Tentoonstelling Kosmos

Leidse tentoonstelling ‘Kosmos’ combineert kunst en kennis

De planeet Saturns van Etienne Trouvelot (1827-1895).

De wetenschapper en de kunstenaar staren naar de sterren, met dezelfde fascinatie maar met een heel eigen blik, laat Rijksmuseum Boerhaave zien.

Michel Mayor en Didier Queloz ontdekten in 1995 voor het eerst een planeet die rond een andere ster dan de zon draaide. De Zwitsers kregen er deze week de Nobelprijs voor natuurkunde voor. Inmiddels zijn er meer dan vierduizend zogeheten exoplaneten bekend. En ze zijn er in allerlei soorten en maten. Groter dan Jupiter, of kleiner dan de aarde. Gasbollen en rotsblokken. Dicht op hun ster, of juist in een langgerekte ellipsbaan.

Precies zoals John Wilkes zich het rond 1800 had voorgesteld. Deze Britse uitgever maakte een gravure van het heelal zoals het er volgens hem uit moest zien. Wilkes zag een reeks bollen voor zich, grote en kleine, aaneengeregen, als een slang die in zijn staart bijt. In de centrale bol het eigen zonnestelsel en de zeven toen bekende planeten, en daaromheen andere stelsels met meer of minder planeten. “Hij was daarin zijn tijd ver vooruit”, zegt Ewine van Dishoeck, hoogleraar moleculaire astrofysica aan de Universiteit Leiden. “Die andere stelsels lijken inderdaad helemaal niet op het onze. Wellicht heeft hij met zijn schets ook moderne onderzoekers geïnspireerd.”

En precies dat is het thema van de tentoonstelling ‘Kosmos: Kunst & Kennis’ in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden. Hoe wetenschappers en kunstenaars eeuwenlang de sterrenhemel hebben verbeeld en elkaar daarbij inspireerden. De astronoom onderzoekt en verrijkt met zijn waarnemingen ons inzicht, de kunstenaar vult met zijn verbeeldingskracht in wat we nog niet weten.

‘Sur les Autres Mondes’ van Lucien Rudaux, ca. 1920.

Die verwevenheid fascineert Van Dishoeck, die als gastconservator optreedt. Ze wijst op een doek van Wassiliy ­Kandinsky, ‘Stars’. “Ik weet niet exact wat de schilder wilde verbeelden, maar ik zie er een gaswolk in zoals de Krabnevel, terwijl in deze zwarte cirkel nieuwe sterren worden geboren. Net zoals wij het ons in de sterrenkunde nu voorstellen.

“Bedenk wel, dit doek is uit 1938. Toen dachten we nog dat sterren het eeuwige leven hadden. Het idee van sterren die geboren worden en sterven, stamt uit de ­jaren vijftig.”

De Melkweg is melk die Hera morste toen ze Herakles zoogde

De verbeelding komt ruim aan bod tijdens de tentoonstelling. Neem de Melkweg. Volgens de Griekse mythologie was het melk dat de godin Hera morste toen ze de kleine Herakles aan het zogen was en doorkreeg dat het een buitenechtelijk kind was van haar echtgenoot Zeus. Bij de Aboriginals is het de hoedster die met haar witte armen het Zevengesternte (‘de zeven zusters’) beschermt tegen een jagende Orion. 

Wetenschappers als William Herschel steken daar met hun schetsen wat magertjes bij af. Volgens Herschel had de Melkweg de vorm van een plank.

‘Stars’ van Wassily Kandinsky, 1938.

Het pronkstuk van de tentoonstelling is de Leidse Aratea, een meer dan duizend jaar oud perkamenten manuscript met tekeningen van sterrenbeelden, die op hun beurt weer geïnspireerd waren op beelden en verzen uit de Griekse en Babylonische oudheid. De Aratea is in bezit geweest van Hugo de Groot en Isaac Vossius. Nu behoort het tot de collectie van de Leidse universiteitsbibliotheek. Vanwege de kwetsbaarheid is het alleen in de eerste en laatste maand van de expositie te zien, met de prenten van Orion en Andromeda. In de tussentijd ligt er een facsimile.

De meeste getoonde afbeeldingen zijn door wetenschappers zelf gemaakt. Galilei schokte de wereld met zijn tekeningen van het maanoppervlak, met bergen en kraters. Dat rijmde totaal niet met de volmaakte vormen die hemelse lichamen toen nog behoorden te hebben. Zeventig jaar later oogstte de Franse sterrenkundige Jean-Dominique de Cassini daarentegen lof met zijn gedetailleerde maankaart. Zijn landgenoot Etienne Trouvelot betoverde eind negentiende eeuw het publiek met zijn schetsen van Jupiter, Saturnus en de grote komeet van 1881. “De fotografie was toen al uitgevonden”, zegt conservator Tiemen Cocquyt. “Maar Trouvelot wilde de leek laten genieten van de hemelpracht en vond zijn afbeeldingen veel natuurgetrouwer.”

Huygens fantaseerde over leven op Saturnus

Wetenschappers maakten vaak schetsen om hun gedachten te ordenen. Christiaan Huygens voorzag zijn werken van kleine tekeningetjes. Hoe hij tot het inzicht was gekomen dat Saturnus ringen had en hoe anderen hadden kunnen denken dat het oren waren. Van Dishoeck: “Hij speculeerde ook over mogelijk leven op Saturnus. Hoe dat eruit zou moeten zien. En hoe die wezens dan tegen de ringen aankeken.”

Hemelglobe van Gerard en Leon Valk.

De verbeeldingskracht van de sterrenhemel mag dan groot zijn, ze blijkt ook aan wetmatigheden gebonden. Ooit hebben mensen in een groep sterren een beer gezien, een zwaan of een slang. Daar valt niet meer aan te tornen. Maar op de expositie is ook een atlas te zien waarin alle sterrenbeelden zijn vervangen door bijbelse figuren. Die heeft het niet gered.

En wij westerlingen mogen dan vertrouwd zijn met het mannetje op de maan, met het gezicht dat ons toelacht, in Japan zien ze er toch duidelijk een konijn in.

Tentoonstelling Kosmos: Kunst & Kennis. Tot en met 15 maart 2020. Rijksmuseum Boerhaave, Leiden

Lees ook:

Waarom Rijksmuseum Boerhaave is uitgeroepen tot Europees museum van het jaar

Een wetenschapsmuseum, hoe saai wil je het hebben?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden