Gedragseconomie

Het geheugen als financieel risico: varen op je geheugen kan je al snel veel geld kosten

De beursvloer van de Amsterdamse beurs op de eerste beursdag van 2018. Beeld ANP
De beursvloer van de Amsterdamse beurs op de eerste beursdag van 2018.Beeld ANP

Resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. En wat mensen zich herinneren van die resultaten al helemaal niet. Hun geheugen is een financieel risico.

Willem Schoonen

Je krijgt een zak geld en de keuze te investeren in een aandelenfonds óf het geld op een spaarrekening te zetten. De spaarrekening is risicovrij, het aandeel kan winst opleveren of verlies. Vervolgens krijg je informatie over de rendementsontwikkeling van het aandeel, en nogmaals een keuze: extra investeren of niet?

Klinkt als een simpel spel dat je niet kunt verliezen. En toch gaan veel mensen hier de mist is. Peiran Jiao, econoom aan de Universiteit Maastricht, toonde het aan, samen met zijn Maastrichtse collega’s Paul Smeets en Katrin Gödker.

Stijgen of dalen

Wat de mens hier parten speelt is zijn geheugen, zegt Jiao. “Nadat proefpersonen de keuze hadden gemaakt tussen investeren of sparen, konden wij de ontwikkeling van het aandeel variëren. Het gekochte aandeel kon goed zijn of slecht. Goed betekende dat het aandeel een kans had van 60 procent om in waarde te stijgen en een kans van 40 procent om te dalen. Bij een slecht aandeel lag dat andersom. We hebben in een reeks experimenten mensen verschillende koersontwikkeling laten zien, en ze na een week gevraagd wat ze zich daarvan herinnerden.”

Dat leverde een opmerkelijk verschil op, zegt Jiao: “Mensen die hun geld op een spaarrekening hadden gezet, konden de informatie over de koersontwikkeling van het aandeel, dat zij dus níet hadden gekocht, precies reproduceren. Hun geheugen was perfect. Bij mensen die het aandeel hadden gekocht, was dat anders: zij hadden koersstijgingen heel goed onthouden, en koersdalingen veel minder goed.”

Het geheugen overschat positieve ontwikkeling en onderschat negatieve. Als je dat weet – want zó verrassend is het ook weer niet – dan zou je dat met de informatie die je krijgt kunnen corrigeren. Maar dat doen mensen vaak niet, zag Jiao: “De proefpersonen die het aandeel hadden gekocht lieten zich bij hun beslissing over een vervolgaankoop leiden door hun gekleurde geheugen. Ze kochten aandelen bij, ook wanneer de koersontwikkeling helemaal niet goed was, en zelfs wanneer wij tussentijds de rente op de spaarrekening verhoogden.”

Een positief zelfbeeld

Op basis van een scheef geheugen komen mensen tot beslissingen die hun economisch doel, geld verdienen, duidelijk niet dienen. Dat komt, zegt Jiao, doordat mensen graag een positief beeld van zichzelf hebben. In dit experiment willen ze zich bevestigd zien in hun keuze voor koop van het aandeel.

Het is voor het eerst dat dit effect is aangetoond in een experiment. Het is nieuws voor de economische wetenschap. Omdat, zegt Jiao, hier nog heel weinig onderzoek naar gedaan is. De klassieke economie ziet de mens als een volmaakt rationeel wezen dat de informatie die het krijgt volledig benut. De gedragseconomie, die sinds enkele decennia in ontwikkeling is, weet wel beter. Zo perfect rationeel is de mens niet, en zijn economische beslissingen worden door allerlei psychische en sociale – níet-economische – factoren beïnvloed.

Jiao: “De gedragseconomie kijkt naar biases, vertekeningen, in het gedrag van investeerders. Maar ook voor die wetenschap is het effect dat we hebben aangetoond nieuw. In veel onderzoek is gekeken naar de visie die investeerders hebben op de toekomst en die bepalend is voor hun beslissingen. En dan wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe die kijk op de toekomst verandert als investeerders nieuwe informatie krijgen. Maar dan nog wordt er vaak van uitgegaan dat die informatie volledig wordt benut.”

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Jiao: “Mensen blijken informatie die ze krijgen niet volledig te benutten. Op zich is dat niets nieuws. Het geheugen is gebrekkig en gekleurd. En dat kan ruis geven in economische beslissingen die mensen vervolgens nemen. En als het alleen maar ruis is, is het niet interessant, want over de markt als geheel, met enorme aantallen mensen, middelt ruis zich uit. De vertekeningen die mensen met hun geheugen aanbrengen worden voor ons pas interessant als ze systematisch zijn – dus in één richting werken – en persistent. Het onderhouden van een positief zelfbeeld zorgt voor zo’n systematische en persistente vertekening, namelijk zelfoverschatting.”

Nog een mechanisme

Dit hoeft niet het enige mechanisme te zijn waarmee het geheugen de investeerder de mist in stuurt. Een ploeg Amerikaanse en Europese wetenschappers publiceerde twee jaar geleden de resultaten van een experiment dat liet zien hoe representativiteit het denken van de investeerder beïnvloedt. Representatief betekent in dit geval hoe tekenend iets is.

Voorbeeld: je geeft mensen een beschrijving van een introverte man en een lijst met beroepen, en je vraagt ze de beroepen in volgorde van waarschijnlijkheid te zetten. Dan blijkt dat mensen ‘introvert’ eerder koppelen aan ‘bibliothecaris’ dan aan ‘bouwvakker’. Hoewel de kans dat de beschreven man bouwvakker is groter is, want er zijn veel meer bouwvakkers dan bibliothecarissen, en dus ook meer introvérte bouwvakkers.

Introvert is door allerlei factoren gekoppeld geraakt aan bibliothecaris, terwijl er in het geheugen heel veel bouwvakkers rondlopen die juist níet introvert zijn. Deze onderzoekers geven nog een voorbeeld: als je mensen vraagt naar waarschijnlijke eigenschappen van een Hollywoodster, komt ‘is vier keer gescheiden’ eerder in hun hoofd op dan ‘stemt Democraten’, terwijl Democratenstemmers in werkelijkheid toch echt talrijker zijn, ook in Hollywood.

Experiment laat het zien

In hun experiment lieten de onderzoekers proefpersonen op een scherm cijfers zien, na elkaar in willekeurige volgorde, 15 blauwe cijfers, 10 rode cijfers. Proefpersonen kregen daarna de vraag: we trekken nu uit de getoonde verzameling een willekeurig getal, welke kleur zal dat hebben?

Om het ingewikkelder te maken – en de hypothese te onderzoeken – lieten ze tussen de cijfers door ook andere symbolen passeren. Als die symbolen grijze vormen waren, werden proefpersonen er niet door beïnvloed en gaven het juiste antwoord: blauw is de meest waarschijnlijke kleur. Maar in een tweede versie waren die tussenliggende symbolen blauwe woorden. En nu werden de proefpersonen wel beïnvloed: ze voorspelden dat het te trekken getal rood zou zijn.

Het is een opmerkelijk effect: de blauwe woorden zorgen ervoor dat de kleur rood representatief wordt voor getallen. Als je in plaats van blauwe woorden rode woorden gebruikt, gebeurt het omgekeerde en gaan mensen aan getallen de kleur blauw koppelen.

Ook dit is een vorm van selectief en vertekend geheugen die de investeerder de verkeerde kant op kan sturen. Jiao: “Die twee mechanismen sluiten elkaar niet uit. Ze kunnen zelfs gerelateerd zijn. Bij het nemen van beslissingen moeten investeerders verbanden uit het verleden terughalen en beoordelen of die overeenkomen met de situatie waar ze nu voor staan. En daarbij geven ze bepaalde herinneringen meer aandacht dan andere, en kunnen dan tot de verkeerde beslissing komen.”

Veldstudie bij fondsbeheerders

Een verband tussen deze, en misschien nog andere, mechanismen kan aan het licht komen in onderzoek dat Jiao nu gaat doen met enkele promovendi. De econoom heeft van onderzoeksfinancier NWO subsidie gekregen om de komende vijf jaar zelfoverschatting bij investeerders verder te onderzoeken. Het wordt een combinatie van theorie, labexperimenten en veldwerk, vertelt hij. “Hoe het streven naar een positief zelfbeeld geheugen en beslissingen beïnvloedt gaan we verder theoretisch onderbouwen, en testen in labexperimenten. En we hebben contact met een investeringsfonds waar we kunnen meten hoe dit leidt tot zelfoverschatting bij fondsbeheerders.”

Ai, dat gaan die fondsbeheerders niet leuk vinden.

Jiao: “O nee, dat gaan ze juist heel leuk vinden, en nuttig. Want we willen instrumenten ontwikkelen om dit effect te corrigeren. Die instrumenten gaan het rendement en de kwaliteit van het fonds verbeteren, ook in de ogen van klanten die er hun geld in steken.”

Wat voor instrumenten?

“Je kunt denken aan de manier waarop informatie aan de fondsbeheerder wordt gepresenteerd. Je zou negatieve ontwikkelingen in zijn portefeuille nadrukkelijker kunnen laten zien, om te voorkomen dat zijn geheugen die onderschat. Maar we gaan in de labexperimenten nog wel meer manieren vinden.”

Wat doet de coronacrisis met homo economicus?

De van oorsprong Chinese Peiran Jiao studeerde in de VS en Groot-Brittannië en werkte aan de Universiteit van Oxford, voor hij vier jaar geleden naar Maastricht kwam, waar hij nu Associate Professor of Finance is. Jiao is nog altijd als fellow verbonden aan Oxford. En samen met een collega daar, Raymond Duch, heeft hij zich nu gestort op de vraag wat de corona-epidemie doet met economisch gedrag van de mens.

Daartoe hebben ze enkele duizenden online vragenlijsten uitgezet in drie landen: China, Italië en Chili, in de eerste fase van de pandemie, april vorig jaar. Covid is een schok die zonder meer invloed heeft gehad op het economisch gedrag van mensen. De ordegrootte van het effect is vergelijkbaar met dat van de Grote Depressie van een eeuw geleden, zagen Jiao en Duch. Over de hele linie zijn mensen risico’s gaan mijden, hebben een afwachtende houding aangenomen, en hebben meer oog gekregen voor de eigen economische belangen dan voor die van anderen; altruïsme heeft geleden onder de pandemie.

Omdat corona niet overal even hard heeft toegeslagen hebben de onderzoekers de uitkomsten van hun vragenlijsten gerelateerd aan de infectiegraad, gedetailleerd tot op regionaal niveau. Je ziet een duidelijke relatie tussen infectiegraad ter plekke en economische schok; hoe hoger het aantal infecties in de populatie, hoe groter de verandering in economisch gedrag.

Lokale informatie

Dat is niet erg verrassend. Maar het effect blijkt bij lageropgeleiden veel sterker te zijn dan bij hogeropgeleiden. Dat kan, zeggen de onderzoekers, te maken hebben met de verschillen in hun informatiestromen. Lageropgeleiden laten zich meer leiden door wat ze om zich heen zien gebeuren, hogeropgeleiden halen meer informatie uit andere delen van het land en de wereld.

Het is een bruikbaar gegeven, zeggen de onderzoekers: in een epidemie kan lokale informatie gedragsverandering geven bij mensen die langs traditionele wegen (krant, informatiecampagne) moeilijk te bereiken zijn.

De onderzoekers zijn nu bezig met een tweede ronde vragenlijsten in dezelfde drie landen. Jiao: “We willen zien of de effecten op economisch gedrag aanhouden. Er zijn heel veel studies gepubliceerd over de effecten van de corona-epidemie op het gedrag van mensen. Maar het zijn allemaal momentopnamen. We willen onderzoeken of de effecten die we in de eerste ronde hebben gezien, blijvend zijn.”

Lees ook:

Hoe rationeel is de mens?

Kijkend naar de toekomst moet je je niet laten misleiden door het verleden, roept de econoom. Maar niemand luistert. Of toch?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden