Column Heleen Slagter

Kunnen we zelf bepalen wat onze aandacht verdient?

Het is een terugkerend beeld: studenten die tijdens mijn hoorcolleges met hun smartphone bezig zijn. Die afwisselend luisteren naar de laatste wetenschappelijke inzichten en (zo stel ik me voor) hun WhatsApp, Instagram, Tinder checken. 

Een paar jaar geleden verbood ik telefoongebruik tijdens mijn colleges nog, want als ‘aandacht’onderzoeker weet ik: zonder aandacht beklijft niets. Al snel bleek dat verbod een onzinnig idee. Continu lurkend vanuit tassen en broekzakken, bleek de telefoon onweerstaanbaar. Ik besprak het met collega’s. Sommigen adviseerden een zerotolerancebeleid, want studenten zitten tenslotte in de zaal om te leren. Andere collega’s zagen niet wat het probleem was: laat die studenten zelf kiezen of ze willen opletten of niet.

Ik heb toen de strijd met smartphones opgegeven. Vierhonderd studenten kun je niet vragen om voor aanvang van een college hun telefoon af te geven. En ik wilde het niet steeds weer in mijn eentje opnemen tegen deze slimme telefoon. Dat stond mijn lesgeven nog meer in de weg. Het waren tenslotte volwassen individuen.

Maar de vraag is blijven knagen: kunnen deze jongvolwassenen – en wij allemaal – wel zelf bepalen wat onze aandacht verdient? Steeds duidelijker wordt dat technologiebedrijven, zoals Google, Facebook en Apple, erop uit zijn onze aandacht te vangen en vast te houden. Ze passen trucjes toe waarvan psychologisch onderzoek heeft laten zien dat ze menselijk gedrag sterk beïnvloeden, zoals onverwachte beloningen, eindeloos kunnen scrollen, autoplay video’s, en nudging (een melding bij bijvoorbeeld een nieuw berichtje). 

Klikaas

Ook wordt continu op onze nieuwsgierigheid ingespeeld, met ‘klik-aas’, zoals ‘20 procent besparen op je hypotheek?’. Dingen die mensen liever niet zien worden verborgen, zoals filmpjes gemaakt door gehandicapte mensen. Slimme algoritmes zorgen er achter de schermen voor dat onze aandacht continu gevangen wordt of blijft. Geen wonder dus dat we massaal aan onze beeldschermen zitten gekluisterd. Je hoeft maar een woonkamer of keuken in te kijken en het is duidelijk dat de formules werken.

Het punt is dat bedrijven die sociale media en mobiele technologie hebben ontwikkeld, meestal gedreven worden door het grote geld. Zoals het Facebook/Cambridge Analytica-schandaal pijnlijk helder maakte, komen advertenties van de hoogste bieder, desinformatie of niet, en wordt u tot doelwit gemaakt op basis van uw persoonlijke kenmerken of online gedrag. 

Deze bedrijven concurreren om uw tijd en aandacht met al uw andere dagelijkse bezigheden, van werkelijk interacteren met uw familie en opletten op school of op de weg, tot uw bedtijd en seksleven. Want hoe meer tijd u spendeert met een bepaalde app of website, hoe vaker een linkje geklikt, hoe meer geld deze bedrijven verdienen.

Strijd

Tristan Harris, ooit technologie-ontwerper bij Google, spreekt van een aandachtseconomie, waarin uw schaarse aandacht het meest waardevolle goed is, en het niet gaat om uw welzijn of de waarheid. Harris werd medeoprichter van het Centrum voor Humane Technologie en probeert bewustzijn te creëren over hoe de aandachtseconomie ons gedrag en leven beïnvloedt en onze samenleving uit elkaar trekt door informatiemanipulatie en politieke polarisatie. 

Dit lijkt vruchten af te werpen. De vraag ‘wie mag bepalen wat je aandacht verdient?’ wordt nu ook gesteld in het politieke debat in de Verenigde Staten. Andrew Yang, een van de democratische presidentskandidaten, wil, eenmaal in het Witte Huis, een ministerie van aandachtseconomie oprichten. Een ministerie dat de strijd moet aangaan tegen beeldschermverslaving, datamisbruik en desinformatie.

Ik denk dat ik het smartphonegebruik tijdens colleges toch maar eens ga aankaarten op hoger niveau. Mocht de minister-president dit toevallig lezen: is een ministerie van aandachtseconomie ook in Nederland geen goed idee?

Heleen Slagter is hoogleraar hersenen, cognitie en plasticiteit aan de Vrije Universiteit. Ze vervangt columniste Hieke Huistra, die twee maanden afwezig is.

Lees ook: 

Je ziet óf een konijn óf een eend, maar niet allebei tegelijk. Hoe komt dat?

Het brein is niet een soort computer die wacht op binnenkomende signalen. Integendeel: het trekt erop uit en vormt de realiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden