InterviewKlimaatverandering

Van Oldenborgh maakt zich geen zorgen over zijn ziekte, wél over het klimaat: ‘Ik zal nooit weten hoe dit afloopt’

‘Ik zal nooit te weten komen hoe dit afloopt.’Beeld Werry Crone

De wetenschapper Geert Jan van Oldenborgh worstelt met de grillen van weer en klimaat. De patiënt Van Oldenborgh worstelt met de kanker in zijn lijf. Ze delen de onvoorspelbaarheid, klimaat en kanker.

Voor de wetenschapper in hem was 2019 een topjaar. Het was het jaar waarin de klimaatverandering zich in Nederland goed liet gelden. Een extreme droogte, twee hittegolven en het kwik dat voor het eerst boven de 40 graden uitsteeg. De media hingen aan zijn lippen. Is dit te wijten aan de klimaatverandering? Krijgen we dit weer vaker? “Toen ik in de jaren negentig bij het KNMI kwam werken, konden we niet meer zeggen dan: ‘dit past in het beeld van het veranderende klimaat’. Nu luidde mijn antwoord: ‘zo’n hittegolf was honderd jaar geleden in Nederland onmogelijk. Bijna onmogelijk, als ik wetenschappelijk exact wil zijn’.”

2019 was ook het jaar dat bij hem de kanker terugkwam. Zes jaar geleden werd bij Van Oldenborgh (58) de ziekte van Kahler geconstateerd. Een kwaadaardige vorm van kanker aan het beenmerg. Een tijd lang behandelbaar, maar uiteindelijk ongeneeslijk. De ziekte komt telkens terug. “Een jaar geleden ging het nog erg goed en ik hield me voor dat dit nog wel een paar jaar zou kunnen duren. Nu zal ik als een ware calvinist de waarheid onder ogen moeten zien. De behandeling is wel weer aangeslagen, maar het is de vraag of een volgende keer een nieuw medicijn beschikbaar zal zijn.”

Hij heeft besloten zich daar geen zorgen over te maken. Dat laat hij aan de doktoren over. “Ik maak me zorgen om het klimaat. Dat lijkt me een prima werkverdeling.”

De opmerking typeert hem. Logica is zijn leidraad. Geert Jan van Oldenborgh is op-en-top een bèta. Een lange, ietwat slungelige man, met een wilde bos grijzend krulhaar. Hij komt een beetje schuchter over, maar is goedlachs en bovenal goudeerlijk. “Daar sta ik in mijn werk bekend om. Ik breng de boodschap zoals die uit mijn onderzoek naar voren komt. Toen we de grote droogte in Oost-Afrika – Kenia, Somalië, Ethiopië – hadden bestudeerd konden we geen verband met klimaatverandering vinden. Tot ongenoegen van een regering daar. Zij hadden al een persconferentie belegd waarin ze het Westen de schuld hadden willen geven.”

El Niño

Hij is min of meer toevallig in de weerkunde terechtgekomen. Van Oldenborgh is van huis uit natuurkundige, gepromoveerd in de theoretische deeltjesfysica. Eigenlijk zat hij op het snijvlak van theorie en praktijk, probeerde met zogeheten Monte-Carlosimulaties te berekenen wat een experiment in een deeltjesversneller te zien zou geven. “Nou moet ik het precies zeggen: de simulaties lieten zien wat je kon verwachten als je bijvoorbeeld uitging van het Standaard Model van de natuurkunde, of de theorie van supersymmetrie.”

Maar hij kon er geen vaste baan in vinden en hapte daarom toe toen hem in 1996 door het KNMI een postdoc werd aangeboden. Of hij onderzoek wilde doen naar El Niño, het verschijnsel dat het oppervlaktewater van de Grote Oceaan rond de evenaar om de zoveel jaar opwarmt, wat grote invloed heeft op het weer elders in de wereld. In zekere zin was het een voortzetting van zijn oude werk. Ook nu moest hij de theorie toetsen aan de praktijk: in hoeverre kon hij de invloed van El Niño op het klimaat herleiden uit de weersverschijnselen. “Achteraf ben ik wel blij met die overstap. Ik heb heel hard moeten werken om in de materie thuis te raken, ik had nog nooit een college meteorologie gehad, maar de vragen waren een stuk relevanter. Als mensen je op een verjaardagsfeestje naar je werk vragen, is het een stuk prettiger om over het weer te praten dan over elementaire deeltjes.”

Het was wel een heftige binnenkomer. Hij was nog geen jaar aan het werk of de wereld beleefde de zwaarste El Niño ooit. “Ik stond ineens midden in de belangstelling. Ik was immers de El Niño-expert. En dan moest ik vertellen wat de invloed van El Niño op het weer in Zanzibar was.

“De invloed op het weer in Europa was overigens minimaal. Hier overheerst de trend: het wordt warmer. Deze El Niño is wel de aanleiding geweest om te onderzoeken of die trend uit de klimaatmodellen rolt.”

Trends

Hij schreef een programma waarmee hij alle weerdata over de hele wereld kon koppelen: de KNMI Climate Explorer. Het werd een groot succes. Hij kon er trends mee ontdekken, en afwijkingen van die trends. Wereldwijd zijn er duizenden gebruikers die regelmatig hun toevlucht nemen tot de 13 duizend gigabyte aan data. “Het programma geniet faam tot in de verste uithoeken. Zo kon het gebeuren dat een delegatie van het KNMI een bezoek bracht aan Thailand en dat ze enthousiast reageerden: ‘O, the Kee En Em Ai, we know that’. Die delegatieleden zelf hadden nog nooit van dat programma gehoord.”

Het bracht hem in contact met een Britse collega, Myles Allen, die al langer broedde op ideeën om de invloed van het klimaat op het huidige weer te berekenen, vooral op het extreme weer. “Myles zag een modelmatige aanpak voor zich. Laat twee klimaatmodellen draaien, één met en één zonder opwarming, en kijk of je bijvoorbeeld het aantal hittegolven ziet toenemen. Ik wilde onderzoeken of je trends al in de waarnemingen zelf zou kunnen zien.”

Extreem weer maakt het klimaatprobleem heel tastbaar. “Voor het grote publiek was het lange tijd nog heel abstract. Men moest in actie komen voor iets waarvan de gevolgen pas over honderd jaar zouden spelen. Maar een hittegolf of overstroming doet beseffen: hier gaat het om, dit zijn we aan het veroorzaken.”

Keukendeur

Toen Myles zijn ideeën ontvouwde in het vakblad Nature, begon hij zijn artikel met de constatering dat het water van de Theems zijn keukendeur gevaarlijk dicht begon te naderen. Dan weet je meteen waar het over gaat.”

Uit die samenwerking ontstond het WWA samenwerkingsverband, World Weather Attribution, dat probeert te bepalen hoe de zeer kleine kansen van extreem weer kunnen veranderen door de opwarming. “Ons doel was om kort na een hittegolf of een overstroming, zeg binnen twee à drie weken want zo ver reikt de publieke aandacht, antwoord op die vraag te kunnen geven. En om een waarschuwing af te geven. Het Rode Kruis Klimaatcentrum zit ook in het WWA en hun drijfveer is dat iedereen beseft wat er aan de hand is. En dat het nog veel erger wordt en we ons gedrag moeten aanpassen.

“Mijn bijdrage is het beschikbaar hebben van de data met eerste berekeningen zodat we snel kunnen leveren. Je ziet het natuurlijk wel een beetje aankomen. Juli, augustus, dat is de tijd van de hittegolven in Europa. In India zijn ze in mei. Terwijl Engeland altijd in oktober, november overstroomt.”

Geert Jan Oldenborgh (links) kijkt mee met meteoroloog Edwin Büscher naar de warmtekaart van Australië.Beeld Werry Crone

Controle door vakgenoten

Zijn vakgenoten fronsten in het begin de wenkbrauwen. ‘Is dit nu wetenschap? In drie weken van vraag naar antwoord? Waar was de diepgang, waar de peer review, de controle door vakgenoten’? “Het heeft een paar jaar geduurd voor we het vertrouwen van de academische wereld kregen. Dat hebben we gewonnen door transparant te werk te gaan. Door ook resultaten te publiceren als we geen verband vonden. En op de keper beschouwd, als je de uren turft die we in elke publicatie steken, kom je op dezelfde aantallen. Ons onderzoek is alleen geconcentreerd in een paar weken.”

Het mooie van dit werk is volgens de weerman dat de vragen zich vanzelf aandienen. Zo zit er iets vreemds in de kansen op een hittegolf. Voor zijn berekeningen gaat Van Oldenborgh uit van de gemiddelde temperatuur van de warmste dag van het jaar. Volgens de klimaatmodellen stijgt dat gemiddelde mee met de wereldtemperatuur en zou die warmste dag inmiddels anderhalve graad warmer moeten zijn geworden. “Maar in de waarnemingen zie ik het dubbele: de warmste dag is drie graden warmer geworden. Wetenschappelijk gezien ligt daar nog wel een uitdaging.”

En dan is de hittegolf eigenlijk nog het eenvoudigste extremum. “Zware regenbuien zijn al een stuk lastiger. Je weet dat ze door de opwarming vaker voorkomen en heftiger worden, maar het blijft een lokaal verschijnsel. Daar hebben modellen moeite mee. Bovendien weet je het met kansen nooit. Een vriend van mij woont bij Gouda. Hij is de afgelopen vijf jaar nu al twee keer getroffen door zo’n enorme plensbui. Terwijl die volgens ons maar een kans hadden van eens in de honderd of duizend jaar.”

Uitputting

Daar komt bij: vaak speelt er meer dan alleen de opwarming van de aarde. “Terwijl hier de hittegolven extremer worden, zien we dat in India niet gebeuren. Dat heeft te maken met de luchtvervuiling daar en met de vele rijstvelden. Daardoor heb je veel meer verdamping en dat dempt de opwarming. Of neem de ‘Dust Bowl’ in de Verenigde Staten. In de jaren dertig werd het midden van het land geteisterd door droogte en stofstormen. De hittegolven uit die tijd zijn nog steeds ongeëvenaard. Dat was geen klimaatverandering, maar het gevolg van uitputting van de bodem waardoor kale prairies ontstonden. Die warmden snel op.”

Er zijn altijd andere effecten waar je rekening mee moet houden, zegt hij. “Ik heb een hekel aan luie mensen die zeggen dat alles door klimaatverandering komt. Bij de bosbranden in Australië is het duidelijk. Daar heerst al een extreem klimaat en door de opwarming kan het alleen maar erger worden. Nog heter, nog droger. Maar in Zweden ligt het veel subtieler. Daar wordt het door klimaatverandering warmer maar ook natter. Het is nog niet zo duidelijk welk van de twee effecten het wint. Terwijl voor een droog land als Australië geldt: als je een nat jaar hebt gehad, zijn de branden het jaar erop heviger. Domweg omdat de planten zijn gegroeid en er dus meer brandstof is. Wat ik maar wil zeggen: het klimaat is niet simpel. Er spelen allemaal secundaire zaken waardoor zelden geldt: als A, dan B.”

Hitterecords in Europa: de rangorde van de temperaturen van 2019, vergeleken met de jaren 1950-2018. In de rode gebieden werd dit jaar dus een recordwarmte behaald.Beeld KNMI

Gezondheid scheiden van werk

Hij maakt zich zorgen om het klimaat. “Op even dagen ben ik optimistisch en zie ik de initiatieven met zon en wind. Maar op de oneven dag denk ik: het is niet genoeg, we halen het niet. Dat is ook frustrerend. Gezien mijn levensverwachting zal ik nooit weten hoe dit afloopt.”

Zo brengt hij het gesprek zelf op dit heikele punt. Tot nu toe had hij de opvatting gehuldigd dat zijn werk en zijn gezondheid gescheiden moesten blijven. “Maar ik heb beseft dat erover praten voor anderen bemoedigend kan zijn. Bijvoorbeeld, zo’n diagnose betekent niet dat je meteen weg bent. Ik kreeg het zes jaar geleden te horen. In totaal ben ik één jaar patiënt geweest. Ik heb dus vijf jaar als wetenschapper kunnen functioneren. Dat vind ik een redelijke score.”

Het neemt niet weg dat ook hij moeilijk met de prognose rond zijn diagnose weet om te gaan. Juist hij die in zijn werk niet anders doet dan kansen en risico’s berekenen. “Ze kunnen wel zeggen dat deze behandeling gemiddeld veertien maanden effect heeft, maar wat zegt mij dat als de bandbreedte drie jaar is? En wat betekent het voor mijn kansen als het nu twee maanden goed gaat?

“De overeenkomst met het klimaat is dat het in beide gevallen om een statistiek van N=1 gaat. Het gaat om één persoon en er is maar één aarde. We kunnen geen numerieke kans berekenen dat de ijskap van West-Antarctica afbreekt waardoor de zeespiegel een paar meter stijgt. Zo gaat dat bij deze ziekte ook niet voor deze ene patiënt. Dan moet je op een andere manier met het probleem omgaan. Je moet leren omgaan met de onzekerhedenen en je prioriteiten daarop afstemmen. Dus zeg ik: ik ben 58, eigenlijk een jonkie nog, en ik hoop het nog een tijd vol te houden.”

Lees ook:

Over de hittegolven van deze zomer

In 1919 was zoiets hooguit eens in de duizend jaar te verwachten, berekende het KNMI

En over de grillige voorspeller van het weer

Geert Jan van Oldenborgh bestudeert al twintig jaar El Niño, de periodieke opwarming van de Stille Oceaan

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden