InterviewSpinozapremie-winnaar

Thea Hilhorst reisde door oorlogsgebieden, werd beroofd en voor spion aangezien

Thea Hilhorst Beeld Studio Oostrum
Thea HilhorstBeeld Studio Oostrum

Humanitaire hulp was lange tijd een kwestie van doen, niet van evalueren. Dankzij Thea Hilhorst, die de NWO-Spinozapremie ontvangt voor uitmuntend onderzoek en kennisbenutting, is het nu een gerespecteerd vakgebied.

Merijn van Nuland

Vrijdagochtend is bekendgemaakt dat zes wetenschappers een Spinoza- of Stevinpremie ontvangen. Dit zijn de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap. Naast Thea Hilhorst en Corné Pieterse wonnen ook deze wetenschappers een Spinozapremie voor baanbrekend onderzoek.

Ze ziet er ‘een beetje verlept’ uit, vindt ze zelf. Thea Hilhorst is op papier hersteld van een fikse corona-infectie, maar de hoogleraar humanitaire studies is nog altijd niet helemaal de oude. Een negatieve zelftest zwerft over de keukentafel, als bedoelde of onbedoelde geruststelling voor het bezoek. Vanavond wacht een optreden op de radio. Gelukkig maar, laat haar man Fred schertsend weten, want dit is niet het moment om met je kop op televisie te verschijnen.

Vermoeid of niet, Hilhorst maakt graag tijd voor een interview. Ze heeft namelijk net te horen gekregen dat ze een Spinozapremie ontvangt, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap. En dat is volgens de hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam niet alleen erkenning voor haar individuele prestaties als wetenschapper, maar ook voor de ontwikkeling van het complete vakgebied.

Vreemde eend in de bijt

Ze heeft zich altijd een beetje een vreemde eend in de bijt gevoeld in de academische wereld. Lange tijd bestond er namelijk niet zoiets als een vakgebied humanitaire studie. Aandacht voor conflicten, rampen en noodhulp was er volop, maar er werd niet veel onderzoek naar gedaan. En als dat al gebeurde, dan lag het meestal verspreid over vakgebieden als ontwikkelingsstudies, sociologie of zelfs land- en waterbouw. Daar vormden humanitaire crises een piepklein onderdeeltje van het lesprogramma, waardoor de kennis beperkt en versnipperd was.

Het is aan Hilhorst (Voorburg, 1961) te danken dat humanitaire studies in Nederland als zelfstandig vakgebied op de radar verscheen. Dat begon op een klein eilandje aan Wageningen University, waar ze in 1998 startte als universitair docent rampenstudies. Inmiddels willen zoveel studenten hun scriptie over het onderwerp schrijven, dat Hilhorst en haar collega’s de meeste verzoeken moeten afwijzen. Ze hebben simpelweg geen tijd voor de begeleiding.

Geen prijskaartje aan een mensenleven

Het is een goede ontwikkeling, meent Hilhorst, want we komen van ver. “Tot diep in de jaren negentig werd noodhulp vooral gezien als iets dat je moet doen. Natuurlijk breng je voedsel en tenten naar een rampgebied, ongeacht wat dat kost. Je hangt immers geen prijskaartje aan het redden van een mensenleven. Dus waarom zou je tijd steken in een uitgebreide evaluatie of zelfs wetenschappelijk onderzoek?”

Ze zag de afgelopen kwarteeuw waartoe dat kan leiden. Keer op keer bleek de situatie op de grond veel complexer dan de hulporganisaties hadden gedacht. De oplossingen die achter de tekentafel waren bedacht, pakten in het rampgebied anders uit. “Zo deelden hulporganisaties na conflicten bijvoorbeeld standaard met zaaigoed ook gereedschap uit. Maar iedere boer had gewoon nog een hak in zijn schuur staan, die waren heus niet op miraculeuze wijze verdwenen tijdens het conflict.”

Als ze één les moet trekken uit haar lange carrière, is het dan ook: de wereld bestaat uit grijstinten. Westerse hulpverleners dachten na een oorlog of ramp vaak een totaal verwoest land aan te treffen, waar niets meer functioneert. In de praktijk gaat het leven gewoon door. Kinderen blijven vaak naar school gaan, de informele economie bloeit. En de noodhospitalen worden heus niet alleen overspoeld met oorlogsinvaliden, maar zijn vooral druk bezig met bevallingen en andere reguliere zorgtaken.

“Het heeft lang geduurd voordat dit inzicht ook in beleid en bij hulporganisaties landde”, zegt Hilhorst. “Inmiddels weten we dat crisis en normaliteit de uitersten van een continue schaal vormen, en dat een land heen en weer kan bewegen over dit spectrum. Dat vergt een lange adem. Humanitaire hulp is geen kwestie van in- en uitvliegen.”

Beroofd en beschuldigd

In haar Utrechtse hofje – een groene oase midden in de drukke Domstad – lijken de conflictgebieden waarover Hilhorst spreekt verder weg dan ooit. Toch heeft ze in haar carrière een indrukwekkende tocht gemaakt langs de brandhaarden van de wereld. Als student vertrok ze in de jaren tachtig voor onderzoek naar de Filipijnen, destijds een dictatuur. Het werd een vuurdoop in de meest letterlijke zin van het woord: voor haar neus schoot het leger twaalf demonstranten dood.

“Iedereen begon te rennen, heel eng”, vertelde ze enkele jaren geleden tegen Erasmus Magazine. “Er werden mensen onder de voet gelopen. Ik zag iemand in een put vallen en niemand kon stoppen om hem eruit te halen. Ik weet tot op de dag van vandaag niet of die man in het riool verdwenen is.”

Het schrok haar niet af. Na de Filippijnen volgden Afghanistan, Angola, Congo, Sri Lanka, Libanon, Rwanda en talloze andere voormalige oorlogsgebieden of plekken waar kort daarvoor een natuurramp had plaatsgevonden. In die tropenjaren is ze aangezien voor een spion, werd een van haar studenten kortstondig ontvoerd en werd ze zelf meermaals beroofd. “Dat dit goed afliep is een klein beetje ervaring, maar ook geluk.”

Trauma na pestgedrag

In 2013 stelde de dokter een posttraumatische stressstoornis vast. Opvallend genoeg liep Hilhorst dat trauma niet op tijdens veldwerk in een verscheurd land, maar gewoon achter haar bureau op de universiteit. Na een moeizame reorganisatie bij haar voormalige werkgever was ze maandenlang het slachtoffer van pestgedrag. Ze werd er uitgescholden, tot zondebok gemaakt en zelfs met een mes bedreigd door een collega. Op dit moment verwerkt ze haar ervaringen in een boek.

Ze heeft er “geen behoefte aan om na te trappen”, maar hoopt wel dat het boek een kleine bijdrage kan leveren aan het herkennen en verminderen van pestgedrag op de werkvloer. Vlak voor coronatijd concludeerden vakbonden nog dat vier op de tien medewerkers van Nederlandse universiteiten te maken hebben met pesten, machtsmisbruik, intimidatie en andere vormen van ongewenst gedrag.

“Het zijn vaak de overpresteerders die dit overkomt”, zegt Hilhorst. “Op het moment dat de werksfeer verslechtert, roepen zij de meeste weerstand op. Zeker als zo’n hoogvlieger ook nog eens tot een minderheid behoort. Zolang je ergens onderaan de ladder staat, juicht iedereen je komst toe. Dat verandert als je hoogleraar wordt en boven diezelfde collega’s komt te staan.”

Het doet haar wat dat ze de Spinozapremie als vrouw krijgt, zegt Hilhorst aan het eind van het gesprek. “Mijn man en ik hebben samen vier kinderen, dus ik heb carrière gemaakt naast het gezinsleven. Deze waardering kan ook een opsteker zijn voor andere jonge vrouwen die hetzelfde proberen.”

Aanbevelingen over de wederopbouw van Oekraïne

Ondertussen blijft Hilhorst het evangelie van de nuance prediken, ook nu de oorlog in de spreekwoordelijke achtertuin van Nederland woedt. Vorige maand was ze te gast in de Tweede Kamer bij een rondetafelgesprek over de wederopbouw van Oekraïne. Daar gaf ze de Kamerleden negen aanbevelingen mee die ze losjes baseerde op haar jarenlange rondgang langs de crisisgebieden van de wereld.

Zoals: wederopbouw moet je zorgvuldig plannen, dus ga niet overhaast van start. En: streef bij het herstel van de economie naar verduurzaming. Ze waarschuwde bovendien dat wederopbouw een van de meest corruptie-gevoelige branches is en voor sociale ontwrichting kan zorgen in de samenleving.

“Veel Kamerleden wilden het eigenlijk niet horen”, zegt Hilhorst een beetje teleurgesteld. “Zij willen liever gisteren dan vandaag beginnen met de wederopbouw. Maar dat is nu eenmaal de rol van de wetenschapper: geduld aanleren.”

Lees ook:

Corné Pieterse: De plant kan zijn eigen hulptroepen optrommelen

De landbouw heeft zijn gewassen te veel gepamperd, zegt Corné Pieterse. Daardoor zijn ze verleerd zich te verdedigen tegen ziektes. Hij wil die natuurlijke afweer herstellen. En krijgt een NWO-Spinozapremie, een prijs voor uitmuntend onderzoek en kennisbenutting, om dat te doen.

Onderscheidingen voor onderzoekers naar ‘buitenaards leven’ en elementaire deeltjes

Ignas Snellen doet onderzoek naar planeten buiten ons zonnestelsel. Naast Thea Hilhorst en Corné Pieterse ontvangt ook hij een Spinozapremie voor baanbrekend onderzoek, net als ‘visionair’ Klaas Landsman. Daarnaast zijn er twee Stevinpremies toegekend voor kennisbenutting en maatschappelijke toepassing, aan Bas Bloem en Tanja van der Lippe.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden