Daan van Eijk en Jan Beuving.

Wetenschap Jan en Daan

Helaas: dit is onze allerlaatste vraag- en antwoordcolumn

Dag Jan,

Dit is niet alleen onze laatste column voor de zomerstop, maar ook onze laatste column samen. Drie jaar lang schreven we elkaar hier elke twee weken brieven met een (soms wat meer, soms wat minder) wetenschappelijke vraag en antwoord.

In onze vorige briefwisseling vertelde ik je al over mijn nieuwe baan als onderzoeker op Nikhef, het Nationaal instituut voor subatomaire fysica in Amsterdam. Ik zal daar voornamelijk werken aan de bouw, operatie en data-analyse van het Europese KM3NeT-experiment: een deeltjesdetector van één kubieke kilometer groot op de bodem van de Middellandse Zee. Met deze detector onderzoeken we de eigenschappen van een bepaald soort fundamenteel deeltje: het neutrino. Door naar neutrino’s met verschillende energieën te kijken, hopen we niet alleen meer te leren over deeltjesfysica, maar ook over de astrofysica van extreem energetische gebeurtenissen in ons heelal zoals zware sterren die uit elkaar klappen aan het eind van hun leven of botsende zwarte gaten. Je begrijpt het: er is werk aan de winkel, en daar wil ik me de komende tijd volledig op richten.

Dat ik daarom onze columns moet opgeven, is jammer. Ik zocht net op mijn computer in het documentje ‘potentiële vragen aan Jan’, en daar staan nog allerlei ideeën in: een vraag over de wiskunde van handen schudden op feestjes. Een vraag over Russell en zijn theepot. Of een vraag over een bloedserieus (want gepubliceerd in Nature) maar onzinnig klinkend onderzoek naar het verband tussen de gevoeligheid van je reukorgaan en de grootte van je sociale netwerk.

En – heel actueel, precies vijftig jaar na dato – hoe is het mogelijk dat de Apollo’s zijn geland op de maan met behulp van computers die minder geheugen hadden dan een Commodore 64? Helaas moet ik nu zelf maar een antwoord zien te vinden op dat soort vragen.

Gelukkig voor de lezer blijf jij na de zomer op deze plek schrijven, maar dan alleen. Voor nu: bedankt voor al je vragen en antwoorden, een fijne zomer en ik kijk ernaar uit je te lezen!

Daan!

Ik weet nog dat we aan elkaar voorgesteld werden. Ik had een jaaroverzicht gezongen op de facultaire kerstborrel, en daarbij zelf piano gespeeld. ‘Je teksten zijn wel aardig’, zei Floris, ‘maar je moet iemand anders muziek laten maken. Daan bijvoorbeeld.’

Die kennismaking heeft ons op veel plekken gebracht. Via de natuurkundekantine kwamen we – zonder dat we vaker dan tien keer samen hadden opgetreden – in de finale van het Leids Cabaret Festival. We speelden overal: schouwburgen, zaaltjes met systeemplafonds en restaurants. Toen het gezamenlijk optreden stopte, streken we neer in deze krant.

Wat we denk ik delen is de verwondering over deze wereld, en de drang om haar te begrijpen. Het is altijd zo geweest dat jij meer talent had om die vraag wetenschappelijk aan te vliegen. De wetenschap fascineert mij, maar ik word afgeleid door mijn wegdromende karakter. (Een deeltjesdetector van een kubieke kilometer op de zeebodem, hoeveel stijgt de zeespiegel eigenlijk doordat het water niet op die plek kan zijn?)

Bovendien: ik zoek meestal de fictie op die de non-fictie beschouwt. In een roman vind ik vaak meer waarheid dan in wetenschappelijke literatuur. Dat zit in de aard van de wiskunde, denk ik. Wiskunde bestaat niet, maar het is toch waar. De natuurkunde gebruikt de wiskunde om de wereld te benaderen. Ik gebruik de taal om de wiskundige patronen die ik zie te beschrijven. Ik reken op de wiskunde, maar ik adem in de taal. Ik schud ook wel handen op een feestje, maar je kunt op je vingers natellen dat als na een paar biertjes het eind van de avond op handen is, je het wel kunt schudden met je berekeningen.

In het wiskundige vakgebied van de topologie bestaat het begrip ‘wegsamenhangendheid’. Een verzameling is wegsamenhangend als je tussen elke twee punten A en B in die verzameling altijd een pad kunt tekenen dat helemaal in de verzameling ligt. Volgens mij is de aarde wegsamenhangend. Onze wegen scheiden vanaf hier, maar de samenhang is niet weg: er is altijd weer een pad tussen ons te tekenen. Dankjewel voor alle geboden richting! Blijf zoeken, blijf vragen – dan komen we elkaar vanzelf weer tegen.

Wetenschapper Daan van Eijk en cabaretier Jan Beuving stellen elkaar prangende vragen en voorzien die van snedige antwoorden. Dit was hun laatste column. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden