is een pleidooi om er verstandig mee om te gaan. Van der Kolk geeft daarvoor ook praktische tips. Geen verklaard tegenstander van de meetexplosie dus, maar ook niet een ­wetenschapper die zegt dat alles meetbaar is.

“Meten kan heel goed en nuttig zijn, voor allerlei doelen. Maar meten is per definitie een reductie van de werkelijkheid. Dat geeft een schijn van objectiviteit. En daar mag je kritisch op zijn, die mag je bevechten. Het gesprek daarover is belangrijker dan de meting zelf. ­Statistiek is maar cijfertaal. En iets als geluk is niet ééndimensionaal.”

null Beeld
Beeld

Berend van der Kolk
De meetmaatschappij
Business Contact; 176 blz. € 20

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden