Zoönose

Het virus houdt zich schuil in het beest

Beeld Fadi Nadrous

Het nieuwe coronavirus is een zoönose, het sprong over van een dier, vermoedelijk een vleermuis. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt, en zeker ook niet de laatste. De meeste nieuwe infecties komen van een dier.

Ze hadden het kunnen weten. Sterker nog, ze wisten het, schreef David Quammen onlangs in The New York Times. Sinds 2005 onderzocht een groep virologen uit Wuhan de wandelgangen van coronavirussen in China. De Sars-epidemie van een paar jaar eerder had duidelijk gemaakt dat deze virussen konden overspringen van dier naar mens en zo een gevaarlijke epidemie konden veroorzaken. De civetkat was als bron aangeduid, maar wetenschappers begrepen snel dat dit dier niet meer dan een doorgeefluik was geweest. Genetische sporen wezen naar de echte bron: het Sars-virus had zich weten te handhaven, vermeerderen en verspreiden binnen een vleermuizensoort.

De Chinese virologen zochten het land af en speurden in uitwerpselen van vleermuizen naar coronavirussen. In een grot in Yunnan – een provincie in Zuid-China, 1500 kilometer van Wuhan – vonden ze een variant, die vier soorten vleermuizen bij zich bleken te dragen. Het genoom van dit virus was, blijkt nu, voor 96 procent identiek aan het wuhanvirus. Daar bleef het niet bij, vertelde wetenschapsjournalist Quammen. Van de mensen die in de buurt van de grot woonden, had drie procent antistoffen tegen dit virus in het bloed. Voordat het virus in Wuhan zijn grote doorbraak beleefde, had het dus al vele kleine sprongetjes gewaagd. Quammen: “Als je je niet meer druk kunt maken over deze epidemie, maak je dan maar vast zorgen over de volgende.”

Dat de virologen bij de vleermuis uitkwamen, is niet verwonderlijk. Het dier heeft een kwalijke reputatie als het gaat om de verspreiding van virussen. Ebola en het daarmee verwante marburgvirus. Sars en Mers, een coronavirus dat in 2013 woedde. Nipah en Hendra, twee virussen die in Azië en Australië rondwaren. Hondsdolheid. Voor al deze virussen zijn vleermuizen de bron geweest. Eén vleermuis draagt soms meerdere ziekteverwekkers bij zich.

Elk virus zijn eigen vleermuis

Er zijn ook héél véél vleermuizen, zegt Wim van der Poel, hoogleraar virologie van Wageningen Research. Er zijn 1200 soorten en het gaat om grote aantallen: een kwart van alle zoogdieren is een vleermuis. “Elk virus of ander pathogeen (ziekteverwekker, red.) heeft vaak zijn eigen vleermuis. En het is ook niet zo dat één vleermuis lange tijd drager is van één virus. Het is meer dat een groep vleermuizen, een populatie, als reservoir dient voor een aantal virussen.”

Niettemin, de rol van de vleermuis is opmerkelijk. “Er is in de wetenschap veel debat over de vraag waarom ze ­zoveel virussen bij zich dragen. Hun leeftijd heeft ermee te maken. Ze worden, voor zo’n klein beestje, heel oud. Tot gemiddeld veertig jaar. Ze hebben dus veel tijd om virussen op te lopen.” Bovendien heeft de evolutie voor de vleermuis een bijzondere keuze gemaakt. Het vliegen kost zo veel energie, dat het ooit kennelijk gunstiger leek om het afweersysteem op een laag pitje te zetten. Van der Poel: “Ze tolereren virussen. De virussen zitten in hun lijf, ze bestrijden ze niet, maar ze worden er ook niet ziek van.”

Maar vleermuizen zijn niet de enige dieren die biologen of artsen in de gaten moeten houden als ze een epidemie voor willen zijn. Van alle nieuwe infecties die de mens treffen, stamt 70 procent van dieren – de rest zijn ziekteverwekkers die al in de mens circuleren, maar een mutatie hebben ondergaan. Sinds 1940 zijn er ongeveer 350 keer infecties van dieren op mensen overgesprongen. Vaak ging het om een virus of bacterie. Maar het kunnen ook parasieten zijn, wormen of schimmels. En ze huizen ook in ratten (pest), vogels (influenza), varkens (ook influenza), honden en vossen (rabies) of wilde zwijnen (Afrikaanse varkenspest). Een aparte categorie vormen nog de infecties die door insecten worden overgebracht, zoals de mug (malaria, dengue, zika) of de teek (ziekte van Lyme). 

De rol van de vleermuis in de verspreiding van virussen is opmerkelijk: maar ze worden relatief oud; tolereren virussen omdat ze veel energie kwijt zijn aan vliegen; en een kwart van de zoogdieren is een vleermuis. Beeld TR Beeld

Dodelijk materiaal

Wie de literatuur bestudeert over deze dierlijke infecties – zoönoses in jargon – slaat de schrik om het hart. De lijst is lang en er zit veel dodelijk materiaal tussen. Die wereldwijde epidemie lijkt slechts een kwestie van tijd.

Dat gevaar wil Van der Poel, wiens specialisme juist deze zoönoses is, wat nuanceren. “Voor zo’n pandemie is het nodig dat mensen elkaar besmetten. Die sprong hebben veel pathogenen niet gemaakt. Het Hendravirus is nog niet van mens naar mens gegaan. Of, om in eigen land te blijven: Q-koorts. Mensen kunnen er ziek van worden als ze door een geit zijn besmet of stof uit de stal hebben ingeademd. Maar ze infecteren elkaar niet. Ik weet het exacte percentage niet, maar die mens-op-mens-besmetting is slechts een fractie van de zoönoses gelukt.”

En ook van die fractie is een grote groep niet in staat zich op uitgebreide schaal te verspreiden. Van der Poel: “Vaak kennen we de symptomen en kunnen we de patiënt snel isoleren en behandelen. Neem hondsdolheid. Overdracht van mens op mens werd vroeger wel als een risico gezien. Tegenwoordig niet meer, omdat we het verloop van de ziekte nu goed kennen. Zelfs ebola, dat toch zeer besmettelijk is, heeft in Europa of de Verenigde Staten nooit tot secundaire besmettingen geleid. Ook omdat het virus zich via bloed of ontlasting verspreidt. Het is met goede hygiëne en voorzorgsmaatregelen te beteugelen.”

Visverkopers op de markt in Wuhan waar begin januari het nieuwe coronavirus werd ontdekt. Beeld AFP

Voor een pandemie heb je een ziekteverwekker nodig die gemakkelijk van mens op mens overspringt, liefst een beetje onopgemerkt. “Dan kom je uit bij de virussen die zich via de luchtwegen verspreiden. Influenza, vogel- of varkensgriep dus. Of eentje uit de groep van de coronavirussen.”

Een epidemie kent vele sluiproutes

Hoewel, dat is misschien wat te stellig geformuleerd. Een epidemie kent vele sluiproutes. Zo zijn er de voedselinfecties van het norovirus of de E.coli-bacterie. Of de eerder genoemde ziektekiemen die door muggen of andere insecten worden doorgegeven. Bij malaria of zika is de mens zelf veelal het reservoir en bepaalt het leefgebied van de mug de verspreidingskansen van de ziekte. En dan is er natuurlijk nog aids. Het virus is niet eens zo besmettelijk, maar omdat de ziekte zich pas laat openbaart (en het ziektebeeld lange tijd onbekend was), kon het zich toch wereldwijd verspreiden.

Als het om de dreiging van een nieuwe zoönose gaat, kan Van der Poel uitweiden over de drukke Aziatische markten waar de meest exotische dieren worden verhandeld, vaak ter plekke geslacht. “Na de uitbraken van vogelgriep in Hongkong zijn dergelijke markten daar gesloten. Dat zou nu ook in China zelf moeten gebeuren.”

Maar het belangrijkste wapen tegen een pandemie is volgens hem alertheid. “Artsen, dierenartsen, maar ook veehouders moeten een open blik hebben. In 2006 werd in Nederland blauwtong vastgesteld. Dat was hier nog niet eerder voorgekomen. Het is aan een oplettende dierenarts te danken dat die diag­nose snel is gesteld. Dat gaf veel winst bij de controle van de ziekte.”

Hoe anders lijkt dat nu in China te gaan. Twee weken geleden overleed Li Wenliang, de 34-jarige arts uit Wuhan die eind december al aan de bel trok vanwege de onbekende besmettelijke ziekte en die het zwijgen werd opgelegd. Kom nu niet met het vermanende vingertje, waarschuwt Van der Poel. ‘In 2003 heerste in Nederland vogelgriep. H7N7, een variant die alleen voor dieren besmettelijk leek. Artsen constateerden dat mensen die in nauw contact met besmette kippen waren geweest, ziek konden worden. Met name hun oogontstekingen vielen op. Waarschuwingen werden aanvankelijk niet serieus genomen. 89 mensen werden ziek, een 57-jarige veearts overleed.”

Beroemde zoönoses

Pest Het is vooral de zwarte rat die als reservoir dient voor de pestbacterie (Yersinia pestis). Mensen worden via direct contact besmet of door de vlooien die de rat bij zich draagt. De ziekte decimeerde in de Middeleeuwen de (Europese) bevolking en is nog altijd niet helemaal uitgeroeid.

Pokken De grootste moordenaar ooit. Over de gehele geschiedenis is één op de tien mensen eraan overleden. Door een vaccinatiecampagne in 1980 (als enige ziekte) uitgeroeid. Het pokkenvirus sprong vermoedelijk drie- à vierduizend jaar geleden in Afrika over van kamelen, wellicht met runderen als tussenstap.

Malaria Wordt veroorzaakt door een parasiet die door muggen wordt overgedragen. De parasiet is vermoedelijk ooit overgesprongen van gorilla’s naar de mens, die nu zelf het reservoir is. De malariamug (Anopheles) komt in Nederland wel voor, maar de parasiet is hier uitgeroeid.

Tuberculose De bacterie sprong vermoedelijk ooit over van runderen. Was een eeuw geleden een levensbedreigende ziekte waar nauwelijks een remedie tegen bestond. Goed te behandelen met antibiotica. Komt met name in China en India nog voor. Daar zijn ook (bijna) resistente varianten.

Gekkekoeienziekte Wordt veroorzaakt door een prion, een misvormd eiwit. Sprong in de jaren negentig over van schapen naar koeien via voer met gemalen beendermeel. Sprong daarna over op de mens (Creutzfeldt-Jakob).

Mexicaanse griep Werd in 2009 ontdekt. Omdat het een variant was (ontstaan in varkens) van het influenzavirus A H1N1, dat in 1918 de Spaanse griep had veroorzaakt – met 50 tot 100 miljoen doden tot gevolg, was de angst voor een pandemie groot. Het virus verspreidde zich wel over de wereld, maar de grote sterfte bleef uit.

Ebola Dook voor het eerst in 1976 op. Vleermuizen vormen het dierlijk reservoir maar het virus verspreidt zich ook via bushmeat. Enorm besmettelijk en dodelijk; de helft overlijdt.

Aids Het humane immunodeficiëntievirus (hiv) heeft zich sinds 1980 wereldwijd verspreid. De bron was waarschijnlijk een aap in West-Afrika. Inmiddels meer dan 25 miljoen doden wereldwijd.

Lees ook:

Dit is wat we nu weten over het nieuwe coronavirus

Hoe besmettelijk is het wuhanvirus en waarom sprak de WHO eerst niet en toen wel van een mondiale noodsituatie?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden