Olifantenvirus

Met een gezonde dosis stress kan de olifant zich weren tegen dodelijke herpes

Een jonge Aziatische olifant in het wildpark Pairi Daiza, België.  Beeld REUTERS
Een jonge Aziatische olifant in het wildpark Pairi Daiza, België.Beeld REUTERS

Het is een herpesvirus, en zou zo onschuldig moeten zijn als een koortslip. Maar inmiddels bezwijken olifanten aan het virus, in dierentuinen en in het wild. Ze missen de afweer die ze van nature hadden.

Rob Buiter

Wie wel eens een koortslip heeft, kent het fenomeen: maanden kunnen er voorbijgaan dat je nergens last van hebt. Maar dan heb je even een paar nachten slecht geslapen, te veel alcohol gedronken of op een andere manier je afweer verwaarloosd en, hup, daar zit je lip of je tandvlees weer vol blaasjes! En het vervelende is: heb je het bijbehorende herpesvirus eenmaal in je lijf, dan kom je er van je leven niet meer af.

Het olifantenvirus EEHV zou net zo’n onschuldig maar irritant herpesvirus moeten zijn. Toch sterven er de laatste jaren steeds vaker jonge olifanten aan dit virus, in dierentuinen, maar ook in het wild, vooral in Azië.

“Iedere diersoort heeft zijn eigen herpes”, vertelt de Rotterdamse dierenarts Willem Schaftenaar, die het grootste deel van zijn werkzame leven in de Diergaarde Blijdorp werkte. “Net als ons koortslippenherpes, houdt het elephant endotheliotropic herpesvirus zich ergens in het olifantenlichaam schuil. We hebben nog geen idee waar precies, maar als een dier stress ondervindt, kan het opvlammen. Je vindt het dan onder andere terug in snot dat je uit de slurf van een olifant kunt spoelen. Op zichzelf geen probleem, maar in de praktijk steeds vaker wel.”

Indira bezweek uiteindelijk

De eerste en gelukkig enige keer dat Schaftenaar het zelf fout zag gaan, was in 1996, bij de driejarige Blijdorp-olifant Indira. “Ze kreeg enorme vochtophopingen in de poten en ook een blauwe tong. Even leek ze er bovenop te komen. Maar uiteindelijk bezweek ze toch, van het ene op het andere moment. EEHV kan een ongeremde ontstekingsreactie veroorzaken, waardoor een dier uiteindelijk aan inwendige bloedingen overlijdt.”

Sinds die eerste persoonlijke ervaring met EEHV zet Schaftenaar zich in voor een oplossing, zelfs nu hij met pensioen is bij Blijdorp. De grote vraag: waarom leven olifanten eerst miljoenen jaren probleemloos samen met dit virus, en is het nu ineens dodelijk?

Na een kwart eeuw van onderzoek, denkt Schaftenaar nu een werkbare hypothese te hebben. “Jonge olifanten krijgen bij de geboorte van hun moeder antistoffen mee, via het bloed of via de melk. Zodra de jongen een jaar oud zijn beginnen deze antilichamen langzaam uit hun bloed te verdwijnen, totdat ze op een leeftijd van twee á drie jaar helemaal niet meer te vinden zijn. In een ideale wereld zijn de jonge dieren in die periode wel een keer besmet door een soortgenoot die een onschuldige virusuitbraak heeft veroorzaakt, waarna ze eigen afweer opbouwen. Maar worden de jonge dieren níet besmet, dan is na die eerste belangrijke jaren de afweer die ze via de moeder kregen helemaal verdwenen. Worden ze daarna alsnog een keer besmet, dan kan de infectie ineens dodelijk worden.”

Een kudde wilde olifanten in India, waar in totaal 25.000 olifanten leven.  Beeld AFP
Een kudde wilde olifanten in India, waar in totaal 25.000 olifanten leven.Beeld AFP

Een eenvoudige test ontwikkeld

Inmiddels is het idee van Schaftenaar al meer dan alleen maar een hypothese. Met een team van zijn Utrechtse alma mater aan de faculteit diergeneeskunde en het goede doelenfonds ‘Vrienden Diergeneeskunde’, kreeg hij het voor elkaar dat viroloog Tabitha Hoornweg de afgelopen twee jaar onderzoek kon doen naar het virus en vooral naar de antilichamen in het bloed van olifanten. “Die antilichamen kunnen we inmiddels met een relatief eenvoudige test aantonen”, vertelt Hoornweg enthousiast. “En dan zie je inderdaad dat jonge dieren die bezwijken aan het virus nauwelijks antistoffen in hun bloed hadden. Na een infectie duurt het even voor die weerstand wordt opgebouwd.”

Er bestaan maar liefst acht verschillende varianten van het virus: vier bij de Aziatische olifant en vier bij de Afrikaanse. Hoornweg: “We hebben ontdekt dat weerstand tegen de een, nog geen weerstand biedt tegen alle andere.”

De antilichamentest die Hoornweg in het laboratorium ontwikkelde, wordt nu in verschillende Europese dierentuinen gebruikt. Daar sterven met enige regelmaat jonge Aziatische olifanten aan het virus. De test wordt inmiddels ook naar buiten Europa verscheept. Hoornweg: “In een olifantenweeshuis met zeventig jonge olifanten op Sri Lanka bijvoorbeeld, hebben we kunnen aantonen dat de jonge dieren daar allemaal weerstand hebben opgebouwd tegen EEHV. Rond de leeftijd van acht jaar oud worden die dieren teruggebracht in het wild, en dan is het goed dat je weet dat ze dus beschermd zijn tegen virusuitbraken, zodat ze niet naderhand alsnog sterven aan EEHV.”

Heel anders lijkt dat in India, vertelt Schaftenaar. “We gaan samenwerken met het ministerie van natuurbeheer. Er zijn in de afgelopen tien jaar al 42 dode jonge olifanten gevonden in het wild, die aan EEHV waren bezweken. Het werkelijke aantal slachtoffers ligt waarschijnlijk veel hoger, want niet alle gestorven olifanten worden gevonden, laat staan onderzocht. Door de antilichamentest aan de collega’s in India ter beschikking te stellen, kunnen zij ons onderzoek uitbreiden naar de situatie in het wild.”

Te klein voor gezonde rivaliteit

De volgende intrigerende vraag is: waarom werden olifanten vroeger blijkbaar wel tijdig geïnfecteerd met EEHV, zodat ze de rest van hun leven voldoende beschermd werden, maar de laatste jaren niet meer? Schaftenaar zoekt de oplossing in een gezonde portie stress. “We nemen nu aan dat EEHV de kop opsteekt wanneer de weerstand door stress even wordt onderdrukt. Waar een koortslip kan opvlammen na een avondje stevig doorhalen, kan een olifantenkudde stress ervaren wanneer bijvoorbeeld een stier met de nodige agressiviteit een kudde bezoekt om de vruchtbare vrouwtjes te dekken. Het zou goed kunnen zijn dat de krimpende kuddes olifanten in Azië zo gefragmenteerd en geïsoleerd leven, dat er niet meer voldoende natuurlijke rivaliteit is. Daardoor vlamt EEHV niet vaak genoeg op en bouwen de jonge dieren niet tijdig weerstand op.”

Het jong Qiyo in de Zoo Planckendael bij het Belgische Mechelen overleed in 2018 aan olifantenherpes, toen ze nog geen drie jaar oud was. Beeld Belga
Het jong Qiyo in de Zoo Planckendael bij het Belgische Mechelen overleed in 2018 aan olifantenherpes, toen ze nog geen drie jaar oud was.Beeld Belga

Daarmee pleit Schaftenaar ook voor wat meer ‘natuurlijke stress’ onder de olifanten in dierentuinen. “Ik ben ervan overtuigd dat we een gezonde populatie olifanten in dierentuinen moeten houden. Al was het maar om ervoor te zorgen dat er nog exemplaren zijn, mocht het in het wild helemaal mis gaan. Maar die dieren zouden we dan misschien ook wat vaker aan een gezonde dosis kortdurende stress moeten blootstellen. Stress wordt dikwijls als iets negatiefs ervaren. Dat is voor wat betreft chronische stress ook het geval. Kortdurende stresssituaties kunnen echter ook een positieve reactie in het lichaam tot gevolg hebben. Iets vergelijkbaars heb ik in de dierentuin ook wel bij andere soorten gezien. Sommige reptielen bijvoorbeeld, gingen zich in gevangenschap onverwacht voortplanten nadat ze aan kortdurende stress of onrust waren blootgesteld.”

Nu nog een vaccin

Behalve een goede antilichamentest, wil viroloog Hoornweg ook heel graag een vaccin ontwikkelen tegen EEHV. “Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan”, weet zij. “We kunnen het virus niet in het laboratorium kweken. Het is ons inmiddels wel gelukt om stukjes eiwit van de buitenkant van het virus te kweken, waarmee we een vaccin proberen te maken.” Het onderzoek wordt gefinancierd uit donaties en schenkingen aan de stichting ‘Vrienden Diergeneeskunde’. Op dit moment is er nog voldoende geld voor Hoornweg om zich nog een jaar op olifantenherpes richten. “Dat zal waarschijnlijk niet lang genoeg zijn om een werkzaam vaccin te ontwikkelen”, verwacht zij, “maar ik blijft hopen op een snelle doorbraak”.

Lees ook:

De olifantenstier heeft zijn nut voor de jongere olifanten

Maar dat zal hem verder een rotzorg zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden