Ireen Wust ontvangt haar olympische gouden medaille na het winnen van de 1500 meter tijdens de vierde dag van de Olympische Winterspelen 2022 in Peking.

Wetenschap

Hoe uitzonderlijk is het om op je 35ste de snelste van de wereld te zijn?

Ireen Wust ontvangt haar olympische gouden medaille na het winnen van de 1500 meter tijdens de vierde dag van de Olympische Winterspelen 2022 in Peking.Beeld ANP

Maandag won de 35-jarige schaatsster Ireen Wüst haar zesde gouden medaille op de Spelen. Hoe bijzonder is dat?

Joep Engels

Ireen Wüst schaatste zichzelf deze week naar eenzame olympische hoogte. Met haar twaalf medailles staat ze weliswaar ‘slechts’ 27ste op de ranglijst aller tijden – zwemgrootheid Michael Phelps vergaarde er maar liefst 28, waarvan 23 gouden – maar geen enkele sporter slaagde er tot nu toe in om op vijf achtereenvolgende Winterspelen een individuele afstand te winnen. En dat met haar 35 jaar.

Die leeftijd is ook weer niet zo uitzonderlijk. Afgelopen zomer veroverde de 38-jarige wielrenster Annemiek van Vleuten in Tokio de gouden plak op de olympische tijdrit. Tennisser Roger Federer was 36 toen hij in 2018 de Australian Open won. Toen de Britse roeier Steve Redgrave in 2000 in Sydney voor de vijfde achtereenvolgende keer goud veroverde – telkens in een boot met andere roeiers – was hij 38 jaar. De olympische ranglijst wordt in dit verband nog altijd aangevoerd door de Zweed Oscar Swahn. Hij was in 1912 64 jaar oud toen hij met zijn team won bij het geweerschieten, op het onderdeel ‘lopend hert met één schot’. Acht jaar later won hij op zijn 72ste in Antwerpen overigens nog een keer zilver op het onderdeel dubbelschot, een prestatie die hem nog altijd de oudste medaillewinnaar ooit maakte.

Maar goed, de top van die ranglijst bestaat volledig uit ruiters, (boog)schutters en zeilers, van wie de meesten ook nog eens in de negentiende eeuw zijn geboren. Beperk je de lijst tot de moderne tijd en tot sporten waarin spierkracht, souplesse en uithoudingsvermogen een grote rol spelen, dan zijn veertigplussers een zeldzaamheid. En voert Wüst de lijst bij het schaatsen aan.

Ze leverde maandag hoe dan ook een buitengewone prestatie, zeggen geraadpleegde bewegingswetenschappers. Maar hoe uitzonderlijk het is om op je 35ste de snelste van de wereld te zijn, is moeilijk te zeggen.

“Wij meten hoe mensen in het algemeen veranderen als ze ouder worden”, zegt Jos de Koning van de Vrije Universiteit. “De aftakeling zet vanaf je twintigste levensjaar in, maar valt in het begin nog mee. Na je veertigste gaat het hard. In algemene zin dus, het is link om die data te vertalen naar één persoon die opmerkelijk presteert.”

Opbouw van de spieren

De vraag is volgens De Koning: waardoor wordt het minder? Het heeft in de eerste plaats te maken met de samenstelling van het lichaam, met de opbouw van de spieren. “Daar kun je aan werken. Als je voldoende traint, houd je je lichaam op orde en kun je op niveau blijven presteren.”

Maar met het klimmen der jaren wordt dat trainen lastiger. De Koning: “Met een training dwing je het lichaam zich aan te passen en bijvoorbeeld spiermassa op te bouwen. Maar daarbij heb je de hulp nodig van hormonen. Groeihormonen en anabolen. De productie daarvan neemt met de leeftijd af. Een veertiger moet daardoor veel harder trainen dan een twintiger om hetzelfde resultaat te bereiken.”

Die spieren hebben ook zuurstof en energie nodig. Bloed. Het hart moet pompen als het lichaam in actie komt en ook dat wordt minder. Een vuistregel zegt dat het hart maximaal 220 slagen per minuut kan maken, minus de leeftijd. Een veertigjarige zit volgens die regel nog maar op een maximum van 180. “Over het algemeen neemt de zuurstofopname vanaf je 25ste af, maar nogmaals, zo hoeft het niet te gaan. Als je actief blijft, kun je de afname van de pompfunctie van het hart vertragen.”

Doosje eieren

Daarnaast is het van belang heel te blijven. Overmatige trainingen en blessures kunnen de aftakeling versnellen. Een blessure laat vaak wat bindweefsel achter in de spieren waardoor die minder soepel worden en minder vermogen kunnen leveren. Een soepel lijf is bij een technische sport als het schaatsen van groot belang. “Kijk naar Sven Kramer. Die is, door zijn rugproblemen, steeds minder diep gaan schaatsen. Dat is slecht voor zijn afzet, en het bezorgt hem veel luchtweerstand. Ireen daarentegen zit nog altijd heel diep. Je kunt op haar rug een doosje eieren zetten. Dat brengt ze ongeschonden naar de finish.”

Ouder worden heeft ook een positieve kant, zegt hij. “Je krijgt het spelletje steeds beter door. Als je je spieren enigszins op niveau houdt, kun je leren efficiënter te bewegen. Daarmee compenseer je het lichte verlies in vermogen en kun je soms zelfs nog beter presteren.”

Als er een ‘spelletje’ is dat je echt moet leren, dan is het wel de 1500 meter bij het schaatsen. Inge Stoter van het Innovatielab Thialf is er zelfs op gepromoveerd. “De 1500 meter is superzwaar. Net als bij de 800 meter in de atletiek, ook zo’n afstand waar toppers twee minuten over doen, moet je je energiesystemen optimaal benutten. Met name het anaerobe systeem, waarbij je geen zuurstof verbruikt, moet je volledig opgebruiken. Je moet er zo min mogelijk van overhouden, maar je mag wel pas op de meet kapot gaan.”

Op de 500 meter ga je er met dat anaerobe systeem zo hard mogelijk in. De finish haal je wel. Ook op de 1000 kan een schaatser daar sterk op vertrouwen, al zie je vaak dat de tank honderd meter voor de finish leeg is. Stoter: “Maar dan glijd je nog wel door naar de eindstreep. Op de 1500 moet je dan nog meer dan een ronde en kun je je die verzuring in je benen niet permitteren.”

Verzuren

In een perfecte 1500 zit een schaatser volgens haar zo snel mogelijk op zijn of haar maximale snelheid. “Daarvoor gebruik je het anaerobe systeem. Na een seconde of zeven schakelt het lichaam het aerobe systeem bij. Het hart gaat harder pompen en voert extra zuurstof aan. Maar door dat anaerobe systeem verzuren de benen toch. De kunst is om dat lang uit te stellen. De tweede volle ronde mag niet te veel verval hebben.”

Voor een schaatser die aan de start staat, is de grote vraag: op welke maximumsnelheid moet ik afkoersen? Stoter: “Gegeven de omstandigheden. Dus: hoe fit voel ik me? Wat is de kwaliteit van het ijs? Wat is de luchtdruk? Als het zwaar ijs is, moet je een paar seconden bij je richttijd optellen. Dat is ook een kwestie van ervaring en die heeft Wüst. Ze heeft haar concurrentie maandag verslagen met haar goede tweede en derde ronde. Ze weet hoe ze haar race moet indelen. En vervolgens gaat ze er dan voor. Ze is niet bang kapot te gaan.”

Wüst heeft zo veel ervaring, beaamt Marije Elferink-Gemser, als bewegingswetenschapper verbonden aan het UMC Groningen. “Ze weet wat ze kan, wat haar lichaam kan. Ze weet wat ze moet doen en laat zich nauwelijks door anderen of omstandigheden beïnvloeden. Dat is een voordeel als je ouder bent.”

Ze kent Wüst niet persoonlijk, maar durft toch wel te zeggen dat de schaatsster voortdurend bezig is zichzelf te verbeteren. Dat heeft ze in haar eigen onderzoek gezien bij talenten die de top halen en daar weten te blijven. “Deze atleten zijn heel goed in zelfregulatie. Ze kunnen goed plannen en evalueren, ze weten heel goed wat ze moeten doen om aan de top te blijven. Ik heb het zelf gezien bij Epke Zonderland. Elke training stond bij hem in het teken van zichzelf verbeteren. Ik ben ervan overtuigd dat Ireen die drive ook heeft.”

Precies, zegt Stoter. “De schaatser Ireen Wüst verbetert zichzelf voortdurend. Ze reed maandag een olympisch record. Ze was dus sneller dan ooit, op al die vier Spelen hiervoor. En dat op een laaglandbaan.”

Het onvermijdelijke verval

Een gouden medaille op de Spelen is voor de meeste veertigplussers niet meer weggelegd. Dat neemt niet weg dat tal van senioren aan competities deelnemen en wereldrecords (in hun leeftijdsklasse) vestigen. Zie bijvoorbeeld speedskatingresults.com, waarop te zien is dat de Nederlandse Thea Kroontje (1944) houdster is van alle schaatsrecords in de categorie 75-plus.

De Amerikaanse econoom Ray Fair concludeerde in 2007 op basis van dit soort statistieken dat de prestaties vanaf het 35ste levensjaar achteruitgaan. Eerst lineair, met vijf à tien procent per decennium, terwijl het na de 70ste verjaardag extra hard gaat (kwadratisch). Australische onderzoekers zagen een paar jaar later hoe het per sport kon verschillen. Roeiers hielden het best hun niveau vast, gevolgd door hardlopers en zwemmers, terwijl gewichtheffers hun vermogen het snelst zagen slinken.

Lees ook:

Kampioenenmaker Jac Orie: ‘Ik zie het als een groot experiment’

Vijf Olympische Spelen achter elkaar behaalde hij met een van zijn pupillen een gouden medaille. Hoe doet hij dat? Een portret van een schaatscoach, maar vooral van een wetenschapper.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden