BoekrecensieWetenschap

Harold McGee schrijft opnieuw grondig en goed leesbaar boek over het nut van okselgeur

null Beeld
Beeld

Grondig en opnieuw goed leesbaar boek van de Amerikaanse auteur Harold McGee over geuren.

De Amerikaanse auteur Harold McGee werd wereldberoemd met zijn boek Over Eten en Koken. Deze ruim 600 pagina’s tellende pil over de chemie en de geschiedenis van koken en eten stamt oorspronkelijk uit 1984. In 2004 werd het opnieuw uitgegeven. Door de jaren heen is dit encyclopedische boek echt een standaardwerk geworden. Het werd in veel keukens zo onmisbaar dat De Volkskrant er in 2004 over schreef: ‘Een keukenboekenplank zonder McGees kookboek is als een autobus zonder wielen.’

Nu, zeven jaar later, is er een haast even dik boek over geuren. Weer een overzichtswerk van een gedreven man die zich jarenlang op zijn onderwerp heeft gestort. Zal dit even onmisbaar/populair worden als Over Eten en Koken? Tussen beide werken zijn in elk geval genoeg parallellen te trekken. Zo is er naast de omvang, die ook dit keer weer de grondigheid van McGee’s onderzoek weergeeft, een heldere opzet. Zoals McGee schrijft in de inleiding, is zijn boek op twee manieren te gebruiken. Al bladerend, gericht op zoek naar een specifiek onderwerp, of systematisch lezend. Ook is De geuren van de wereld op een even prettige manier geschreven. McGee’s stijl is te typeren als fris, gedegen en toch ook spits. Hij verstaat de kunst om ingewikkelde processen, zoals de scheikunde die in beide boeken een flinke rol speelt, begrijpelijk te maken. Veel stukken uit het boek zijn verhalend en anekdotisch (van opzet) maar hij weidt nooit onnodig uit. Daarbij is McGee duidelijk heel enthousiast over alles dat hij ontdekt en dat spat van de pagina’s af.

Dat dit boek (toch) mogelijk wat minder lezers zal trekken, zal vooral liggen aan het onderwerp zelf. In Over Koken en Eten was er bij ieder (besproken) voedingsmiddel een vertaalslag te maken naar ons bord. Naar wat we zo graag en dagelijks doen: eten. In De geuren van de wereld is dat net anders. Hierin worden ook onderwerpen behandeld die niet voor iedereen (even) dichtbij huis zullen zijn. Zoals: de geur van schimmels, of hoe het in het heelal moet ruiken.

Osmokosmos

McGee’s bespreking van de precieze opbouw en werking van de vrijkomende (vluchtige) moleculen die deze geuren bepalen, kan dan wat abstract blijven. Daarom is er voor dit boek meer denkwerk en soms ook wat meer geduld vereist. Maar, beide worden rijkelijk beloond. Langzaamaan word je als lezer meegezogen in een wereld die voor velen van ons onbekend is, of waar we (in elk geval vaak) weinig bij stilstaan. Die van de osmokosmos – de duizenden en duizenden, misschien wel miljoenen, moleculen die voor ons en andere wezens ruikbaar zijn. En wat voor effect al deze verschillende geuren op het gedrag hebben.

Harold McGee Beeld
Harold McGeeBeeld

De geuren van de wereld is niet geordend naar specifieke geuren, en de namen die we daarvoor hebben verzonnen, maar naar veel voorkomende dingen die we kunnen ruiken. Zoals: geuren van lichamen, zowel van dieren als mensen, geuren van de natuur in en op het land, en van voedsel. En McGee zou McGee niet zijn als hij niet ook onze evolutie, onze psychologie en onze geschiedenis zou betrekken bij de manier waarop wij ­geuren ervaren. En in hoe geuren ons sturen. Vaak volledig onbewust. (En onbekend).

Want in de schoongeboende huizen waar we tegenwoordig in leven, onze lichaamsgeuren verbloemend met deodorant en zeep, ­vergeten we vaak hoeveel kennis we nog steeds opdoen via onze neus. Niet alleen kennis over bijvoorbeeld de eetbaarheid van voedsel maar ook over onze soortgenoten. Zo blijkt uit experimenten dat we het verschil kunnen ruiken tussen alledaags okselzweet en het zweet van vrijwilligers die gemanipuleerd zijn om stress, angst, bezorgdheid of droefenis te voelen. Mogelijk was okselgeur in vervlogen tijden (zelfs) een manier om je dominantie binnen een groep te bepalen en dus de reukversie van een pauwenstaart, leeuwenmanen of vuurrode apenbillen.

Tenenkaas

Er is een taboe ontstaan, stelt McGee, op het lekker vinden van onze lichaamsgeuren. Maar via allerlei omwegen snuffelen we nog steeds aan onszelf. Bijvoorbeeld via het scherpe aroma van bepaalde kazen. McGee presenteert (nu) een tot de verbeelding ­sprekend theorie. Sommige kazen bevatten dezelfde eiwit- en vetetende bacteriën als die op onze huid wonen. Ooit hebben we voor die kazen onnodig bewerkelijke ­rijpingsmethoden ontwikkeld. Bijvoorbeeld via de toediening van een zweetachtige ­pekel. Waarom? Misschien omdat de kaas daarvan naar tenenkaas gaat ruiken, oppert hij. En dus naar onszelf. Want van nature vinden we dat heerlijk. Opvallend in deze context, zegt McGee, is dat veel Chinezen westerse kaas slecht verdragen. Ze vinden dat deze kazen ‘geitig’ ruiken, net als/naar de buitenlanders die ze fabriceren.

null Beeld
Beeld

Harold McGee
De geuren van de wereld
Vert. Jacques Meerman.
Nieuw Amsterdam; 624 blz. € 49,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden