null Beeld

ColumnJan Beuving

Ook het woord ‘wiskunde’ komt voort uit de Nederlandse afkeer van leenwoorden

Ton den Boon schreef in zijn taalrubriek dat hij bij het gebruik van het woord ‘grip’ in de krant kon gaan zitten wachten op mensen die vinden dat het eigenlijk ‘greep’ moet zijn. Hij beschrijft hoe grip ‘meer en meer als een volwaardig synoniem van greep’ wordt gebruikt. Grip krijgt dus langzaam grip (of greep) op greep.

Maar volwaardige synoniemen kun je van plek laten wisselen, wat met grip en greep niet altijd gaat. Een judoka kan bij het betreden van de tatami als schietgebedje ‘God zegene de greep’ doen, maar ‘God zegene de grip’ is meer iets voor Max Verstappen als hij met nieuwe banden het circuit opgaat. (En ‘God zegene de grid’ is dan weer voor de mensen die hopen dat er bij de start van die Formule 1 niets fout gaat.)

Voor Engelse invloeden in de taal bestaat bij sommige mensen weinig begreep (pun intended). De neiging om een zuiver Nederlands alternatief te gebruiken als dat voorhanden is, is overigens niet nieuw.

Sterker nog, het woord ‘wiskunde’ is er een gevolg van. Neem een willekeurige andere taal dan Nederlands in gedachten en bedenk wat daarin het woord voor wiskunde is. Bijna overal ter wereld is het afgeleid van (ars) mathematica. Zo niet wiskunde, dat gevormd is vanuit het woord wis-const, de const (kunst) van het wisse. Wis heeft hier de betekenis waar, zoals ook in ‘het ongewisse’ en ‘wis en waarachtig’ nog te horen is. Wiskunde is dus de kunst van het ­ware.

Simon Stevin

Een van de eersten die het woord wisconst consequent gebruikte was Simon Stevin (1548-1620). Hij wilde graag dat zijn boeken op de praktijk gericht waren, en om zijn lezerspubliek (zoals landmeters en sterrenkijkers) te bereiken, vond hij dat die boeken in de landstaal geschreven moesten worden. Voor de wiskundige begrippen lagen leenwoorden uit het Latijn voor de hand: punt, lijn, cirkel, etc. We gebruiken die woorden nog steeds. Maar al snel ontstond er een levendige bloei van alternatieven: stip, streep, rond, enz.

Een mooi voorbeeld van een boek waarin Latijnse leenwoorden zoveel mogelijk vermeden werden, was de eerste volledige editie van De Elementen van Euclides in het Nederlands. De Elementen is het belangrijkste en meest gedrukte wiskundeboek uit de geschiedenis (en heeft net als de Bijbel vele vertalingen gekend, al hebben wiskundigen aanmerkelijk minder neiging om de inhoud aan te passen aan de nieuwe tijd – bier en roerdomp zul je er niet in vinden – en wordt Euclides gewoon altijd met een hoofdletter geschreven, als God van de meetkunde).

Claas Jansz. Vooght bezorgde in 1695 die eerste volledige vertaling, waarin leenwoordenhaters hun hart ­konden ophalen: naast de genoemde stip, streep en rond werd centrum midstip, circumferentia omring, figuur werd afbeelding, isosceles werd gelijkbenig, diameter werd midstreep, diagonaal werd hoekstreep en parallel evenwijdig. Sommige van die woorden gebruiken we nog steeds, in an­dere gevallen heeft het Latijn ­gewonnen. Soms is de strijd onbeslist: we zeggen nu cirkel, maar het alternatief voor semicirculus is nog steeds in gebruik: halfrond.

Van sommige woorden is het ronduit jammer dat ze gesneuveld zijn

Van sommige woorden waren meerdere varianten. Kloot (nog terug te horen in aardkloot) en bol (wereldbol) werden naast elkaar gebruikt in plaats van sfeer; peez en schil kwamen voor als synoniem van boog. En de genoemde omring werd ook wel omtrek genoemd, en ook dat gebruiken we nog. Van sommige woorden is het ronduit jammer dat ze gesneuveld zijn: vervulsel is toch veel mooier dan complement. En de teerling heeft het alleen in die ene beroemde uitdrukking van de kubus gewonnen.

Niets weerhoudt puristen die liever greep dan grip hebben op het Nederlands ervan om die alternatieven weer te gaan gebruiken. Want, zo zullen zij betogen, als stipje bij paaltje komt ligt het in de streep der verwachting dat je een afbeelding slaat met te veel leenwoorden. En zeg nu zelf: ook voor de lezer werkt het klootverhogend.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden