Historisch onderzoek

Straffeloosheid leidde tot extreem geweld in dekolonisatie-oorlogen

Foto's van een executie in voormalig Nederlands-Indië, in een fotoboek dat in 2012 werd gevonden in een vuilcontainer. De foto's komen uit het privé-album van een soldaat uit Enschede die in 1947 werd uitgezonden.Beeld ANP

Waarom werd in verschillende dekolonisatie-oorlogen, waaronder die in Nederlands-Indië, extreem geweld gebruikt? Het gevoel dat dit straffeloos kon gebeuren, werkte overal escalaties in de hand, blijkt uit nieuw onderzoek.

De politieke en militaire leiders in Den Haag, Londen en Parijs wisten van martelingen en moordpartijen op burgers en gevangenen in de dekolonisatie-oorlogen die na de Tweede Wereldoorlog gevoerd werden. Het doel, behoud van controle over de kolonie, heiligde de middelen, was alom het idee. De militaire daders zelf, hun leiders en de politieke top in het thuisland voelden daarbij dat de kans op straf voor dit extreme geweld zeer gering was. Dat gevoel van straffeloosheid leidde overal tot ontsporingen.

Dat is de eerste uitkomst van een van de deelstudies uit het grote onderzoek naar geweld tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. In acht deelstudies onderzoeken drie wetenschappelijke instituten, gefinancierd door de overheid, op dit moment het gebruik van extreem geweld in die periode. Het volledige onderzoek zal pas in september 2021 openbaar worden.

Tijdens een doorzoekingsactie van een kampong, vermoedelijk op Sumatra, ondervragen Nederlandse militairen op 6 juli 1949 een Indonesische gevangene. Het onderschrift verwijst naar ‘peloppers’ (ook wel ‘ploppers’), dit was de denigrerende term die zij vaak voor vijandelijke strijders gebruikten. Beeld Foto uit een album, eigenaar onbekend © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Enkele conclusies uit een van die deelstudies zijn deze maand alvast in historisch tijdschrift ‘BMGN-Low Countries Historical Review’ gepubliceerd. In deze deelstudie, waaraan twaalf historici meewerken, worden dekolonisatie-oorlogen in de periode 1945-1962 met elkaar vergeleken. Hoewel deze studie nog niet op alle punten af is, staat de uitkomst wel al vast, zegt historicus Bart Luttikhuis. Hij werkt aan de universiteit van Leiden en is een van de leiders van dit deelonderzoek. “We brengen dit daarom nu al naar buiten. We wilden dit meegeven aan de andere onderzoekers die nog werken aan dit grote Indonesië-project.”

Geen ranglijst van wreedheid

Het doel van de vergelijking is niet om de ernst van de misdragingen tegen elkaar af te wegen. “We komen niet met een ranglijst van wreedheid. Wij willen door te vergelijken de structurele oorzaken vinden áchter het extreme geweld dat overal plaatsvond tegen burgers en gevangenen, zogenaamde non-combattanten”, zegt Luttikhuis. “Wat ging er fout in bijvoorbeeld Kenia, in Maleisië, in Algerije. En hoe helpt dit ons te begrijpen wat er in Indonesië is misgegaan.”

De grote gemene deler van al die landen blijkt die geïnstitutionaliseerde straffeloosheid. “Militairen konden over de schreef gaan, ze wisten dat ze niet gestraft zouden worden. De politieke en militaire leiding van destijds is daar dus ook verantwoordelijk voor.”

Oorlogsrecht en internationale afspraken over mensenrechten waren nog volop in ontwikkeling in die tijd, maar werden vaak niet op de koloniën van toepassing geacht, verklaart mede-projectleider Thijs Brocades Zaalberg de straffeloosheid. Hij is universitair docent in Leiden en verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie. “Ministers of kabinetten waren destijds dan ook niet bang hierover te struikelen. Dat zou tegenwoordig anders zijn. Wel was er angst dat de sfeer in het thuisland zou omslaan als er teveel bekend zou worden over extreem geweld. Zo deden de Nederlandse en Britse overheid zeer effectief aan ‘schandaalmanagement’ voor de gevallen Indonesië en vooral Kenia, waar veel gemarteld werd in detentiekampen.”

Executie van kampongbewoners door militairen van het Depot Speciale Troepen in kampong Salomoni op Zuid-Sulawesi op 12 februari 1947. Bij deze actie zouden circa twintig door de commandant aangewezen mannen door middel van een nekschot zijn geëxecuteerd.Beeld H.C. Kavelaars. © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Dat er excessen zijn geweest in al die oorlogen is veel eerder vastgesteld. In rechtszaken over een aantal moordpartijen werd de Nederlandse Staat al juridisch aansprakelijk gesteld, zoals in het geval van het bloedbad in het Javaanse dorp Rawagede in 1947. Historicus Rémy Limpach concludeerde in 2016 in zijn boek ‘De brandende kampongs van Generaal Spoor’ dat het extreme geweld van de Nederlandse troepen niet om individuele excessen ging, maar structureel was. Hij noemde ook een gebrekkig justitieel systeem als een van vele oorzaken voor ontsporingen. Brocades Zaalberg: “Uit onze internationaal vergelijkende studie blijkt dus nu dat dit de belangrijkste oorzaak was. Wij noemen het de spin in het oorzakelijk web”.

Overschrijden van de morele grens

Wanneer wordt geweld in een oorlog extreem, volgens hun definitie? “Het overschrijden van die morele grens voeren soldaten en hun commandanten vaak zelf aan”, vertelt Brocades Zaalberg. “Je leest het in dagboeken terug. Toch wordt het goedgepraat met argumenten als: het was kiezen tussen twee kwaden en het andere kwaad, verlies van de kolonie, was erger. Of: we zijn hiertoe aangezet door geweld van de tegenpartij.” Diezelfde argumenten vonden zij terug bij Fransen en Britten in hun dekolonisatie-oorlogen.

Opvallend noemen zij verder dat er weinig aandacht is geweest voor seksueel geweld in de strijd in Nederlands-Indië, terwijl over verkrachting in de dekolonisatiestrijd in Algerije wel veel geschreven is. Luttikhuis: “Seksueel geweld is natuurlijk ook lastig aan te tonen, er wordt zelden melding van gemaakt”.

In de archieven troffen de onderzoekers wel 72 rechtszaken over seksueel geweld aan die indertijd voor een Nederlandse krijgsraad zijn gebracht. Bij 53 daarvan leidde het tot een veroordeling. Vooral baboes, vrouwen die in de kazernes voor soldaten kookten en de was deden, waren slachtoffer van verkrachting. Luttikhuis: “De schaal waarop het gebeurde, in Nederland of Algerije, daar kunnen we niets over zeggen. Behalve dat het veel vaker zal zijn dan uit die tientallen rechtszaken blijkt. Maar hier zou nog veel meer onderzoek naar gedaan moeten worden.”

Lees ook:

Het onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië veroorzaakt al sinds de start onrust

Wie zijn daders, wie slachtoffers? Het grote onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië is pas eind 2021 klaar, maar uit verschillende hoeken wordt al kritiek geuit. Wat is er aan de hand?

De koning vindt excuses aan Indonesië de juiste keuze

Koning Willem-Alexander wist dat het excuus dat hij in Indonesië uitsprak gevoelig lag, maar hij heeft het weloverwogen gedaan; het was de juiste keuze voor dit staatsbezoek. Een mooi, rond verhaal, noemde hij het tijdens het afsluitende gesprek met de meegereisde Nederlandse media.

Gemengde reacties op excuses koning

In de Indische gemeenschap in Nederland leveren de excuses van de koning zeer gemengde reacties op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden