Wetenschap

Uit onderzoek met ratten blijkt: medeleven komt voort uit eigenbelang

‘Als de ouders rust uitstralen zal een kind dat gevallen is vaak snel weer opkrabbelen.’ Beeld Hollandse Hoogte

Mensen kunnen zich goed inleven in het leed van de ander. Daarom helpen we elkaar. Maar de oorsprong van empathie blijkt zelfzucht. Als je een ander pijn ziet lijden, weet je: blijf uit de buurt.

Met een vinger tussen de deur komen voelt bijzonder onprettig, ook als het de vinger van iemand anders is. Ons inlevingsvermogen is groot, zo groot dat we het leed van een ander kunnen ervaren. We begrijpen de ellende van de vluchteling omdat we onszelf meteen op zo’n gammel bootje wanen. En als we zien hoe iemand zich brandt aan een hete kookplaat, trekken we van schrik onze eigen hand terug.

Dit inlevingsvermogen heeft een evolutionaire verklaring. Als ouders in actie komen wanneer hun kind kermt of om voedsel vraagt, is de kans groter dat het jong het gaat redden. Empathische mensen, of dieren, krijgen van Darwin daarom een streepje voor.

Maar is dat ook wel zo? Het zou bijvoorbeeld betekenen dat de empathie sterker is bij familieleden of stamgenoten. Dringt de pijn of het verdriet van een eigen kind meer door dan dat van een vreemde?

Dat valt nog te bezien, concludeert een groep onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut deze week in het vakblad Plos Biology. De basis voor empathie zou weleens heel zelfzuchtig kunnen zijn. Bij ratten lijkt het daar in ieder geval op. Uit hun onderzoek blijkt dat ratten sterk reageren op de pijn of de angstkreten van andere ratten. Maar niet zozeer omdat ze meevoelen met de pijn, de ratten gebruiken de informatie als een waarschuwing: als die ander krijst of opspringt, dreigt er dus gevaar.

Het bleek de ratten niet uit te maken of ze elkaar kenden of niet, zegt onderzoeksleider Christian Keysers, hoogleraar sociale neurowetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. “En ook niet of ze tot hetzelfde ras behoorden of niet. Albinoratten reageerden net zo op andere albino’s als op zwartwit gevlekte soorten. Dat betekent dat er een individueel voordeel aan ten grondslag lag en dat ze vermoedelijk niet uit empathie reageerden. Het zou volgens ons een mechanisme kunnen zijn om gevaar op tijd te bespeuren.”

In zijn eigen huis bijvoorbeeld heeft hij last van ratten. Die trekken er ’s nachts op uit, zoekend naar voedsel. “Als een van de ratten een kat ziet en begint te krijsen, weten de andere dat ze dekking moeten zoeken. Dat is een slimmere manier om met het gevaar om te gaan dan zelf voor de kat te moeten vluchten.”

Een rat kreeg een elektrisch schokje aan zijn pootjes

In het onderzoek werden telkens twee ratten, elk in een eigen kooitje, tegenover elkaar gezet. Ze mochten even aan elkaar voelen en ruiken – in het donker, want dan zijn ratten het actiefst – waarna een van de twee via het rooster een elektrisch schokje aan zijn pootjes kreeg. De beestjes schrokken ervan, maar na het tweede of derde schokje drong de ernst goed tot ze door en werden ze bang. Dat was te zien aan hun typische reactie: ratten verstijven bij angst. En hoe groter hun angst, hoe langer ze stil blijven zitten.

Het ging de onderzoekers om de reactie van het tweede ratje. Of eigenlijk om de wisselwerking tussen de twee. Wat dat eerste betreft: het tweede ratje ging altijd mee in de angstreactie. Als de eerste verstijfde, bewoog hij ook niet meer. Net zo lang totdat nummer één zich weer durfde te verroeren. Tenminste, als het observerende ratje zelf eerder zulke schokjes had ervaren. Als het wist wat die ander doormaakte. Maagdelijke ratjes reageerden nauwelijks op de angsten van de ander, ze bewogen hooguit iets minder.

Opmerkelijk genoeg had de reactie van de observator ook weer invloed op het gedrag van de rat die de schok gekregen had. Hoe heftiger die reactie, des te dieper de geschokte rat in zijn verstijving dook. Keysers: “Kennelijk zijn de angsten niet alleen een signaal voor andere ratjes dat er gevaar dreigt, met hun onderlinge reactie beoordelen ze vermoedelijk ook de ernst van de situatie. Vergelijk het met een klein kind dat valt. Dat kijkt van schrik eerst naar zijn ouders. Reageren die paniekerig, dan barst het kind in krijsen uit. Maar als de ouders rust uitstralen, zal het kind vaak snel opkrabbelen.”

De kernvraag is: waarom kijken mensen naar elkaar om?

Met deze opmerking legt hij de kernvraag op tafel. Dit onderzoek gaat over ratten, en hoe ze bij gevaar op elkaar reageren. Maar wat zegt dat over het inlevingsvermogen van de mens? “Dat is onze grote vraag”, zegt Keysers. “Waarom kijken mensen naar elkaar om? Waarom voelen wij, als we zien dat een ander in nood is of pijn lijdt, de noodzaak om in actie te komen?”

We weten dat dan dezelfde hersengebieden in actie komen als in de gevallen dat we zelf pijn hebben, legt Keysers uit. “Mensen bij wie dat hersengebied niet meer actief is, voelen wel pijn als ze zich snijden, maar ze komen verder niet in actie. We weten ook dat deze gebieden bij bepaalde psychopaten slecht ontwikkeld zijn. Misschien zijn er middelen te ontwikkelen om deze mensen te helpen. Maar we komen bij de mens niet verder. We kunnen bij de mens geen ideeën testen door bepaalde hersengebieden uit te schakelen.”

Bij de rat kan dat wel. En inderdaad, als bij de ratten het specifieke hersendeel was uitgeschakeld, reageerden ze niet meer op de angsten van hun mederat. “Het zijn dezelfde breingebieden, met dezelfde eigenschappen. Dat suggereert dat er een evolutionaire basis voor is. Dat mens en rat een voorouder delen bij wie dat empathisch vermogen is ontwikkeld.”

Maar nogmaals: betekent dat dan ook dat het inlevingsvermogen van de mens eigenlijk zelfzuchtig is? Dat we meevoelen met het leed van de ander, zou ons geen beter mens hebben gemaakt die omziet naar zijn medemens. Die empathie zou zijn ontstaan doordat het een antenne voor gevaar is.

Keysers: “De menselijke empathie is natuurlijk een stuk complexer dan het gedrag van de rat. De mens heeft veel meer kennis van de wereld. Als we naar een horrorfilm kijken, blijven onze angsten binnen de perken omdat we weten dat het ‘maar’ een film is. Maar ook wij reageren op elkaar. Kijk maar naar baby’s. Leg een stel zuigelingen op zaal: als er één gaat huilen, krijsen ze binnen de kortste keren allemaal. Of neem voetbalsupporters. In zo’n stadion zijn emoties zeer besmettelijk. En er hoeft maar iets te gebeuren of de paniek breekt uit.”

Mensen zijn empathischer ten opzichte van familieleden

De bevinding dat de basis van empathie zelfzuchtig gedrag is, sluit dat ‘hogere’ aspect van medeleven niet uit, zegt Rune Bruls, de promovendus in de groep van Keysers die het onderzoek met de ratten heeft uitgevoerd.

“Aanvankelijk heeft deze zelfzucht succes gebracht. Het heeft de mens doen overleven. Nu spelen ook hogere denklagen een rol. Studies wijzen uit dat mensen, anders dan de ratten, empathischer zijn ten opzichte van familieleden. Als we zien dat een bekende zijn vingers brandt, vinden we dat echt erg. Dan is niet de eerste gedachte: ik moet uit de buurt blijven van die kookplaat.”

Als je Darwin leest, krijg je de indruk dat het leven draait om strijd, zegt Keysers. “Dat we allemaal tegenstanders zijn die vechten voor hun eigen hachje. Maar dat inlevingsvermogen zit in ons brein ingebakken. Ook al komt het voort uit dat eigenbelang.”

Bruls vertelt over een nieuw experiment waarbij ratten leren op hendels te drukken om hapjes te verkrijgen. Als ze door hebben hoe het werkt, wordt hun favoriete hendel aangesloten op een stroomcircuit waardoor ze tegelijk met hun hapje een andere rat een elektrische schok geven. “Dan zie je dat de ratten liever geen schokken uitdelen en die ene hendel onberoerd laten. Net als mensen trouwens. Ook bij ons staat het brein standaard op empathie. Ook wij delen liever geen schokjes uit.”

Toch is er ook verschil. Ratten zijn niet tot slecht gedrag te bewegen. Muizen wel, muizen kunnen onaardig zijn tegenover vreemde muizen. Net als mensen. “Wij zijn van nature doorgaans aardig. Maar als in zo’n experiment onze opponent zich eerst vervelend heeft getoond, zijn we geneigd zo iemand te straffen. Dan zetten we de empathieknop uit.

“Net als in het echte leven. Een bokser kan geen medeleven tonen. Maar als we een date hebben, zetten we onze empathie op max.”

Lees ook:

Koester je vrienden, maar doe dat met mate

Kun je ook te aardig en te sociaal zijn? Een recent onderzoek aan marmotpopulaties laat zien dat er kosten zijn verbonden aan sociaal gedrag, betoogt Mark van Vugt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden