Medicijngebruik

Reumapatiënten kunnen toe met minder medicatie, en dus minder bijwerkingen

Reumatoïde artritis is een chronische ontsteking van gewrichten, zoals de knie. Beeld
Reumatoïde artritis is een chronische ontsteking van gewrichten, zoals de knie.Beeld

Een deel van de reumapatiënten bij wie het goed gaat, kan helemaal zónder medicatie. Dat scheelt narigheid door bijwerkingen. En het is goedkoper.

Van de 160.000 Nederlanders die lijden aan reumatoïde artritis kan 80 procent de medicatie verminderen en 15 procent zelfs helemaal stoppen met pillen en injecties. Voor de patiënten is dat een aantrekkelijk vooruitzicht, want de medicatie kan zorgen voor bijwerkingen. Daarbij scheelt het ook miljoenen euro’s aan kosten voor geneesmiddelen, al is dat voor de patiënt zelf een minder belangrijke reden om af te bouwen, zegt wetenschappelijk onderzoeker Elise van Mulligen van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zij promoveerde deze week op afbouwen van medicatie bij reumapatiënten.

De behandeling van reumatoïde artritis is de laatste jaren sterk verbeterd door de komst van nieuwe medicijnen. Dankzij deze medicatie van zogeheten biologicals in combinatie met klassieke reumageneesmiddelen nemen de klachten sterk af. En wel zodanig dat Van Mulligen zich afvroeg of bij deze patiënten bij wie het goed gaat afbouwen mogelijk is. Dat bleek dus het geval.

“Afbouwen doe je als patiënt vooral vanwege de bijwerkingen”, zegt de onderzoekster. “Je hebt de klassieke reumaremmers en de biologicals. De klassieke medicatie kan zorgen voor misselijkheid. Daar hebben patiënten soms wel een dag last van. Klassieke medicijnen moeten één keer per week worden ingenomen. De biologicals kunnen op langere termijn bijvoorbeeld voor kanker zorgen. Al is dat een klein risico. Biologicals moet je injecteren. Dat kan voor zwellingen zorgen op de plek waar je hebt geprikt. Het is dus prettig als je van dat soort bijwerkingen af bent.”

Overleg met specialist

Het onderzoek van Van Mulligen is opgenomen in de richtlijnen van Nederlandse en Europese reumatologen. De patiënt die wil afbouwen, kan dat dus met zijn medisch specialist overleggen. “Zeker als het goed gaat met ziekte is dat bespreekbaar. Wel is het zo dat als je afbouwt, je iets vaker langs moet komen bij de reumatoloog, omdat de specialist je in de gaten wil houden.”

Want aan het afbouwen zit wel een nadeel. De ziekte kan weer opvlammen. Dat gebeurde bij 60 procent van de onderzochte patiënten die afbouwden of stopten. Zij moesten daardoor tijdelijk terug naar de oude dosering. De negatieve effecten van de opvlammende reuma hielden vaak zes maanden aan, en soms langer. Daarom is het volgens Van Mulligen belangrijk dat de reumatoloog ingrijpt nog voordat de klachten opnieuw opkomen. Dan zijn de negatieve effecten beperkt en kunnen patiënten structureel toe met minder medicijnen.

Lees ook:

Voor reumapatiënt Maike Bakker gaat bij deze warmte alles nét iets soepeler

Reuma is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende aandoeningen aan gewrichten, spieren, pezen en botten. Ruim 2 miljoen Nederlanders hebben reuma, de meesten artrose.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden