ReportageIntravacc

Intravacc werkt stug door aan neusspray-vaccin: ‘Dit is geen mosterd na de maaltijd’

Een medewerker van Intravacc test de hoeveelheid eiwit in de monsters. Beeld Hanne van der Woude
Een medewerker van Intravacc test de hoeveelheid eiwit in de monsters.Beeld Hanne van der Woude

Terwijl het coronavirus al anderhalf jaar rondgaat, werkt Intravacc stug door aan een vaccin. Trouw volgt dit project nu ruim een jaar.

Leek het een jaar geleden nog de vraag of er vaccins zouden komen, en wanneer, nu zijn er enkele, zeer effectieve beschikbaar. Intravacc, dat in Bilthoven is gevestigd, maakte afgelopen voorjaar bekend dat het een vaccin heeft ontwikkeld dat veilig en effectief is bij proefdieren. Komende tijd volgen nog veiligheidsstudies waarna het vaccin begin 2022 op mensen kan worden getest. Eerst op veiligheid, daarna op werkzaamheid en effectiviteit. Eind 2022 moet het vaccin, dat Avacc 10 is gedoopt, beschikbaar komen. Hoe schatten mensen van Intravacc hun kansen in?

De directeur

Jan Groen: “Het is een uniek vaccin. Er zijn wereldwijd nog 272 vaccins in ontwikkeling. De meeste worden, of moeten worden ingespoten. Ons vaccin zal middels een neusspray worden toegediend. Die route wordt door slechts zeven andere vaccins gevolgd. En binnen dat groepje gebruiken wij ook nog eens een speciale techniek.

“Wetenschappelijk gezien is het logisch om een neusspray te gebruiken. Het virus komt immers ook veelal via de neus binnen. Ons vaccin gaat het virus dus meteen te lijf. Als je een vaccin via een spier in het lichaam brengt, is die lokale afweer veel geringer. En doordat je het in de neus aanbrengt, zorg je ook voor de aanmaak van specifieke antistoffen, immunoglobuline A, die juist in de slijmvliezen de eerste verdediging vormen.

“Een neusspray is eenvoudiger toe te dienen. Om een prik te geven moet je medisch onderlegd zijn. Daarom zou ons vaccin goed inzetbaar zijn in landen met een minder ontwikkelde medische infrastructuur. Ook al omdat het veel goedkoper is dan bijvoorbeeld de RNA-vaccins en ook niet in vrieskisten hoeft te worden bewaard. En vergeet Nederland niet. Een op de drie volwassenen en de helft van de kinderen heeft prikangst.

“Toen het nieuws bekend werd van onze eerste successen kwamen tientallen telefoontjes binnen. ‘Waar kan ik jullie vaccin krijgen?’

Monsters in de centrifuge. Beeld Hanne van der Woude
Monsters in de centrifuge.Beeld Hanne van der Woude

“Ik ben niet bang dat ons vaccin als mosterd na de maaltijd komt. Weliswaar voorzien we de introductie nu pas over anderhalf jaar, maar het virus is dan nog niet weg. Er zullen varianten komen en er zullen nieuwe vaccins nodig zijn. Daar kunnen wij met ons vaccin snel op reageren. En kijk naar de griep. Wereldwijd zijn er zo’n 25 soorten griepvaccins op de markt. Omdat het ook een economische markt is. En omdat er verschillende doelgroepen zijn – ouderen, kwetsbaren, kinderen wellicht – die baat kunnen hebben bij specifieke vaccins.

Sowieso zullen mensen om de zoveel jaar een booster moeten krijgen, een nieuwe vaccinatie die het immuunsysteem een oppepper geeft. Dat kan niet met de vaccins van AstraZeneca of Janssen. Zij gebruiken als basis een adenovirus en na twee, drie inentingen heeft het lichaam een afweer­reactie tegen dat virus opgebouwd. Dat probleem hebben wij niet.

“Ten slotte: het is een uniek concept. Ons vaccin bestaat uit bacterieblaasjes waar we eiwitten of peptides aan kunnen klikken. Die blaasjes zijn goedkoop te maken, en je kunt er een voorraad voor aanleggen voor een volgende pandemie. We hebben daar patent op en kunnen dat ook ter beschikking stellen. Als open source, zodat iedereen het overal ter wereld kan maken.”

De projectleiders

Elly van Riet: “Ons perspectief is wel verschoven. Een jaar geleden was het peptidevaccin onze grootste troef. Daarvan dachten we dat we het als noodvaccin konden inzetten. Bij een nieuwe uitbraak zouden we snel een geschikt peptide kunnen maken en vastklikken aan onze bacterieblaasjes. Daarmee voorkom je geen besmettingen, maar wel ernstige ziekte of sterfte. Dat viel tegen, vastklikken lukte niet. Toen zijn we op plan B overgestapt, het eiwitvaccin. Daarmee verloopt alles volgens schema. Het is in deze tijd waarin iedereen vaccins ontwikkelt of fabriceert moeilijk om aan de juiste materialen te komen. Tot nu toe – even afkloppen – is alles steeds net op tijd binnen.”

Dinja Oosterhoff: “Een jaar geleden stonden we op enorme afstand. Oxford en Janssen stonden in de startblokken en hadden hun platforms op orde. Wij hadden alleen draaiboeken. Maar nu zitten we ook op dat niveau. We hebben grote stappen gezet. De planning is dat we op 3 januari, de eerste werkdag van het nieuwe jaar, aan de klinische fase beginnen. Dat lijkt ver weg, maar er moet nog heel veel gebeuren. Met name in het productieproces, zodat we dit vaccin in grote hoeveelheden kunnen maken en in kleine flesjes kunnen afleveren.”

null Beeld Hanne van der Woude
Beeld Hanne van der Woude

Van Riet: “Die tijd moeten we ook gebruiken om keuzes te maken. Waar mikken we op met ons vaccin? Richten we ons op een algemeen boostervaccin? Of kijken we meteen wat verschillen zijn tussen bijvoorbeeld leeftijdsgroepen? Hangt ook af van hoelang de huidige vaccins bescherming bieden. Hoeveel virus er over één of twee jaar rondgaat. We kunnen nu wel zeggen hoe ons traject eruitziet, maar dan leggen we ons vast. En blijkt dat volgend jaar niet de goede beslissing te zijn geweest.”

Oosterhoff: “In ieder geval zullen we veel bacterieblaasjes nodig hebben. Voor de toxicologische studies die we nog moeten doen. Voor de klinische onderzoeken. Het spike-eiwit moet worden geproduceerd. Dan nog een aanvullende proefdierstudie.”

Van Riet: “En dan moeten we straks ook nog geschikte populaties vinden. Intussen is bijna iedereen met het virus in aanraking gekomen, of gevaccineerd. Dus hoe toon je dan nog de werkzaamheid van een nieuw vaccin aan? Gelukkig zit daar weer een voordeel van de neusspray: eerder opgewekte antistoffen verdwijnen in de neus het snelst, daardoor zie je goed of de spray een oppepper geeft.”

Oosterhoff: “Het blijft tot het eind toe spannend. Pas als we aan het eind van de veldstudie de resultaten kunnen bekijken, zien we hoe effectief het vaccin is. Dat kan tegenvallen. Kijk maar naar Curevac, een RNA-vaccin. Scoorde nog geen 50 procent. Maar ik zie geen reden waarom ons vaccin niet goed zou werken.”

De kwaliteitsbewakers

“Op een universiteit kunnen ze bij wijze van spreken iets uit de vriezer trekken”, zegt Heleen Kraan. “Als dat goed werkt, hebben ze een mooi resultaat. Wij moeten exact alles van zo’n product weten. Wat zit er in, wat niet? Hoe weet ik dat een nieuwe partij precies hetzelfde is als de oude?”

In een vorige reportage vergeleken procesontwikkelaars van Intravacc hun werk met een appeltaart. Je kunt zo’n taart helemaal zelf bakken, je kunt ook een pak kant-en-klare mix kopen. Op de appels en wat water na zitten alle ingrediënten erin, terwijl op de achterkant van het pak staat beschreven hoe je te werk moet gaan. Zo moet ook Intravacc in een protocol vastleggen hoe het vaccin moet worden geproduceerd. Welke grondstoffen gaan er in, welke technieken worden gebruikt. Iemand aan de andere kant van de wereld moet met dit protocol tot hetzelfde vaccin komen; iets wat met de appeltaart zelden lukt.

De Washer wordt gebruikt om de platen te wassen tussen de verschillende stappen. Dit om (plakkende) eiwitten of antilichamen te verwijderen. Beeld Hanne van der Woude
De Washer wordt gebruikt om de platen te wassen tussen de verschillende stappen. Dit om (plakkende) eiwitten of antilichamen te verwijderen.Beeld Hanne van der Woude

Vervolgens is de vraag: voldoet het vaccin ook aan de eisen? De groep van Kraan moet de technieken ontwikkelen waarmee ze het geproduceerde vaccin kan testen. “En ik moet bewijzen dat deze technieken ook het definitieve antwoord geven.”

De bacterieblaasjes waarmee Intravacc werkt, hebben bijvoorbeeld van nature bepaalde moleculen op hun mantels die koorts opwekken. De productontwikkelaars hebben een techniek ontwikkeld om de moleculen zo te veranderen dat ze veilig zijn. Kraan moet laten zien dat dit ook gebeurt. “Hoe ver moeten we daar in gaan? Soms stuiten we op de grenzen van onze meetapparatuur. Dan zijn er minder onzuiverheden achtergebleven dan we kunnen registreren. Is dat voldoende of moeten we naar gevoeligere instrumenten?”

Er zijn strikte regels waar geneesmiddelen aan moeten voldoen, zegt haar collega Olga Resink. “Die regels zijn voor vaccins nog strenger. Ze worden immers bij gezonde mensen ingespoten. Voor een nieuw vaccin is dat soms lastig. We weten immers niet altijd wat de risico’s kunnen zijn.”

Het totale kwaliteitsprotocol is daarom een combinatie van bestaande procedures, vergelijkingen met eisen die aan andere vaccins zijn gesteld en een goede argumentatie voor de checks bij nieuwe aspecten. Resink: “Uiteindelijk leggen wij ons hele pakket voor aan een instantie als het EMA. Dit is ons vaccin, zo gaan wij het maken en zo controleren wij het hele proces.” En net als bij het productieproces geldt voor de controle dat het protocol door een willekeurig ander lab moet kunnen worden uitgevoerd. Kraan: “Steeds moeten uit alle test dezelfde getallen rollen, binnen een smalle marge. Als dat afwijkt, moeten wij ook laten zien dat wij kunnen achterhalen waar het misging.”

Dit voorjaar werd in een vaccinfabriek in Baltimore het proces stilgelegd. Bij de productie van het Janssen-vaccin waren de ingrediënten vermengd met die van AstraZeneca, dat daar ook werd gemaakt. Hoe kan met al die kwaliteitscontroles zo’n fout zijn gemaakt? De twee vrouwen heffen beiden de armen ten hemel: “On-be-grij-pe-lijk!”

Bacterievaccins

Elke vaccinmaker heeft zijn eigen zogeheten platform, de basis die men goed in de vingers heeft en van waaruit men nieuwe vaccins ontwikkelt. Zo zijn de vaccins van Janssen en AstraZeneca gebouwd op een adenovirus waar de genetische code van een coronavirus-eiwit is toegevoegd.

Intravacc werkt met bacteriën. De blaasjes van de meningokokkenbacterie, om precies te zijn. De blaasjes zijn klein – formaat virus, waardoor ze goed door cellen worden opgenomen –, ze zijn levenloos (ze vermenigvuldigen zich dus niet in het lichaam) maar wekken wel een afweer­reactie op. Nog een voordeel: omdat de blaasjes levenloos zijn, kun je ze in groten getale produceren en in een vriezer bewaren. AstraZeneca moet voor elke nieuwe lading vaccin opnieuw adenovirussen opkweken.

Intravacc heeft met de blaasjes een vaccin tegen meningokokken ontwikkeld. Maar je kunt ook alle bacteriekenmerken strippen en vervangen door eiwitten van het virus. In combinatie wekt het blaasje dan een afweer tegen het coronavirus op.

Het bedrijf is het verst met bacterieblaasjes waaraan de code van het spike-eiwit van het coronavirus is gehangen. Dat gaat begin 2022 zijn klinische testfase in.

Daarnaast werkt men aan een vaccin van blaasjes met peptides, stukjes van het spike-eiwit. Dat wekt geen antistoffen op, maar de afweer leert wel geïnfecteerde cellen te herkennen en op te ruimen. Dat leek een sterk wapen, omdat de peptides snel zijn aan te passen aan een veranderend virus. Maar de peptides hechtten niet goed aan de blaasjes, waardoor deze lijn vertraging opliep.

Lees ook:
Een bacterie als wapen tegen het virus

Met een vaccin dat geen antilichamen opwekt wil Intravacc uit Bilthoven de strijd aangaan met het coronavirus. Trouw volgt het bedrijf bij zijn zoektocht.

Over hele wereld wordt geprikt, maar in Bilthoven werken ze door aan nog een coronavaccin

De vaccinrace lijkt gelopen, maar bij Intravacc in Bilthoven zien ze nog volop kansen. ‘Niemand weet hoe de wereld er over een half jaar voor staat.’

Neusspray uit Bilthoven mengt zich in vaccinwedloop

Een in Nederland ontwikkeld vaccin tegen corona is gereed om op mensen te worden getest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden